De geschiedenis van de christelijke gemeenschap in Limburg gaat terug tot de tijd van het Romeinse Rijk. Het staat vast dat er rond het midden van de vierde eeuw christelijke gemeenschappen bestonden te Tongeren en te Maastricht. In deze twee Limburgse steden verbleef de heilige Servatius (+ 384), de eerste bisschop van deze streek waarvan het bestaan historisch zeker is.Uit archeologisch onderzoek blijkt dat alleszins de gemeenschap te Maastricht de val van het Romeinse Rijk en het binnentrekken van Frankische stammen overleefde. Van de vijfde tot de achtste eeuw was deze stad de voornaamste bisschoppelijke residentie.
De periode van de Pepijnen (ca 625-750) was van grote betekenis voor de kerk in dit gebied. Onder de heilige bisschoppen van Maastricht Lambertus (+ 705) en Hubertus (+ 727) bloeide het kerkelijk leven op, werden vele abdijen gesticht (Sint-Truiden, Munsterbilzen, Aldeneik) en ging de evangelisering van het platteland er met rasse schreden op vooruit.
Rond het midden van de achtste eeuw verplaatste bisschop Hubertus - of wellicht zijn opvolger - de bisschopszetel naar Luik. Luik was in die dagen niet meer dan een klein dorp. Op deze plaats was bisschop Lambertus door politieke vijanden vermoord. Hubertus heeft het leven van zijn christelijke gemeenschap voor altijd willen verbinden met deze heilige bisschop-martelaar. Zo werd Luik voor meer dan duizend jaar het hart van de christelijke gemeenschap, waarvan het huidige Limburg deel uitmaakte.
Het verlangen naar een autonoom Limburgs bisdom is van recente datum. Het kwam voort uit de aanzienlijke bevolkingstoename en sterke economische ontplooiing van Limburg en uit de ingrijpende ontwikkelingen in de naoorlogse Belgische politiek. Het bisdom Hasselt werd opgericht bij pauselijke bulle op 31 mei 1967.
