Homilie zondag 26 juli 2026
Lieve mensen,
De evangelist Mattheus was niet alleen een goede ooggetuige, maar ook een goed verslaggever en auteur. Hij geeft ons een duidelijke weergave van de parabels of gelijkenissen die Jezus vertelde over het Rijk Gods. Verhalen voor eenvoudige mensen over dagelijkse dingen, soms aan de mensenmassa verteld, soms alleen aan de leerlingen.
Die verhalen over Gods Rijk zijn ooit liturgisch verdeeld over 3 zondagen. Vandaag hebben we de laatste parabels gehoord in een reeks van zeven. Vooral deze vijf zijn gekend:
het Rijk der hemelen is zoals:
- de zaaier
- het onkruid tussen de tarwe
- het mosterdzaadje
dan die twee van vandaag:
- de schat in de akker
- de parel
en nog twee minder gekende:
- gist of zuurdesem in de bloem
- het sleepnet met de vissen.
Ze tonen aan hoe Gods koninkrijk klein begint, groeit in de wereld en uiteindelijk van onschatbare waarde blijkt. Bij de zaaier wordt het Woord van God gezaaid en valt op verschillende soorten grond. Alleen op goede grond, op vruchtbare bodem komt het tot volle bloei. Het onkruid tussen de tarwe: goed zaad en onkruid groeien samen op. Pas bij de oogst (het einde der tijden) worden ze van elkaar gescheiden. Het mosterdzaadje: het Rijk Gods begint heel klein, maar groeit uit tot de grootste van alle planten, waar vogels in kunnen schuilen. Het zuurdesem: zelfs een heel klein beetje gist (het Rijk Gods) doorzuurt de hele massa deeg. Het Rijk Gods dringt stilletjes door in heel de wereld.
Vandaag horen we in twee gelijklopende verhalen hoe iemand de waarde van een verborgen schat of een kostbare parel herkent, met andere woorden: het woord van God, en daar alles voor over heeft, al het ander is onbelangrijk. Het zit soms verborgen onder een hoop aardse bekommernissen, die je eerst moet kunnen los laten. Je kan er lang naar zoeken, of bij toeval vinden.
Tenslotte is er nog de parabel van het sleepnet: het net wordt in zee geworpen en verzamelt allerlei vissen. Eenmaal op de kant worden de goede vissen bewaard en de slechte weggegooid.
Het Rijk Gods begint met het zaaien, het brengen van een boodschap, voor iedereen. Er zijn er die ze aannemen en er zijn er die ze verwerpen. Dan komt er de kwantitatieve groei: het mosterdzaadje, de grootte, het aantal, maar er is ook een kwalitatieve groei, de gist in het deeg, de intensiteit. Het wordt al dan niet op zijn waarde geschat, dat horen we in de parabels van vandaag, de parel en de schat.
Aan het einde van de tijd zal er een onderscheid zijn tussen goed en kwaad: de gelijkenissen van het onkruid en de vissen. Tussen de regels door vinden we in die gelijkenissen ook nog andere dingen zoals bv geduld bij het zaaien, bij het vissen, het goddelijke geduld, maar ook een deugd voor mensen onder elkaar.
Ook het werk dat er aan te pas komt, het zaaien, het vissen is belangrijk en vraagt aandacht en focus. Het mosterdzaadje en het gist gaan over de groei, de dynamiek. De parel en de schat gaan dan eerder over stabiliteit en trouw, zich door niets laten afleiden.
We moeten dus tegelijk open staan voor alle goeds dat op ons afkomt en toch standvastig blijven aan wat ons is overgeleverd. Openstaan voor de groei naar steeds nieuwe en ruimere uitingen van liefde, maar ook trouw blijven aan de onveranderlijke waarden van de waarheid. Maar we moeten niet kiezen tussen dynamiek of stabiliteit, tussen progressief of conservatief, tussen traditie en vernieuwing, we moeten van beide het beste maken. En hoe weten we dat? Zit er een beetje Salomon in ons?
Moest God aan nu ons vragen: "Wat wil je dat ik je geef? Geluk, gezondheid, beetje aangenaam leven …?" Ja, zeker, graag, maar ik denk dat wij waarschijnlijk ook gebaat zouden zijn met een dosis wijsheid. Je kent waarschijnlijk het gebed:
"God, schenk me kalmte,
om te aanvaarden wat ik niet kan aanvaarden,
moed om te veranderen wat ik kan veranderen,
en wijsheid om het onderscheid te kunnen maken."
Dit beroemde gebed van de Amerikaanse theoloog Reinold Niebuhr is een treffende omschrijving van de wijsheid waar koning Salomo in de lezing om vroeg. God schonk hem een “wijs en verstandig hart” dat hem in staat stelt de wensen van God en de mensen te verstaan en zo rechtvaardig te kunnen regeren. Ik durf vragen: Heer, geef ons vandaag en alle dagen een beetje van die wijsheid.
Het moge zo zijn.