Homilie zondag 23 augustus 2026
Lieve mensen,
Wie herinnert zich nog de korte periode van de Falklandoorlog in 1982 tussen het Verenigd koninkrijk en Argentinië. Naast of beter door die oorlog was er merkwaardig ander nieuws: er werden in die tijd een ongewoon groot aantal bijbels verkocht en er gingen plots meer mensen weer naar de kerk. Je hoorde het vroeger wel vaker zeggen: "’t Moest maar eens terug oorlog worden, de kerken zouden snel terug vol zitten!" Er is heel wat oorlog, niet zo ver van hier, maar voller geraken onze kerken niet echt, hé? De vraag is of ‘angst voor de toekomst’ wel een goede reden is om naar hier te komen?
In de eerste lezing hoorden we dat Eljakim aangesteld zal worden als een vader voor Jeruzalem en het volk van Israël: "Hij zal bevestigd worden als een stevige pin in de grond", staat er. Mensen hebben nood aan zekerheid, aan verankering, aan vaste grond en het is begrijpelijk dat men in angstaanjagende tijden teruggrijpt naar wat in het verleden veiligheid bood. We zouden spontaan kunnen zeggen dat Jezus dat ook deed toen Hij – nog voor de moeilijke tijd van de tocht naar Jeruzalem, waar Hij de kruisdood zou sterven – Petrus een andere naam gaf: "Kefas" , "steenrots" en hem aanstelt als leider voor de kudde die een woelige en harde tijd tegemoet gaat.
Maar als we goed luisteren en kijken naar de geschiedenis, zien we een groot verschil tussen het gebeuren met Eljakim in het Oude Testament en de aanstelling van Petrus in het Nieuwe Testament. Beiden leefden in een woelige tijd, maar Eljakim zal vrede brengen. Jezus, Petrus en de leerlingen leven ook in een woelige tijd maar ‘christen worden’ bracht nog meer gevaren dan er al waren: kruisiging, vervolging, marteldood, … en dat ruim 3 eeuwen lang. Waarom kozen er dan toch zoveel mensen voor om christen te worden? Wat was er zo speciaal?
Is het toeval of moest het zo zijn? Op het opendeurweekend van de Trapistinnen in Brecht, kocht ik het boek "Waar draait het om als je christen bent?" van Timothy Radcliffe. En reeds in de eerste bladzijden van het boek kreeg ik a.h.w. een antwoord op die vraag. Een anonieme christen schreef in de tweede eeuw: "Christenen verschillen niet van woonplaats, taal, zeden, niet in een leer uitgevonden door het verstand (zoals de Griekse filosofen). Ze wonen in heel verschillende steden, volgden de gewoonten van het land in voeding en kleding. Ze hebben geen heel speciale levenswijze, maar wat was er dan anders?"
Tertullianus (een geleerde en door de protestanten erkende Kerkvader die leefde tussen 160 en 230 na Christus) schreef in de 2de eeuw ook zijn antwoord op die vraag, nl: "Mensen waren verbaasd over hoe christenen van elkaar hielden". En dát is volgens mij de kern van het Evangelie van vandaag en ook de opdracht die voor ons ligt: Petrus is geen rots omdat hij een goede vechtersbaas is, een straffe geleerde, een bijna volmaakte mens die geen fouten maakt; in tegendeel: hij is vaak een driftkop die soms handelt voor hij nadenkt, die zegt te vertrouwen maar dan twijfelt, die Jezus de les wil spellen maar die diezelfde Jezus die hij (h)erkent als de Messias, de Zoon van God ook drie keer zal verloochenen. Waarom kiest Jezus hem dan uit?
Omwille van de LIEFDE! De liefde die spreekt over de inzet van Petrus, zijn berouw voor de fouten die hij maakte en zijn pogingen een beter mens te worden; maar vooral zijn onvoorwaardelijke trouw aan Jezus, zijn onwankelbaar geloof in Hem en in de Vader, die God van Liefde waarover Jezus predikte in Zijn woorden maar die Hij meer nog voorleefde in Zijn daden. Jezus weet dat Petrus Hem trouw is en zal blijven – kome wat komt – maar vooral dat hij Gods Liefde zal verkondigen in woord en daad.
Als wij willen dat mensen geïnteresseerd geraken, geboeid worden in en door ons geloof, in de Vader en Jezus, in onze gemeenschap, dan moeten wij geen spectaculaire dingen doen, geen grootse fascinerende shows in elkaar steken. Neen, dan moet gewoon onze liefde, Gods Liefde, in en door ons duidelijk zichtbaar worden. Dan moeten wij ervoor zorgen dat mensen nieuwsgierig worden en zich aangesproken voelen omdat ze zien hoe wij – al is het met vallen en opstaan – oprecht van elkaar houden!
Laat we er samen werk van maken! Het moge zo zijn. Amen.