Homilie zondag 30 augustus 2026
“Heer, Gij hebt mij verleidt en ik liet mij verleiden; Gij waart mij te sterk”. Dit gebed van Jeremia uit de eerste lezing zet ons aan het denken met betrekking tot de psychologie van de bekoring. Verleidingstechnieken, daar worden we allemaal mee geconfronteerd. Gehaaide commerçanten hanteren verbluffend geraffineerde knepen om hun producten aan de man te brengen. Deze bieden garanties voor een geslaagd, gezond en gelukkig leven, maar zijn al te vaak volstrekt overbodig.
Verleidingstechnieken zouden echter weinig succes hebben, moesten ze geen geheime bondgenoot hebben in ieder van ons. Ze spelen in op ons gevoel van onbehagen en ontevredenheid. Voeg dit of dat product toe aan je leven en het vervelend onbehagen wordt weggenomen: dat is de onderliggende boodschap. Onbehagen is een door en door menselijke gewaarwording. Ieder mens zoekt naar zin en geluk en wanneer die ontbreken, treedt onbehagen op.
En ook onze God, net als die reclamejongens, speelt in op ons onbehagen. Ook Hij is een verleider. Het enige verschil is dat God verleidt, niet om er zelf beter van te worden maar opdat wij een volheid van geluk zouden smaken. De vraag is: willen wij ons door God laten verleiden?
De mens is gemakkelijk te bekoren en dit kan zowel goed als slecht uitpakken. Reeds op de eerste pagina’s van de Bijbel, in het scheppingsverhaal, kijkt de mens met begeerte naar de verboden vrucht van de boom die midden in de tuin staat om er uiteindelijk ook van te eten. Wat er na de overtreding van het gebod in de Bijbel verder verteld wordt, kan gelezen worden als één groot epos van een verleidende God die zijn gevallen maar zo geliefd schepsel weer voor zich wil winnen. Zijn favoriete verleidingstechniek is zijn Woord. Met zijn Woord wil God mensen tot bekering brengen maar vooral tot inkeer. Dat woord laat Hij door profeten verspreiden (Oude Testament). Een ander significant verschil tussen God en de publiciteits-jongens is dat God niet schreeuwt. Zijn Woord werkt in ons is als een zacht gefluister. Niet in de storm, niet in de aardbeving, niet in het vuur, maar in het suizen van een zachte bries, werd Elia zijn aanwezigheid gewaar. De stem van God is als de stem van ons geweten.
Zoals gezegd is de Bijbel, dat Woord van God eigenlijk, een boek vol verleidingen. En God drijft zijn verleidingen nog verder op: zijn enige Zoon, zijn oogappel, laat Hij mens worden in Jezus Christus. Jezus is de nieuwe vrucht die groeit aan de boom van het verloren paradijs. Het hout van Golgotha werd al door de kerkvaders vereenzelvigd met de boom van de kennis van goed en kwaad. Geen vrucht zonder boom.
Vandaar dat Jezus zo fel tegen Petrus reageert die een Jezus wil zonder kruis, een vrucht zonder boom: “Gij laat u leiden door menselijke overwegingen, maar niet door wat God wil.” Jezus is de Mens die zich wel laten leiden door wat God, zijn Vader, wil. Met open armen sterft Hij op het kruis, de nieuwe ‘boom des levens’. In zijn dood en verrijzenis heropent Hij voor ons de toegang tot het paradijs.
Wie van ons is zo gek dat Hij zich laat verleiden door deze verleidende God? Wie is zo dwaas dat hij zijn leven verliest om het te vinden? In iedere mens die wij ontmoeten fluistert onze God verleidelijk zachtjes in ons oor. Stellen wij ons echt open? Luisteren we echt wanneer God met ons in contact wil treden? Want Hij spreekt in ons hart en wij horen Hem wanneer we stil en aandachtig worden.