Homilie zondag 12 juli 2026
Beste mensen,
Velen onder u zullen waarschijnlijk de mooie goudkleurige kader al gezien hebben die in de tuin van Rustenborg opgesteld staat en letterlijk voor de omkadering van een natuurlijk kunstwerk dient. Al naargelang hoe je gaat staan zie je een stilleven van planten en … onkruid. Want de mooie rode klaprozen die welig tieren zijn wel degelijk akkeronkruid.
De tuin is voor de rest goed onderhouden en vrij van onkruid maar op dat stukje veld mag het in al zijn glorie gewoon groeien tussen de rest. Het is onbedoeld een beeld geworden van wat er in het evangelie van vandaag wordt verteld. In een zorgvuldig gezaaid tarweveld ontdekken de knechten onkruid. Zoals het goede knechten betaamt vragen zij aan de Heer of ze het niet beter zouden verwijderen.
Hoe zijn we zelf wanneer het onkruid in onze tuin woekert? De meesten zullen meteen beginnen wieden. Ik kan nochtans uit eigen ervaring vertellen dat je daar beter mee oplet want er is al menig plant gesneuveld omdat we dachten dat het onkruid was.
Laat dat nu net de boodschap zijn van Jezus. Hij wil met dit verhaal iets zeggen over het hart van God. God is niet onverschillig tegenover het kwaad, het onkruid. Het kan niet anders dat Hij ziet wat mensen elkaar aandoen, de pijn, de onrechtvaardigheid, de wonden die worden geslagen. Maar God werkt anders. Hij vernietigt niet, maar geeft ruimte en wacht. Hij heeft geduld met ons en met Zijn schepping.
Hoe zit dat bij ons? Wij mensen groeien allemaal op met een rugzak en bij de ene is die al wat zwaarder dan bij de andere. Maar die rugzak is meestal bepalend voor de rest van ons leven. Het is moeilijk voor anderen om bepaald gedrag te kaderen. Er zit misschien een zware steen in die rugzak, die al jarenlang wordt meegesleurd en waarin kilo’s frustratie en verdriet zitten. Soms uit zich dat in vervelend gedrag. Misschien blijft dan net dat vervelend stukje plakken en hebben we te weinig inzicht, moed of lef om zoals bij die kader in Rustenborg het eens van een andere kant te bekijken.
In de eerste lezing hoorden we dat we barmhartig moeten zijn. Dat is niet voor iedereen gemakkelijk. Wij willen meestal duidelijkheid. Wij willen weten wie goed is en wie fout. We willen soms de wereld verdelen in tarwe en onkruid. Beseffen we dan dat er in ons eigen hart ook tarwe en onkruid samen groeien? Er zijn momenten dat we liefdevol zijn, vergevingsgezind, bereid om te helpen, maar er zijn ook woelige tijden, momenten van twijfel, van boosheid, van eigenbelang. Van woorden die pijn doen en kansen die blijven liggen. Ons leven is nu eenmaal geen perfect aangelegde rozentuin.
En dan heb ik het nog niet over het onkruid dat zich met grote kracht en snelheid in onze wereld verspreidt. Het onkruid van angst, dat kwistig gezaaid wordt, het onkruid van haat tegen alles wat niet binnen het plaatje past, het onkruid van wantrouwen tegen wie anders zijn dan wij.
Jezus vraagt ons om voorzichtig te zijn. Niet omdat alles zomaar goed is. Niet omdat er geen kwaad meer zou bestaan. In die utopie moeten we niet geloven. Hij vraagt ons om niet voortdurend het onkruid bij anderen aan te wijzen maar wel om goed zaad te zaaien in de vorm van woorden van hoop, daden van liefde, vergeving waar het mogelijk is, geduld waar het nodig is. Mensen veranderen niet door een hard oordeel, integendeel hun hardheid wordt mogelijk sterker. Het kan gebeuren dat iemand verandert en vooral groeit omdat een ander (al dan niet met een hoofdletter a) in hem of haar blijft geloven, wat er ook gebeurt.
De hoop van het evangelie ligt erin dat wij mogen geloven dat wanneer wij goed zaad zaaien aan het eind van de oogst het kwaad niet het laatste woord zal hebben. Vandaag mogen wij vooral luisteren naar de uitnodiging om te groeien en om elkaar te laten groeien. Om God toe te laten in de akker van ons hart. Om het goede te verzorgen dat Hij in ons hart heeft gelegd. Om geduld te hebben met onszelf en met elkaar.
Want waar Gods geduld ruimte krijgt, daar kan nieuw leven ontstaan. Het moge zo zijn.