Juni-maand, heilig Hart maand…. omdat het feest van het Heilig Hart op de derde vrijdag na Pinksteren gevierd wordt en dat is altijd in de maand juni.
Maar wat valt er te vieren? Kort antwoord: dat ons verstand niet in staat is God te kennen. Het valt op dat de mens steeds verder op zoek gaat: over de grenzen van land en zee, door de lucht, het heelal in, met telescopen die lichtjaren ver kunnen zien. Over de grenzen van de kleinste bestanddelen in de schepping. De mens zoekt te begrijpen wat er omgaat in de ziel, in de psyche. De mens zoekt naar zijn oorsprong en doel om de zin te vatten van leven en dood. De mens zoekt God: waar is Hij, wie is Hij, hoe kan ik Hem bereiken?
Telkens weer is er de verleiding om God te herleiden tot de Schepper die ons weet te zeggen hoe we gepast moeten leven, welke wetten van de Schepping we te respecteren hebben om gelukkig te zijn en in harmonie te leven. Zoals we door het kennen en respecteren van de natuurwetten de natuur kunnen bemeesteren, zo hopen we door het kennen en respecteren van de levenswetten het leven te bemeesteren.
Dat is mooi en edel. Maar niet alles. God is meer, het leven is meer.
Paulus en de evangelisten, bijzonder Johannes, tonen ons Jezus die ons met woord en daad wil uitnodigen om God niet enkel te zoeken met ons verstand. Jezus wil ons binnenvoeren in de vriendschap, in de totale liefdesrelatie van en met God.
We ontdekken een God die duidelijk ‘zijn verstand is verloren’, een God die zijn macht loslaat, die mens wordt tussen armen, bedriegers en mislukkelingen. Een God die zich laat bespotten en kruisigen. Een God die ‘beter zou moeten weten’ maar zich laat leiden door zijn liefde voor elke mens. Een bedelaar die dorst naar onze wederliefde.
De stichter van de redemptoristen was formeel: God is gek! Gek geworden door de liefde! Moesten we toch eens beseffen hoe groot, diep en breed die liefde is die Hij heeft voor elke mens… We zouden niet bang meer zijn om de maskers af te werpen, we zouden ons niet verschuilen achter een façade van goed-doenerij, we zouden ons niet verbergen achter een vijgenblad.
Moesten we ons laten aanraken door de liefde, zoals Franciscus van Assisi, Zacheüs, de Samaritaanse vrouw aan de bron, en zovele andere mensen die ongeremd in vuur en vlam kwamen voor God en zijn Rijk. Een aanraking door de liefde van God schroeit angst en lauwheid weg.
Margaretha-Maria Alacoque, een zuster in het Franse stadje Paray-le-Monial, hoort de liefdeskreet van Jezus die, wijzend naar zijn hart, zegt: “Ziehier het Hart dat de mensen zozeer heeft liefgehad en dat zo weinig dankbaarheid ondervindt”.
De ontmoeting met Gods liefde bevrijdt ons van angst en lauwheid, maar zadelt ons ook op met een schuld ten aanzien van God: we zijn Hem dankbaarheid en liefde verschuldigd. Een liefde die ons ertoe brengt daadwerkelijk Gods mensen te beminnen zoals Hij ons en hen bemint.
Om te beminnen met ons verstand, onze ziel en heel ons hart… voorbij de grenzen van het verstandige…
Ives De Mey, Redemptorist (Clemenspoort)