In de paasnacht wordt een bijzondere kaars binnengebracht, de paaskaars. Volgens de overlevering zou kerkvader Augustinus dit gebruik hebben geïntroduceerd. De paaskaars is niet zomaar een kaars: ze heeft een bijzondere betekenis.
Ze symboliseert namelijk de Verrezen Heer en het licht dat alle duisternis overwint. Daarom wordt ze in processie binnengebracht onder het zingen van de hymne ’Licht van Christus’.
Een document van de Congregatie voor de Eredienst uit 1988 beschrijft de ritus van de Goede Week, waaronder een kort paragraafje over de paaskaars.
We citeren (eigen vertaling):
“Waar het mogelijk is, wordt op een geschikte plek buiten de kerk een nieuw vuur aangestoken, zodanig dat de vlammen de duisternis verdrijven en de nacht verlichten. De paaskaars, gemaakt uit was, is elk jaar nieuw en er is er maar één per kerk, groot genoeg om duidelijk te laten zien dat Christus het licht van de wereld is.” (Pascale Solemnitatis, Vaticaan, 1988)
De paaskaars
Het hele jaar staat hij fier in de kerk en brandt in elke kerkdienst: op zondag, bij liturgische momenten door de week, bij doopsels en uitvaarten. En dan wordt hij gedoofd op Goede Vrijdag, op het moment in het evangelieverhaal dat Jezus de geest geeft.
‘Ik ben met u, alle dagen, tot aan de voleinding der wereld’, zegt Jezus (Mattheüs 28,20). Daarom brandt de paaskaars in elke eredienst, zoals de godslamp blijft branden, dag en nacht, omdat deze symbolen Christus’ aanwezigheid bij de gelovige en vierende gemeenschap brengen.
De paaskaars brandt al als de gelovigen de kerkruimte binnenkomen, omdat Christus’ aanwezigheid niet van ons afhankelijk is; zijn licht straalt ons al tegemoet, zijn aanwezigheid gaat aan die van ons vooraf.
Op de kaars staan verschillende symbolen. In elk geval de Griekse letter Alfa en Omega: de eerste en de laatste letter van het alfabet. Jezus is het begin en het einde. De kaars is ook getekend met andere symbolen: een kruis, een verrijzenisbeeld, een prent uit het evangelie… Sommige kerken brengen 5 wierooknagels aan, symbolen van de kruiswonden van Jezus.
Volgens de liturgische kalender brandt de kaars van Pasen tot en met Pinksteren, want na Pinksteren moeten de christenen zelf op pad om de Blijde Boodschap te verkondigen. In de meeste kerken brandt de kaars evenwel in elke dienst, tot aan de volgende paasnacht. Een blijvend signaal over Christus’ aanwezigheid, alle dagen van ons leven.
Diaken Johan