Homilie voor de zesde zondag – A
Ik heb het niet getroffen, zusters en broeders! De homilie moeten verzorgen op deze zesde zondag van het A-jaar is geen geschenk. Lezen we nog eens: “Als jij je offergaven naar het altaar brengt en je herinnert je daar dat je broer iets tegen je heeft, laat dan je offergaven achter en ga je eerst verzoenen met je broer en kom dan terug om je gave aan te bieden.” Voilà, dat is het woord van Christus vandaag. Nergens wordt de vraag gesteld: wie is de schuldige? Neen, schuldig of niet aan het conflict, maakt niets uit maar als je als leerling van Christus een conflict hebt met je broer of zus, dan moet je eerst verzoening brengen vooraleer de gave naar het altaar mag gebracht worden.
Ik ga nu maar eens uit van de veronderstelling dat ik echt niet de schuldige ben van het conflict. Meer nog, dat ik niet alleen onschuldig ben, maar zelfs de gedupeerde. Ik werd gekwetst en benadeeld. Ik voel me verongelijkt en ben terecht geërgerd.
Natuurlijk ben ik niet gelukkig met de situatie. Een gebroken relatie doet altijd pijn, maar waarom zou ik dan de eerste stap moeten zetten? Waarom moet ik me kwetsbaar opstellen? Daar heb ik het moeilijk mee…
Maar, zoals gezegd vrienden, ik ben van preek dit weekend en wil dus nadenken hoe Jezus mij kan motiveren om toch de eerste stap naar verzoening te zetten. Het motief bij Jezus is heel duidelijk: ik mag mijn broer niet kwijt geraken. Ik moet mijn broer weer terugwinnen. Dit staat bij Jezus voorop. Andere gevoelens tellen dan schijnbaar niet mee. Alleen dit: je moet je broer winnen en daarvoor zul je heel radicaal je eigen gelijk op zij moeten zetten. Je zult naar hem toegaan, met hem spreken, hem erkennen en aanvaarden. Dit niet alleen om te vermijden dat het conflict steeds groter wordt, maar vooral om je broer niet te verliezen.
Dit ideaal houdt Jezus ons nu voor ogen, nu wij op het punt staan om eucharistie te vieren. Het gaat helemaal niet alleen om de vraag of ik iets heb tegen mijn broer, maar als wij ons volledig en werkelijk willen verzoenen dan moet ik er ook aan denken waar de ander met mij brak. Alleen zo kunnen wij eigenlijk met een eerlijk hart deze eucharistie vieren.
Daarom bidden wij ook telkens vóór de communie het gebed van Jezus: vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven. Een eerlijke eucharistieviering herstelt de verhouding tussen God en de mens op voorwaarde dat wij vooraf proberen de relatie met onze medemens in orde te brengen.
Wie zich echt in zo’n situatie bevindt zal dit wel heel moeilijk vinden: een zware opdracht. Maar Jezus heeft gelijk: als jij de vrede brengt naar de ander, dan wordt je eigen hart vervult met vrede. Juist dat wil Jezus ons brengen: ‘Ik geef u mijn vrede’.
Eigenlijk is het resultaat wel mooi, niet waar? Rust en vrede. Haat maakt ongelukkig! Vergeving en verzoening gelukkig. En boze mensen, zijn geen leuke mensen! Maar ja, gemakkelijk is anders. Dat weet ik… maar het blijkt toch de moeite waard te zijn!
Gino