HOMILIE VOOR DE TWEEENTWINTIGSTE ZONDAG DOOR HET JAAR – A
Weet ons Heer eigenlijk zelf nog wat Hij wil? Vorige week zwaaide Hij Petrus nog alle lof toe omdat die Hem de Messias, de Zoon van de levende God had genoemd. Hij noemde Petrus 'de steenrots'en stak hem de sleutels van het Rijk der hemelen in handen. En vandaag krijgt diezelfde visser een uitbrander van formaat: 'Ga weg, satan, gij zijt Mij een aanstoot!' De eerste paus die dik onder zijn voeten krijgt en op zijn plaats wordt gezet. Wat heeft die arme sukkelaar dan wel miszegd dat Jezus zo hevig tegen hem tekeergaat? Heeft Petrus dan zo zeer op Jezus' tenen getrapt? Petrus heeft enkel gezegd dat hij hoopt dat God toch verhinderen zal dat Jezus in Jeruzalem moet lijden en sterven. Zoiets kan en mag toch nooit gebeuren?
Dit evangelie, dierbaren, verwoordt de vele vragen van de eerste leerlingen rondom het levenseinde van Jezus. Zij waren van mening dat iemand die zo sterk met God verbonden leefde, zeker en vast van alle leed gespaard zou blijven. Het kan toch niet dat God die Jezus graag ziet Hem tegelijkertijd aan het kruis vernederen laat? Om het met de woorden van Petrus te zeggen: 'Dat verhoede God, Heer!'
Tot het stilaan tot de eerste christen doordringt dat Jezus' dood op het kruis niet zomaar een detail is in zijn leven. Was dat niet het hoogtepunt van Jezus' liefde voor de mensen en zijn gehoorzaamheid aan God? Druppelsgewijs dringt het tot de eerste christenen door dat deze Jezus - die heel zijn leven had afgestemd op de wil van God - zich ook nu heeft laten leiden door wat in zijn ogen Gods wil is en niet zozeer door goedbedoelde menselijke overwegingen. Jezus heeft blijkbaar niets anders willen zijn dan machteloze liefde. Hij heeft willen tonen dat Gods liefde zoveel sterker is dan bergen menselijk hoogmoed die zoveel mensen genadeloos doodt. Diegene die wij christenen dé Christus noemen, de Verrezene is de weg van het kruis gegaan. In Jezus' ogen de enige weg om het volle leven te vinden in Gods liefde, om op te staan uit de dood! En daarom durft Hij ook aan zijn leerlingen vragen dat ze hun leven durven verliezen en hun kruis opnemen. Maar het hart van Jezus steigerde altijd bij onrecht en pijn van zijn medemensen. Daarom heeft Hij mensen willen bevrijden van alles wat hen gevangenhield. Hij heeft zich met al zijn mogelijkheden tegen het lijden verzet. Hij heeft waar mogelijk het leed van mensen willen helen en delen. Daarom heeft Hij doden opgewekt en zieken genezen. Toch heeft Jezus elke dag opnieuw het kruis van Gods liefde op zijn schouders genomen. En te midden van dat lijden, bleef Hij geloven in Gods stille nabijheid, in Gods liefde die alle lijden en zelfs de dood overstijgt. Omdat Hij zich in Gods liefde geborgen wist, kon Hij het allerlaatste kruis dat Hem te wachten stond, met vertrouwen opnemen.
Zullen wij in het nieuwe werk- en schooljaar net als Jezus op onze parochies, in onze gezinnen, scholen en verenigingen even trouw het kruis van de liefde opnemen, waar mogelijk het lijden wegwerken en mensen nabij zijn? Zullen wij ons leven durven verliezen in de geest van het evangelie? Zullen wij te midden van lijden en dood durven geloven in God die liefde is... of zullen we dan liever spijbelen?
Gino, augustus 2026