Homilie zondag 1 maart:
Lieve mensen,
Wie in de bergen ging of gaat wandelen ervaart sowieso een verschil tussen bergop gaan en afdalen (afdalen is meestal moeilijker…). Vandaag gaat het in beide lezingen over ‘op weg gaan’ en luisteren naar/vertrouwen op het ‘Woord van God’ en in het Evangelie speelt ‘een hoge berg’* daarbij een belangrijke rol.
In veel (oude) culturen spelen bergen een bijzondere rol o.a. bij overgangsriten: soms van leven naar dood, maar vaker bv van jongen naar man. Waarbij jongens zich alleen moeten terugtrekken, vasten, mediteren, wachten op een visioen, m.a.w. proberen uit te zoeken welke weg zij in het leven willen of moeten uitgaan. Misschien was dat bij Jezus ook wel zo. Hij trok zich wel vaker terug in het bergland, in stilte, afzondering. En soms denk ik dat we daar wat te gemakkelijk overheen gaan, alsof het gewoon een verhaalvorm is, een voorbode dat er iets belangrijks gaat gebeuren.
Maar als Jezus écht, ten volle mens geworden is, dan wist Hij evenmin als wij op voorhand alles wat Hem in het leven te wachten stond. Ook Hij moest zijn weg zoeken, uitzoeken wat Zijn levensopdracht was. En wanneer we de Evangelies aandachtig beluisteren of lezen, dan merken we ook dat Hij net als iedere mens regelmatig aarzelt, dat Hij zich terugtrekt om na te denken: 40 dagen in de woestijn met de bekoringsverhalen; de stap naar het doopsel door Johannes de Doper, het antwoord aan Zijn moeder op de bruiloft van Kana (‘Mijn uur is nog niet gekomen’).
Dus waarom ook niet hier? Hij zoekt wie Hij is, welke weg Hij moet volgen en wat de consequenties daarvan zullen zijn en Hij zoekt inspiratie en kracht bij andere ‘bergbeklimmers’ zoals Hij: Mozes en Elia en vindt er de bevestiging van wat Zijn weg moet worden. En dat wordt bevestigd door de stem die zegt ‘Dit is Mijn ge-liefde- Zoon, in Hem vind Ik vreugde: luister naar Hem’. De bevestiging ligt in de Liefde!
Het is geen louter hoog-spiritueel onderonsje… want Jezus heeft drie leerlingen meegenomen: Zijn oudste vrienden, de eerste leerlingen die Hij geroepen heeft. Is dat ook niet iets heel menselijk, dat wij bij heel belangrijke keuzes mensen nodig hebben die ons kennen, die we vertrouwen, die ons eventueel later kunnen helpen en steunen? Die drie vrienden zien de verandering (Transfiguratie) in Hem op het moment dat Hij de keuze maakt naar Jeruzalem te gaan; maar ze begrijpen nog lang niet wat de consequenties daarvan zullen zijn (daarom moeten ze nog zwijgen). Eerst moeten ze terug naar beneden…
En wij? Ook wij moeten regelmatig écht tijd maken om de dubbele weg te gaan: berg op, om stil te staan en te luisteren naar onze roeping, onze opdracht; om na te denken wat wij met onze mogelijkheden én beperkingen aan kunnen, niet alleen als we jong zijn, maar héél ons leven! Dat moeten we niet alleen doen: net als Jezus is het belangrijk dat ook wij altijd weer voorbeelden zoeken: ‘Bergbeklimmers’ die ons inspireren én vrienden die een stuk met ons kunnen en willen meegaan. En boven op onze berg moeten we proberen de ballast die we meezeulen achter te laten om opnieuw verbinding te vinden met de bron van alle leven: God die Liefde is.
Maar uiteindelijk gaat de weg altijd terug naar beneden: ‘down to Earth’ terug naar de realiteit: want het is daar dat wij altijd weer onze basisopdracht waar moeten maken en dat is - geïnspireerd en gesteund door anderen - in, met en door ons leven die Liefde van God handen en voeten te geven.
Het moge zo zijn.
* Later zal deze berg geassocieerd worden met de berg Tabor; een hoge, bolvormige berg niet zo ver van Nazareth. Door het verband dat gelegd wordt tussen het Evangelie van vandaag - waarin de 3 leerlingen ervaren dat Jezus’ goddelijkheid getoond wordt (wat de betekenis is van ‘Transfiguratie’ ) – wordt de Tabor net als de Horeb/Sinaï een berg van macht en goddelijkheid, een spirituele plaats dus.