Homilie zondag 9 augustus 2026
Storm op het meer
Een zwoele zomerdag, de gezellige pic-nic op de oevers van het meer van Genesareth liep op z’n eind en de mensen waren nog wat aan ’t nagenieten van zoveel onverwacht lekkers, het zonneke en hopelijk ook van mekaar.
Jezus dwingt hen allemaal om te vertrekken. Het was welletjes geweest: goed gefeest, goed gegeten, en nu naar huis. Als moeder en grootmoeder kan ik me daar wel iets bij voorstellen. Het was gezellig en fijn om samen te zijn maar ik ben moe en wil wat rusten. Mogelijk wou Jezus hen er vooral van behoeden dat ze zich zouden nestelen in die gezelligheid.
Als wij hier ’s zondags bijeenkomen is dat telkens om ons te herinneren aan Zijn opdracht van breken en delen. Het was destijds de bedoeling dat ze – met die geweldige pic-nic in gedachten – zouden beseffen dat het pas voor iedereen een feest wordt als ook zij dit verder samen en voor meer mensen zouden doen.
De apostelen gaan de boot in en varen over … en dan komt de storm. Eigenlijk zou dat voor hen als beroepsvissers een fluitje van een cent moeten zijn want zij weten zeker dat het meer van Genesareth vaak te kampen heeft met zeer snel wisselende weersomstandigheden, vanwaar dan die paniek? We zullen het nooit weten. Maar ze raken verlamd van schrik en zien dingen die er niet zijn. Ze herkennen Jezus niet die hen tegemoet komt, denken zelfs dat Hij een spook is.
Mensen in angst reageren verschillend: sommigen gillen, anderen kruipen rillend weg of hopen misschien dat de dood snel en barmhartig zal zijn. Elia uit de eerste lezing was ook weggekropen. Hij het had gehad met de pesterijen en de tegenkanting die zijn profetenjob had gegeven. Hij had het gehad met God. Na enige bezinning vond Elia het toch weer de moeite waard om de roep van God te beantwoorden. Verandert er iets aan zijn situatie? Neen, hij zal evenveel pesterijen en tegenkanting ervaren als voordien maar hij heeft begrepen dat hij niet anders kan wanneer hij in God gelooft en diens programma wil volgen en hij beseft des te meer dat God er altijd voor hem zal zijn.
Ik moest deze week bij dit verhaal denken aan de tienduizenden Marokkanen die al zwemmend Ceuta probeerden te bereiken. Met zoveel hoop dat ze er hun eigen leven voor op ’t spel zetten nadat ze met valse beloften gelokt werden. Wie kwam hen daar over water tegemoet gelopen?
En toch blijven er steeds weer mensen opstaan en zich inzetten om vluchtelingen te helpen die in gammele bootjes of zoals daar in Ceuta, al zwemmend op weg gaan naar een betere toekomst. Zulke helpende mensen zijn een werkzaam teken van Jezus’ uitgestoken hand. En zoals Petrus zullen zij misschien ook bang worden want het zal hen niet in dank afgenomen worden, noch door de autoriteiten noch door inwoners van al overvolle landen, noch door de mensensmokkelaars waarvan velen het slachtoffer zijn.
Ook wij maken stormen mee en op zulke momenten kan je alleen maar hopen dat jouw bootje ietwat zeewaardig is en blijft want het is een fabeltje dat we allemaal in hetzelfde bootje zitten. Neen, we zitten soms in dezelfde storm van ziekte of ongeluk maar geen bootje is hetzelfde. Je hebt luxejachten en zelf in elkaar geknutselde vlotten en heel het gamma daartussen. Dat bepaalt ook (terecht) hoe bang je bent, denk ik.
Waar heeft een mens in nood behoefte aan? Ikzelf gruwel dan van al te grote woorden en theorieën en merk dat ik het kalmste ben als er iemand rustig en duidelijk maar wel eerlijk zegt hoe de zaken ervoor staan en wat ik het best kan doen om staande te blijven. Een beetje zoals de veiligheidsrichtlijnen in een vliegtuig, waarbij het personeel de nooduitgangen, zuurstofmaskers en reddingsvesten aanwijst en toont hoe je die moet gebruiken.
Maar nog beter is iemand die zijn/haar hand uitsteekt en zegt: kom, niet bang zijn, ik ben er, wat kan ik voor jou betekenen? Zullen we samen eens kijken naar je angst en naar wat jij en je omgeving nu nodig hebben om terug volop te leven? Het is een fundamentele menselijke behoefte en iets wat wij ook voor anderen kunnen doen, gewoon omdat het met graag zien te maken heeft.
In de stormen van ons leven wordt deze fundamentele menselijke behoefte duidelijk. Zien wij dan de uitgestoken hand of laten we ons misleiden door de paniek? Zijn we zo erg met onszelf en onze eigen angst bezig dat we de fut niet meer hebben om te zeggen: “Hier is mijn hand om jou te steunen en ervoor te zorgen dat we samen uit deze storm geraken. Je mag er zeker van zijn dat ik jouw, misschien al gammele kano, mee probeer waterdicht te houden. Ik doe dit gewoon voor jou. Punt. “
Ook Petrus probeert het. Zolang hij zich op Jezus richt, kan hij zelfs het onmogelijke doen maar op het moment dat hij zich laat afleiden gaat hij terug naar af. Ons geloof wordt vaak op de proef gesteld: de kerken lopen leeg, de parochianen worden een dagje ouder, de voorgangers ook, jongeren vinden moeilijk de weg. Hoe ziet de toekomst van onze kerk eruit? Is er nog wel een toekomst? Kan ik dan blijven vertrouwen dat het op één of andere manier toch weer goed komt en zie ik de uitgestoken hand die mij op het droge wil trekken? Of zit ik te diep weggedoken in mijn eigen angst zodat ik die hand niet eens merk?
Dat iedereen toch de uitgestoken hand van Jezus mag blijven zien en erop mag blijven vertrouwen dat daardoor ieder van ons in staat is om over water te lopen.
Het moge zo zijn.