Homilie zondag 31 mei 2026 - Feest H. Drie-Eenheid
Beste mensen,
Vandaag vieren we het feest van de Drie-Ene-God, de heilige Drievuldigheid, en ik merkte dat een duiding geven aan dit thema minder meeviel dan ik ingeschat had.
Nochtans getuigen wij ons geloof in die Drie-Eenheid een beetje routineus naar mijn gevoel, bijvoorbeeld in het kruisteken en de geloofsbelijdenis maar echt zicht geven op wat het nu betekent is moeilijk.
Ik geef moeiteloos toe dat ik in mijn zoektocht naar houvast en duiding toch vaak een zo duidelijk mogelijk beeld wil hebben van een situatie. Wanneer ik een boek lees, wil ik van de eerste paar bladzijden meegenomen worden in het verhaal, want anders wordt het niets. Ik moet deel krijgen aan het verhaal, het kunnen zien, horen, ruiken. Maar ons geloofsboek laat zich niet zomaar lezen als een roman. Het gaat meer over het geraakt worden door een passage, door een situatie, door het mysterie. En dan doet de Geest gewoon zijn werk.
Mijn oog viel op een korte bezinning van Leo De Weerdt. Hij zag in de Lebuinuskerk in Deventer drie lege stoelen op een rijtje staan en vertelt het verhaal dat hieraan vasthangt: “Is het goed dat een mens alleen blijft?” vroeg eens een leerling aan zijn meester. De meester antwoordde: “Eigenlijk heeft een mens drie stoelen nodig. Eén stoel om op te zitten wanneer hij alleen wil zijn met zichzelf, want wie het alleen-zijn ontwijkt, verliest vroeg of laat het contact met wie hij ten diepste is”. Dan zien we een tweede stoel, die ons uitnodigt om samen te zijn met een ander. Want zonder een vriend of een geliefde, zonder de mogelijkheid te beminnen én bemind te worden, kan een mens niet leven. En ten slotte een derde stoel, om de kleine kring van het ik en het jij open te breken, en gemeenschap te vormen met allen die op zoek zijn naar hun bestemming en naar verbondenheid
Als de Schrift zegt dat God de mens schiep naar Zijn beeld en gelijkenis, dan bieden de zojuist geschetste menselijke verhoudingen een getrouw beeld van God. God als oorsprong van alle leven; als metgezel (in Jezus van Nazareth) en als inspirerende Geestkracht in ieder van ons.
Tot zover het verhaal. Hoe kan dat voor ons vandaag klinken? De Vader (of ouder) die aan ieder van ons de ruimte geeft om te groeien. Stef Bos vertelde ooit over de link met het lied “Die mij droeg op adelaarsvleugels”. Hij zegt “God kiepert ons uit het nest en gooit ons de ruimte in. Als we krijsend vallen, vangt Hij ons op met Zijn vleugels net zolang totdat we de ruimte aankunnen.” Hij noemt dat bijbels vaderschap: je kinderen leren de ruimte aan te kunnen. “Alles doordringende ruimte, vrijheid scheppende ruimte, ogen zoekende ogen, wijde armen die klaar zijn om je te ontvangen en je te laten thuiskomen, …”: omschrijvingen van God-Bevrijder, Schepper, Vader, Vriend. God: ruimte-in-persoon.”
En toch blijft het een levenslange zoektocht naar wat die Drie-Eenheid in ons leven kan betekenen. Tijdens een vakantie in Ierland, het land waar ik het dichtste bij mijn mystieke binnenkant kom, had ik net in een kerk gebeden om duidelijkheid: moest ik me in de toekomst verder of Jezus afstemmen of hadden enkelen die aan de stevigheid van mijn engagement twijfelden gelijk en moest ik nog een tandje bijsteken? Zonder een antwoord te verwachten, zetten we onze weg verder en, geloof het of niet (ik weet dat het echt gebeurd is), toen we dwars door een bos reden, zag ik een bordje naast de weg aan een boom hangen met als enige boodschap “Jezus is the way”. In the middle of nowhere kreeg ik een duidelijk antwoord op mijn vraag. Het gaf me meer dan ooit de bevestiging dat ik me mag toevertrouwen aan dat mysterie. Dat wanneer ik me afstem op God’s golflengte (mijn interne radio aanzet op de goeie golflengte) het juiste antwoord wel komt. Dat is voor mij de werking van de Geest.
Dat de Vader in ons herkenbaar is wanneer wij ons op elk-ander richten, de ander in het middelpunt plaatsen en niet onszelf. Dat we liefde geven én ontvangen. Dat we anderen ruimte geven en wie het nodig heeft liefdevol opvangen. Dat Jezus voor ons herkenbaar is wanneer wij naar Zijn voorbeeld regelmatig naar onze binnenkamer gaan en op zoek gaan naar de zin van ons bezig zijn, het waarom van ons doen en laten en Zijn manier van leven tot rode draad maken in het onze. Misschien vinden we de Geest, de Spirit in ons wanneer we de kracht en inspiratie voelen om “en toch” te blijven zeggen ook al hangt onze tong op onze tenen en lijkt het allemaal zo moeilijk. Dat we dan op onverwachte plekken (zoals een boom in Ierland) en op onverwachte momenten, boodschappen mogen krijgen dat de Geest springlevend is en wij allen levende getuigen mogen zijn van de Blijde Boodschap.
Het moge zo zijn.