Homilie zondag 7 juni 2026: Sacramentsdag
Lieve mensen,
Elke zondag is eigenlijk de wekelijkse paasdag van de christenen, het vieren van de overwinning van het leven op de dood. Maar twee voorbije donderdagen hebben reeds een even belangrijke plaats tussen die zondagen nl. Witte donderdag en Hemelvaartsdag. Het zijn beide afscheidsfeesten: het Laatste Avondmaal, juist voor lijden en dood van Jezus, en de dag van Zijn thuiskomst in Gods heerlijkheid. Afscheid, maar ook telkens met de belofte van blijvende aanwezigheid: “Als teken van mijn aanwezigheid schenk Ik u mijn Lichaam, Vlees en Bloed, en mijn Geest”.
Ik zei 2 donderdagen, maar het zijn er dus 3: Sacramentsdag, zoals we deze zondag noemen, heeft een vaste plaats op de 2° donderdag na Pinksteren, ook een donderdag omwille van die link met de 2 andere: de aanwezigheid van Christus in brood en wijn, tijdens en nà de viering. Het enige sacrament zelfs waarin Christus zelf aanwezig is. Symbool en realiteit zijn onlosmakelijk verbonden, sacrament in de volle betekenis van het woord, symbool voor werkelijkheid. Een hostie blijft maar een schijfje brood, als we daar niet het gegeven leven van Jezus in zien. Vroeger, tot in 1974, was deze donderdag overal een verlofdag! Ik deed ooit mijn eerste communie op Sacramentsdag. Nu is het in ons land geen vrije dag meer. We moeten dan misschien wel op het extra feestelijke inboeten, maar het blijft een bijzondere dag.
“Geef ons heden ons dagelijks brood”, bidden we in het Onze Vader, maar het mag voor ons ook iets meer zijn! Niks mis mee! We vragen dat ons leven goed zou zijn, dat we gezond zouden zijn, goede leefomstandigheden en dat we van ons dagelijks leven zouden kunnen genieten. Wij verdienen goed ons brood, zeggen we dan. Maar onze bede om ons dagelijks brood sluit ook direct aan bij wat Jezus zegt tot het volk: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid.”
We weten wat het betekent te eten van het levende brood dat Jezus is: Zijn leven-gevend voedsel is leven naar zijn woorden en daden van liefde, vrede en vreugde voor alle mensen. Dat is leven voor God en voor elkaar. Dat is liefhebben, dat is kunnen vergeven, dat is aandacht hebben voor ouden en zieken, voor vrienden, maar ook voor vijanden, voor buren maar ook voor mensen veraf. Ons “Amen” bij het aannemen van de hostie is dan ook een statement: ik wil mij voeden aan Christus.
De tekst van het evangelie situeert zich bij de broodvermenigvuldiging, of liever: brooddeling! Delen en geven! We horen dat de joden onder zijn toehoorders niet verstaan, niet kunnen aannemen wanneer Jezus zegt: “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven.” Hij geeft zich als totale mens, maar zij kennen de spijswetten in verband met vlees, bloed en brood. Bloed drinken kon niet, het moet zelfs uit het vlees verwijderd worden. Bloed is leven, want als je leegbloed ben je dood. En het leven behoort God toe. Ze weten wel dat Hij dat niet letterlijk bedoelt, maar nemen aanstoot aan zijn woorden.
Als Hij zegt dat ze moeten leven volgens zijn woorden en zijn daden van liefde en vrede, want dat Hij door zijn Vader in de hemel is gezonden om die liefde en die vrede onder de mensen te brengen, dan gaat dat er niet in. Wie denkt Hij wel dat Hij is? Hij is toch maar de zoon van de timmerman? Hoe durft Hij zich de Zoon van God noemen? En het levende brood dat uit de hemel is neergedaald? Alhoewel de verhalen van het manna hun telkens doorverteld werden, hoe God hen in de woestijn niet van honger en dorst liet omkomen! Wellicht is het een heel begrijpelijke reactie van Jezus’ toehoorders. Geen Sant in eigen land!
Lieve mensen, de diepgang van Sacramentsdag is: dat God, dat Jezus als levend voedsel onder ons aanwezig is. Voedsel dat bij manier van spreken niet opgesloten blijft in het tabernakel, maar voedsel waarvan Jezus uitdrukkelijk zegt: “Blijf dat dit doen om Mij te gedenken.”
Amen, het moge zo zijn.