Homilie Onze Lieve Vrouw ten hemel opgenomen - 15 augustus 2026
“Toen God moeders schiep”
In de tekst die ik vandaag ga lezen, vertelt de Amerikaanse schrijfster Erma Bombeck hoe een engel in gesprek gaat met God op het moment dat die bezig is met het scheppen van “de moeder”.
De engel stelt daarbij soms vrij kritische vragen …
Toen God de moeders aan het scheppen was en al zes dagen had overgewerkt verscheen er een engel die zei:
“U maakt van deze wel een heel gepeuter.”
De Heer zei: “Heb je de aanwijzingen voor deze bestelling wel gelezen?
Ze moet volkomen wasecht zijn, maar niet van plastic…
Ze moet 180 beweegbare delen hebben,
die allemaal vervangen kunnen worden,
op zwarte koffie en kliekjes kunnen werken,
een schoot hebben die verdwijnt als ze gaat staan,
een kus die alles kan helen
- van een gebroken been tot een ongelukkige liefde -
en zes paar handen.”
De engel schudde langzaam het hoofd en zei:
“Zes paar handen? Dat lukt nooit.”
“De handen zijn het ergste niet”, zei de Heer.
“Het ergst zijn die drie paar ogen die moeders moeten hebben.”
“Hoort dat bij het standaardmodel?” vroeg de engel.
De Heer knikte.
“Eén paar dat door gesloten deuren kan kijken als ze vraagt:
‘Wat voeren jullie daar uit?’
terwijl ze het al weet.
Een ander paar in haar achterhoofd,
dat ziet wat zij niet hoort te zien, maar toch behoort te weten.
En dan natuurlijk de ogen van voor, die naar een kind kijken
als het zich in nesten heeft gewerkt en die dan zeggen:
‘Ik begrijp je en ik hou van je’, zonder één woord te spreken.
“Heer”, zei de engel terwijl hij lichtjes zijn mouw aanraakte,
“ga toch naar bed. Morgen komt er weer een …”
“Ik kan niet”, zei de Heer, “Ik ben al zo ver gevorderd.
Ik heb er nu al één die zichzelf geneest als ze ziek is,
die een gezin van zes personen kan voeden met een paar gehaktballen
en die een kind van negen ertoe kan krijgen
dat het onder de douche gaat.”
De engel liep heel behoedzaam om het model van de moeder heen
en zei met een zucht: “Het is te teer.”
“Maar taai”, zei de Heer opgewonden.
“Je kunt je niet voorstellen
wat deze moeder kan doen en doorstaan.”
“Kan zij denken?”
“Niet allen denken,
maar ook overreden en schipperen” zei de Schepper.
Tenslotte bukte de engel zich
en liet een vinger over de wang glijden.
“Er zit een lek”, zei de engel.
“Dat is geen lek”, zei de Heer, “dat is een traan.”
“Waar dient die voor?”
“Die is voor blijdschap, verdriet, teleurstelling,
pijn, eenzaamheid en trots.”
“U bent een genie”, zei de engel.
De Heer keek somber.
“Ik heb die traan niet aangebracht…”