HOMILIE TIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR - A
‘Heer, ik ben het niet waard dat Gij tot mij komt, maar spreek en ik zal gezond worden!’ Dat is de bekentenis én de belijdenis die christenen in de eucharistie uitspreken net voor ze deelhebben aan de heilige communie. Deze woorden, dierbaren, die wij wellicht vaak en begrijpelijkerwijze, onnadenkend uitspreken, vormen eigenlijk de kern van wat Jezus ons wil duidelijk maken in de woorddienst van deze 10de zondag van het kerkelijk jaar. En meteen ook terugdenkend aan het feest van het H. Sacrament van donderdag laatst: we zijn het niet waard dat de Heer in de eucharistie naar ons toekomt!
Wij mensen, wie we zijn en wat we in het leven hebben gerealiseerd of verworden, zijn mensen die Gods genezende en zalvende liefde iedere dag opnieuw heel hart nodig hebben. Tegenover de Heer staan wij voortdurend in het krijt, al vindt de buitenwereld, onze omgeving ons nog zo braaf, zo onschuldig en heilig. Wij, kleine en bescheiden mensen, hebben nood aan Gods vergevende liefde die onze ontrouw in de grote en kleine dingen van elke dag, de stommiteiten van ons leven voortdurend overstijgt en overtreft. Eén van de belangrijkste inzichten van ons christelijk geloof is de stille maar zekere overtuiging dat wij, christenen, de hemel niet kunnen verdienen! Zeg dat dus nooit meer! Het moeilijkste dat wij moeten leren, is inzien en aanvaarden dat God ons zomaar, ondanks onze mogelijkheden en talenten, onze gebreken en beperkingen, graag ziet! Niet om wat wij hebben gepresteerd, gaan we Hem zo ter harte, wel omdat Hij ons uit pure, onberekende liefde het leven schonk. Net als Mattheüs die weggeroepen wordt uit de buurt van het tolhuis, worden wij weggeroepen van de bekoring te denken dat we geen dokter nodig hebben. Dat wil zeggen: dat we Gods liefde hebben verdiend omwille van een bepaalde inzet, zorg of toewijding. Jezus roept ons op in te gaan op zijn vrij aanbod van liefde, niet omdat wij al heilig en perfect zijn, maar wel opdat we ons doen en laten zouden laten heiligen en door Gods Geest laten bezielen.
Het wonder van ons christelijk geloof, vrienden, bestaat er dus in dat we niet heilig moeten proberen te zijn, dat we pas heilig zullen worden naarmate we onszelf en voor de buitenwereld durven erkennen dat we van Gods liefde afhankelijk zijn. Een liefde die zo groot is, dat ze door oneindige barmhartigheid wordt gekenmerkt.
Naar aanleiding van Vaderdag hopen we dat onze kinderen in hun vaders en grootvaders het grote hart van Gods milde liefde mogen ontdekken. We hopen dat ze tijdens hun groei naar volwassenheid zich gedragen en geruggesteund mogen weten door vaders die hen af en toe ook luidop zeggen: ‘Kindlief, ik hou van je!’ Mochten opgroeiende kinderen van hun vaders leren, mochten kinderen aan hun vaders zeggen: voor mij hoef je niet perfect te zijn! Als je maar geloofwaardig bent, geloofwaardig in de liefde, geloofwaardig in het geloof, geloofwaardig omwille van je barmhartige en hartelijke levenswijze waarin jezus ons is voorgegaan!
Gino, juni 2026