Wierook in de liturgie
In onze liturgie komt wierook regelmatig voor en zeker niet alleen tijdens de eucharistie! Men denke bijvoorbeeld aan de bewieroking van het altaar tijdens de vespers. Of de bewieroking van het lichaam van een overledene, tijdens de afscheidsritus in de begrafenisliturgie.
Tijdens de eucharistische liturgie, zeker in de zondagskerk van onze Pastorale Eenheid, wordt doorgaans drie tot vijf keer wierook gebruikt in de zondagsliturgie: voor de bewieroking van het altaar (na de intredeprocessie), van het Evangelieboek en de eucharistische gaven (bij de bereiding en eventueel bij de consecratie). En het kan ook om de priester te bewieroken en het Godsvolk (iedereen die meeviert) nadat de gaven bewierookt werden.
Het is eigenlijk Christus die vijf keer wordt bewierookt, zij het telkens onder een andere gedaante. Het altaar staat symbool voor Christus, ‘de hoeksteen’. In de evangelielezing klinkt zijn Woord. Vervolgens komt Hij, in het eucharistische gedeelte, werkelijk aanwezig onder de gedaanten van brood en wijn.
Bij de voltrekking van het sacrament van de eucharistie door de afsmeking van de heilige Geest en het uitspreken van de instellingswoorden handelt de priester in persona Christi of als een alter Christus, een ‘andere Christus’. En Christus is ook aanwezig in het verzamelde en vierende volk, de kerk, dat zijn Lichaam is.
Het gebruik van wierook in de liturgie is dus verre van willekeurig en heeft een diepe geestelijke betekenis. De wierook is bedoeld voor Christus, voor God, net zoals in het Oude Testament. Dit is ook de reden waarom we tijdens de paastijd de paaskaars bewieroken, omdat die symbool staat voor de aanwezigheid van de Verrezen Heer.
Wanneer de priester apart wordt bewierookt, is dat niet omdat we de priester – wie hij ook is – op een voetstuk willen zetten, maar omdat hij in het sacrament handelt als Christus. Door getrouw de verschillende vormen van aanwezigheid van Christus in de liturgie te heiligen met het gebruik van wierook, komen we de volheid van die aanwezigheid op het spoor.
Het is zeker aangewezen op zondag om wierook te gebruiken in de liturgie, behalve misschien in de ‘sterke tijden’ van het liturgisch jaar – advent en veertigdagentijd – waarin de Kerk tot inkeer wil komen en een soberdere liturgie welkom is. Geen kwestie dus van liefhebberij, maar om eer te brengen aan de Enige aan wie ultiem eer toekomt, zijnde Christus.
Of om de woorden van Johannes te gebruiken: ‘Aan Hem die ons liefheeft en van de zonden heeft verlost door zijn bloed, die ons gemaakt heeft tot een koninklijk geslacht van priesters voor zijn God en Vader, Hem zij de heerlijkheid en de macht in de eeuwen der eeuwen! Amen.’ (Openbaring 1, 5-6).
Voor deze bijdrage werd dankbaar gebruik gemaakt van een artikel van Anton Milh o.p. in Paullus, december 2025, uitgave van Sint-Pauluskerk, Antwerpen.
Jan Verheyen, pastoor