Homilie zondag 6 september 2026
Beste mensen,
Elke evangelist vertelt op zijn manier de verhalen waarover hij beschikt en hij heeft daarbij de gemeenschap voor ogen, tot hij wie zich richt. Mattheus heeft veel uitspraken van Jezus ordelijk geschikt in vijf grote redevoeringen:
- Bergrede: zalig zijt gij als ...
- Zendingsrede: Hij zendt zijn leerlingen 2 aan 2 op pad om Zijn woord te brengen
- Parabelrede: het ontstaan en de groei van het Rijk Gods, tarwe en onkruid
- Kerkelijke rede: over gemeenschap, vergeving
- Eschatologische of Olijfbergrede: over de eindtijd, waakzaamheid.
Het achttiende hoofdstuk wordt de kerkrede genoemd, het leven in gemeenschap. Ik zou misschien moeten beginnen met te zeggen: deze homilie berust zeker niet op waargebeurde feiten of personen! Mens-zijn is samenleven met anderen, het is deelnemen aan een of meerdere gemeenschappen binnen de grote mensengemeenschap. Gemeenschappen die nu allemaal weer opstarten, nu de vakantie gedaan is: school, jeugdbeweging, sport, muziek- en kunstacademie, parochieleven, ... , maar evengoed alle sociale bewegingen en verenigingen.
En in elke gemeenschap rekent op de inbreng en de waarde van elkeen. We kennen allemaal het “mopje” hoe twee egeltjes met elkaar omgaan: heel voorzichtig! Maar bij mensen is dat ook zo: elke mens heeft ook ergens wel wat stekels. Het is niet altijd eenvoudig om behoedzaam met elkaar om te gaan. Waar mensen zijn wordt er ‘gemenst’, daar wordt gesukkeld, daar zijn spanningen en loopt het soms verkeerd. Gewild en ongewild kunnen mensen elkaar pijn doen. Er is oorlog en onrecht. Er is onkruid tussen de tarwe.
“We kunnen niet zonder de ander”, zong Zjef Vanuytsel, “omdat je alleen geen haat, maar ook geen vriendschap verkrijgt”. Maar soms zouden we de ander ver weg wensen, ver van ons, zoals anderen het op hun beurt over ons denken en wensen. Als we zelf in de fout gaan, rekent de ander op onze verontschuldiging, maar hoe moet het als de ander in de fout gaat?
Zowel in de eerste lezing als in het evangelie wordt er ons op gewezen dat we mensen die fouten maken daar moeten op wijzen. De Heer schudt ons wakker met de profeet Ezechiël. Deze zegt tot ons: “Gij, mensenkind, als wachter heb ik u aangesteld”.
Maar anderen terechtwijzen, doen we dat graag? Durven we dat? De vraag is of en hoe daarop gereageerd wordt. Het is zeker niet ondenkbaar dat we zelf terechtgewezen worden met vragen als: “Waar bemoei jij je mee? Is dat soms jouw zaak? Wie denk jij wel dat je bent?”
Draag zorg voor je broer en zus, zegt de Heer. Maar zelf houden we er niet van dat een ander zich moeit met onze zaken. Privacy wordt hoog aangeschreven. Kritiek anoniem on-line daarentegen gaat des te vlotter.
En als wij, wie zondigt, er moeten op wijzen, dan mogen wij toch de keren niet vergeten dat wij zelf te kort schieten. Jezus had vroeger al gesproken van hen die de splinter willen verwijderen
uit het oog van een broeder of zuster en zelf de balk in eigen oog niet te zien. Lijkt een beetje tegenstrijdig!
Jezus beveelt eerst een delicaat gesprek aan onder vier ogen, zonder dat dit een doofpotoperatie wordt. De drang om iemand al te vlug aan de schandpaal te plaatsen is zeker niet zijn houding.
En horen we wel het juiste zeggen? Wie maar één klok hoort, hoort maar één klank. Vermijd het lichtzinnig oordeel, en hoor eerst heel de beiaard! Omdat de waarheid bevrijdt, moeten we bereid zijn haar onder de ogen te zien. Soms kan een vijand ons hierbij nog meer helpen dan een vriend. Wij hebben meer aan de vijand die ons de waarheid zegt dan aan de vriend die zwijgt.
Jezus eindigt met een heel hoopvol woord: “Waar twee of drie verenigd zijn in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden.” En als Jezus in ons midden is, weten we dat we eensgezind zijn in ons doen en denken, en dat we proberen te leven naar zijn gebod van liefde, vrede en vreugde. Wat zou het goed zijn als we daarin zouden slagen. Waar een tweetal zich met elkaar verzoent, ontstaat een sterke kern. Dit woord is niet gezegd opdat wij zouden berusten in een kleine groep. Twee of drie is al een goed begin, maar laten we hopen, werken en bidden opdat groepen, die samenkomen in Zijn naam, opnieuw mogen groeien.
Het moge zo zijn.