Het eerste Oecumenische Concilie in Nicea | Kerknet
Overslaan en naar de inhoud gaan

Recent bezocht

Bekijk je recent bezochte microsites, auteurs en thema's
kerknet
  • Hulp
  • Startpagina portaal
  • Mijn parochie
  • Aanmelden of registreren
Menu
  • Startpagina
  • Kerk
  • Vieringen
  • Shop
  • Zoeken

Pastorale Eenheid H. Gummarus & Z. Beatrijs Lier

  • Startpagina
  • Contacten
  • Zoeken
  • Meer
    • Zoeken
    • Archief Begrafenis Centraal Kerkbestuur (CKB) Communie aan huis Contact Doopsel Eerste communie Huwelijk, dankviering, jubileum Inspirelli Lier Kerkraad Onderwijs Parochieblad Kerk & leven Parochiegeschiedenis Parochiesecretariaat Parochiezaal Plaatselijke kerngroep (PKG) Preek van de week Team van de pastorale eenheid Toerismepastoraat Verenigingen Vieringen Vormsel Werkgroepen Ziekenzalving
Oikomene

Het eerste Oecumenische Concilie in Nicea

icon-icon-artikel
Gepubliceerd op woensdag 14 januari 2026 - 14:33
Afdrukken
Een kompas voor het hedendaagse christendom

Nu zondag 18 januari begint de Gebedsweek voor de eenheid van de christelijke Kerken, en die duurt tot zondag 25 januari, het feest van de Bekering van de apostel Paulus. Een ideaal moment om het te hebben over het Oecumenisch Concilie van Nicea (325), waarover ik vorig jaar in februari ook reeds geschreven had. Ik wil dan ook, bij het begin van de Gebedsweek voor de Eenheid, de draad weer oppakken en het hebben over dat bijzonder Oecumenisch Concilie van Nicea waarvan eind november vorig jaar de 1700ste verjaardag gevierd werd in aanwezigheid van paus Leo XIV.

Op 28 november 2025 was de paus in Iznik (Nicea), vergezeld door patriarch Bartholomeus van Constantinopel en hoogwaardigheidsbekleders van andere Oosterse Kerken en Kerken van de Reformatie, voor een bijzonder gebedsmoment. Ik herkende op de beelden van die samenkomst ook Dick Schoon, de Oudkatholieke aartsbisschop van Utrecht, broer en schoonbroer van Idelette en Henk Schoon-Otten, met wie ik al jaren bevriend ben.

Oikomene

Het was paus Franciscus die twee jaar geleden beloofd had aan de metropoliet van de Grote Stoel van het Oecumenisch Patriarchaat dat hij de 17de eeuwfeestdag van het eerste oecumenisch concilie van Nicea (325) mee zou vieren: ‘Ik kom, Nou, ik of mijn opvolger…’, had paus Franciscus gezegd.

Paus Leo XIV is dus geweest. In zijn apostolische brief In unitate fidei (In de eenheid van het geloof), gepubliceerd op 23 november, herinnert de paus aan de gebeurtenissen en de tumultueuze nasleep van het Concilie van Nicea, waarbij hij erop wijst dat de dogmatische definities die vandaag de dag nog steeds aan het christelijk geloof ten grondslag liggen, zijn voortgekomen uit interne crises en theologische controverses. Want in Nicea stond het geloof in de goddelijkheid van Christus, die wezensgelijk is met de Vader, op het spel. De paus drong uitgebreid aan op de verenigende functie van de geloofsbelijdenis van Nicea, een tekst die is ontvangen door katholieken, orthodoxen en de meeste kerken van de Reformatie.

Het Concilie van Nicea (325), tien kerkvaders rond keizer Constantijn. De getoonde tekst is een gedeelte van ‘het Symbolum van Nicea-Constantinopel’ in de Grieks-Liturgische vorm, gebaseerd op een tekst van het eerste concilie van Constantinopel (381)

Ik geef een aantal passages uit de verklaring van paus Leo XIV die toch wel essentieel zijn:

De Geloofsbelijdenis van Nicea begint met het belijden van het geloof in God, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde.

Vandaag de dag hebben God en de vraag naar God voor veel mensen bijna geen betekenis meer in het leven. Het Tweede Vaticaans Concilie benadrukte dat christenen op zijn minst gedeeltelijk verantwoordelijk zijn voor deze situatie, omdat zij niet getuigen van het ware geloof en het ware gezicht van God verbergen door levensstijlen en handelingen die ver van het Evangelie afstaan. Er zijn oorlogen gevoerd, mensen zijn gedood, vervolgd en gediscrimineerd in de naam van God. In plaats van een barmhartige God te verkondigen, hebben mensen gesproken over een wraakzuchtige God die terreur zaait en straft.

De Geloofsbelijdenis van Nicea nodigt ons uit om ons geweten te onderzoeken. Wat betekent God voor mij en hoe getuig ik van mijn geloof in Hem?

Is de enige echte God de Heer van het leven of zijn afgoden belangrijker dan God en zijn geboden? Is God voor mij de levende God, dicht bij mij in elke situatie, de Vader tot wie ik mij met kinderlijk vertrouwen wend? Is Hij de Schepper aan wie ik alles te danken heb wat ik ben en wat ik heb, degene wiens sporen ik in elk schepsel kan vinden? Ben ik bereid om de goederen van de aarde, die van iedereen zijn, eerlijk en rechtvaardig te verdelen? Hoe behandel ik de schepping, die het werk van mijn handen is? Gebruik ik haar met eerbied en dankbaarheid, of buit ik haar uit en vernietig ik haar, in plaats van haar te bewaren en te cultiveren als het gemeenschappelijke huis van de mensheid?

De kern van de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel is de geloofsbelijdenis in Jezus Christus, onze Heer en God. Dit is het hart van ons christelijk leven.

Daarom verplichten we onszelf om Jezus te volgen als Meester, metgezel, broeder en vriend. Maar de geloofsbelijdenis van Nicea vraagt meer: het herinnert ons eraan niet te vergeten dat Jezus Christus de Heer (Kyrios) is, de Zoon van de levende God, die ‘voor ons heil uit de hemel is neergedaald’ en ‘voor ons’ aan het kruis is gestorven, en de weg naar nieuw leven heeft geopend door zijn opstanding en hemelvaart. Het volgen van de Heer leidt ons langs de weg van het kruis, die ons door berouw leidt naar heiliging en goddelijkheid.

Als God ons liefheeft met heel zijn wezen, dan moeten wij ook elkaar liefhebben.

We kunnen God, die we niet zien, niet liefhebben zonder ook de broeder en zuster lief te hebben die we wel zien (vgl. 1 Joh. 4, 20). Liefde voor God zonder liefde voor de naaste is huichelarij. In de voetsporen van Jezus houdt het opklimmen naar God in dat we afdalen en ons toewijden aan onze broeders en zusters, vooral de minstbedeelden, de armsten, de verlatenen en de gemarginaliseerden.

Eerste Concilie van Nicea, Theophanes Strelitzas

Tot slot is het Concilie van Nicea vandaag de dag relevant vanwege zijn grote oecumenische waarde.

In dit opzicht was het bereiken van de eenheid van alle christenen een van de belangrijkste doelstellingen van het laatste concilie, Vaticanum II. Precies dertig jaar geleden heeft paus Johannes Paulus II de conciliaire boodschap voortgezet en bevorderd in zijn encycliek Ut unum sint (25 mei 1995). Samen met de grote verjaardag van het eerste Concilie van Nicea vieren we dus ook de verjaardag van de eerste oecumenische encycliek. Deze encycliek kan gezien worden als een manifest waarin de oecumenische fundamenten die door het Concilie van Nicea gelegd zijn, geactualiseerd worden. Ook al is er nog geen volledige zichtbare eenheid met de orthodoxe en oosters-orthodoxe kerken en met de kerkelijke gemeenschappen die uit de Reformatie zijn voortgekomen, toch heeft de oecumenische dialoog ons ertoe gebracht om, op basis van het ene doopsel en de Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel, onze broeders en zusters in Jezus Christus te erkennen in de broeders en zusters van de andere kerken en kerkelijke gemeenschappen, en de unieke en universele gemeenschap van Christus’ leerlingen over de hele wereld te herontdekken. Wij delen immers het geloof in de enige God, de Vader van allen, wij belijden samen de ene Heer en ware Zoon van God Jezus Christus en de ene heilige Geest, die ons inspireert en aanspoort tot volledige eenheid en gemeenschappelijk getuigenis van het Evangelie. Wat ons verenigt is veel groter dan wat ons verdeelt! (Johannes Paulus II, Ut unum sint, § 20). In een wereld die verdeeld is en verscheurd wordt door vele conflicten, kan de ene universele christelijke gemeenschap een teken van vrede en een instrument van verzoening zijn, en zo een beslissende bijdrage leveren aan een wereldwijde inzet voor vrede.

De Geloofsbelijdenis van Nicea kan de basis en het ijkpunt voor deze reis zijn. Het biedt ons een model van ware eenheid in legitieme verscheidenheid. Eenheid in de Drie-eenheid, Drie-eenheid in de Eenheid. Het herstellen van de eenheid onder de christenen verarmt ons niet, integendeel, het verrijkt ons.

Daarom hebben we een spirituele oecumene van gebed, lofprijzing en aanbidding nodig, zoals die in de Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel tot stand is gekomen. De week die nu zondag begint geeft ons er alle kansen toe.

Jan Verheyen, pastoor

Gepubliceerd door

Pastorale Eenheid H. Gummarus & Z. Beatrijs Lier

Meer

Artikel

Deel dit artikel

Deel op Facebook
Deel op Twitter
Deel via e-mail

Lees meer

Cover van het boek Zeven kruiswoorden, verhalen uit de spirituele zorg © Otheo
Lees meer

Lanceringsavond boek Zeven kruiswoorden

icon-icon-evenement
Een gedeelde missie voor alle gedoopten
readmore

Gebedsintentie paus oktober 2024: voor een gedeelde missie

icon-icon-inspiratie
De pijn van de slachtoffers van milieurampen
readmore

Gebedsintentie paus september 2024: voor de schreeuw van de aarde

icon-icon-inspiratie

Recent bezocht

Bekijk je recent bezochte microsites, auteurs en thema's
© 2026 Kerk en Media vzw
Vacatures
Contact
Voorwaarden
YouTube
Twitter
Facebook