Homilie zondag 11 oktober 2026 - Naamopgave Kring 12: Geroepen bij je naam om ‘Samen op weg’ te gaan
Beste Kring 12-ers, ouders, lieve mensen allemaal,
Er komen in deze viering vandaag wel heel wat dingen bij elkaar. Toch zijn die – niet alleen voor Kring 12 – maar voor ons allemaal in twee grote ‘thema’s’ op te splitsen.
Het jaarthema van Kring 12 ‘Samen op weg’ slaat niet alleen op de weg die jullie, toekomstige vormelingen, dit jaar in jullie groepje en met de andere groep, met de catechisten en hulp-ouders samen gaan afleggen, tot de dag van jullie vormsel. Het zegt ook iets over hoe jullie dat ook samen met jullie ouders, broers, zussen, mogelijk ook peter en/of meter gaan proberen. Tegelijk gaat het ook over hoe heel deze gemeenschap hier evenzeer op die zelfde weg wandelt én het gaat ook over leren ontdekken hoe God, hoe Jezus eveneens mee op weg gaat … dat zijn heel veel ‘samens’!
Maar ‘Samen op weg’ is tegelijk ook veel ruimer: wij mensen zijn allemaal op elkaar aangewezen. Wij kunnen maar mens worden en mens zijn als wij met anderen verbonden zijn; als we samen vreugde kunnen delen maar ook elkaar dragen in verdriet zoals de mensen die hier vandaag in het bijzonder zijn omdat ze vorige maand of nog vroeger iemand hebben moeten afgeven die hen heel dierbaar was.
Zo samen op weg zijn, dingen met elkaar delen, zoeken naar antwoorden op belangrijke vragen in ons leven en weten dat we daarin niet alleen staan; elkaar helpen en steunen én meer en meer ontdekken dat we daarvoor worden samengeroepen en daarin ook gedragen worden door God en samenkomen om dat te vieren, dat is wat wij hier doen: dat is Kerk-zijn (komt van ek-kaleo: samen geroepen worden).
En zo zit in dat woordje Kerk ook het andere belangrijk thema van vandaag namelijk ‘geroepen worden’. En in de eerste lezing, de roeping van Samuël, werd toch wel duidelijk dat het niet zo vanzelfsprekend is om te horen dat je geroepen wordt en door wie. Soms is dat ‘niet horen’ een trukje: iedereen speelt wel eens ‘Oost-Indisch’ doof, om te ontsnappen aan iets dat ie niet graag doet. Volgens Van Dales Groot Uitdrukkingenwoordenboek (2006) komt de uitdrukking Oost-Indisch doof zijn uit de negentiende eeuw:
1. in Nederlands-Indië was het erg warm. De Indische bevolking vond het vaak té warm om te werken en deed dan alsof ze de opdrachten van hun Nederlandse bazen niet goed hoorden.
2. Indische vorsten hadden een hekel aan de Nederlandse overheersers en deden daarom regelmatig alsof ze opdrachten niet begrepen en wisten zo vaak uitstel te krijgen voor klussen waar ze geen zin in hadden.
Maar bij Samuël ging het er niet om dat hij iets niet graag deed. Toen hij zijn naam hoorde liep hij direct naar Elia om te vragen wat hij moest doen. Het probleem was dat Samuël de stem van ‘De Heer’ nog niet kende ook al omdat die steeds minder gehoord werd.
Dat is vandaag nog veel meer dan toen het geval: er komen zoveel vragen, keuzes, zoveel dingen op ons af dat we er wel eens moe en soms zelfs moedeloos van worden. Maar God roept ons door Jezus allemaal bij onze naam om ons te helpen bij het vinden van een goede weg, een weg die ons gelukkig maakt, die ons samen brengt niet om te vechten maar om in vrede en verbondenheid te vieren en zorg te dragen voor elkaar en voor de schepping.
En wij allemaal - maar vandaag vooral toch jullie, meisjes en jongens van Kring 12’ - worden uitgenodigd om mee te doen: Wij hopen dat jullie ‘ja’ zeggen, niet alleen voor vandaag, voor dit Kringjaar, maar voor veel langer!
Het moge zo zijn.