RUBRIEK Cultuur

Uw parochie

1944 parochies online op Kerknet

Zoek en vind uw parochie in Kerknet met het klik-kaartje of geef een postcode, parochie- of plaatsnaam in.

Allemaal willen we de hemel

Els Beerten

Querido, 2008, 498 blz., 17.95 euro

We, dat zijn Jef en Ward, maar ook Renée, Remi en Jeanne. Het is 1943. De oorlog woedt volop. Jef droomt ervan om een held te zijn, hij wil grootse dingen doen. Maar de volwassenen sturen tegenstrijdige signalen. Zijn vader wil met de oorlog niets te maken hebben. Sommige leraars op school pleiten voor de Vlaamse zaak en roepen de jongeren op om het communisme met de wapens te bestrijden. Zijn beste vriend Ward weet wat hij wil: Renée, de zus van Jef, als lief én Vlaanderen redden. Als Ward resoluut kiest voor het VNV en naar het oostfront trekt, verliest hij de liefde en de sympathie van Renée. Met deze andere Ward wil ze niets te maken hebben. Jef bewondert zijn vriend, maar door zijn ondoordacht optreden brengt hij Ward in moeilijkheden. Pas veel later zal de ernst van de situatie tot hem doordringen.
Na de oorlog wordt Jef door het verzet gelauwerd als een held terwijl Ward, vermomd als Martin Lenz, door het verwoeste Duitsland zwerft. Het kost hem tijd om te achterhalen dat je je eigen identiteit niet kan verloochenen. Ook Jef heeft het moeilijk om met de leugen te leven, maar hij kan de waarheid evenmin aan. De wegen van de twee vrienden kruisen elkaar nog een keer op het proces van Ward.
Het verhaal van Jef en Ward vormt de kern van het boek. Daar omheen spint de auteur vele verhaaldraden waarin je kan lezen hoe het de andere personages vergaat. Renée voelt zich aanvankelijk erg verbonden met de jongens. Ze wil erbij horen en dat lukt haar aardig via de fanfare ‘Ons Verlangen’. Later is ze ontgoocheld en boos op Ward. Die verwarde gevoelens maken een nieuwe relatie met Emile moeilijk. De kleine Remi voelt zich vaak buitengesloten, vooral wanneer de anderen voor hem de waarheid verzwijgen, terwijl zijn vriendinnetje Jeanne veel volwassener behandeld wordt.
Els Beerten brengt in dit boek een complexe en moeilijke problematiek in kaart. Geen van de personages is zwart of wit. Allen zijn grijs, dat wil zeggen op een of andere manier mee verantwoordelijk voor het kwaad dat deel uitmaakt van hun wereld. Valse verwachtingen, trouw en ontrouw, kleine en grote leugens tasten de onderlinge relaties aan. Schuld en schaamte ondermijnen het gevoel van eigenwaarde. De roman toont goed aan hoe kwetsbaar deze jongeren zijn. Ward, Renée en Jef voelen zich vaak onzeker wanneer ze keuzen moeten maken of herzien. Maar dat geldt evenzeer voor de volwassenen, vooral dan voor Sander en Blondine, de ouders van Jef, die elk houvast verliezen wanneer ze met de harde waarheid geconfronteerd worden.
Ook de opbouw maakt het boek bijzonder. Korte scenische hoofdstukken, gedragen door sterke, vinnige dialogen, brengen vaart in het verhaal. Afwisselend worden de gebeurtenissen verteld door een van de hoofdrolspelers, maar dat belet niet dat de vele verhaaldraden naadloos in elkaar overgaan. De wisselende focalisatie voorkomt elke vorm van simplificatie en creëert ook spanning. Het niet-weten van Remi of van andere personages verhoogt immers de betrokkenheid van de lezer. Bovendien verloopt het verhaal ook niet rechtlijnig. Hoe Ward de laatste oorlogsmaanden en de periode na de bevrijding doorkomt, vernemen we pas aan het einde van de roman en sommige lege plekken blijven voorgoed open. Dat open einde dwingt de lezer onverbiddelijk om na te denken over de dunne lijn tussen goed en kwaad, over zwijgen of spreken, over (helden)moed.
Allemaal willen we de hemel is zondermeer een schitterend boek waarin de kleine details het geheel scherp stellen. Nevenplots zoals de liefdesgeschiedenis van Reneé en Emile, de vlucht van Ward uit het lazaret of de gesprekken tussen Renée en haar moeder zijn met de nodige nuances uitgewerkt. Zuster Melanie, Isa of Meester Bielen, de advocaat van Ward, worden ondanks hun bescheiden rol in het grotere geheel toch goed neergezet. Die heldere contouren verhogen de overtuigingskracht van het boek. Muziek speelt in dit boek een belangrijke rol. De trompet van Renée en Remi, de saxofoon van Ward en de fanfare zijn duidelijk herkenbare elementen van een motieflijn die echter ook subtieler vorm krijgt in kleine details zoals het orgel dat vals klinkt tijdens de uitvaart. Soms kan muziek heel even de oorlogsellende of het harde labeur in de mijn overstemmen. Het leidmotief haalt dan de bovenhand in hoofdstukjes als ‘Een simpel liedje’ of ‘Mirakel’.
Het oorlogsverhaal zit ingebed in een kader dat de problematiek een ruimer perspectief biedt. De proloog en de epiloog spelen zich af in 1967, wanneer Jef Claesen wordt begraven. Hij verongelukte met de wagen op een boogscheut van zijn missiepost in Congo. Bij de aanvang laat Remi, intussen getrouwd met Jeanne, zijn bewondering nog even de vrije loop.
“Ik geloof dat nog altijd niet. Dat de hemel alleen in de kop van de mensen zit. Onze Jef komt er al zeker in. Onze Jef is altijd al een held geweest, en nu hij dood is, nog meer. De paters vooraan in de kerk zeggen het, de mensen prevelen het, de poort van de hemel zal wijd open staan voor hem.”
Renée krijgt het laatste woord. Wat moet ze nu denken over haar broer Jef, de ‘grote schrikschijter’, die naar de missies wilde, terwijl hij niet eens graag naar de kerk ging. Ze herkent hem niet op de foto met zijn lange baard en zijn witte paterskleren. “Ik heb het nooit geweten. Hoe het bij hem vanbinnen was. Hoe zeer het gedaan heeft al die jaren. En of het uiteindelijk voorbij is gegaan.”

Allemaal willen we de hemel is geschreven voor adolescenten maar het zou bijzonder jammer zijn als het daardoor de volwassen lezers niet zou bereiken. Dit boek nodigt uit om met jongeren te praten over het oorlogsverleden van Vlaanderen maar ook over volwassen worden, keuzen maken en, waarom niet, over de hemel.

Rita Ghesquiere

Boek bestellen