Homilie zondag 1 februari
Lieve mensen,
Ik heb dit evangelie en deze homilie al meerdere keren gebracht bij een uitvaart. Je betrekt dan de zaligsprekingen op de persoon die zijn aardse leven heeft beëindigd. Vandaag klinken deze acht zaligheden op een gewone zondag, aan het begin van het jaar, wanneer we elkaar veel geluk wensen, aan het begin van het kerkelijk jaar, de vierde zondag en ook het begin van het openbaar leven van Jezus. Een soort beleidsverklaring dus. Vandaag niet verteld aan een treurende familie maar aan ieder van ons.
Voordien vertelde Mattheus al dat Jezus na zijn doop, en na de woestijnervaring rondtrok door kleinere dorpen van Galilea en er de blijde boodschap verkondigde, zonder echt de inhoud ervan uit te leggen. Eén zin was al wel duidelijk: “Bekeer u, want het Rijk der hemelen is nabij.”
En dan komt die 'Bergrede', niet alleen vandaag, maar ook de twee volgende zondagen. Berg is misschien zelfs een groot woord in die heuvelachtige streek. Maar Mattheus maakt hier een vergelijking met Mozes en de tien geboden. Alle belangrijke dingen in de bijbel gebeuren op een berg, tot de Calvarieberg toe! Deze Bergrede noemen we ook de zaligsprekingen. Het is zo iets als een levensprogramma, namelijk, maak werk van de tijd die je toegemeten is, en die je vrij mag invullen, waar alles een plaats krijgt, het goede, het blije, maar ook het kwade en het verdriet. En het is niet de bedoeling om de bestaande wet, de Thora, af te schaffen!
Dat wordt duidelijk gemaakt in acht eigenschappen of deugden, waarin iedereen iets kan vinden dat op zichzelf, of op de relatie met zijn naaste van toepassing is. Het is niet de bedoeling om ze alle acht perfect af te vinken.
Je kent allicht ook die officiële tekst van de zaligsprekingen: "Zalig de armen van geest, de treurenden, zij die honger hebben, zij die vervolgd worden, ... ", kortom, een moeilijk te bevatten boodschap. Want als ik aan 'gelukkig', 'zalig' denk dan denk ik bv. aan een warm dekentje rond mijn schouders, bij een vuurtje, met wat vrienden … of zoiets, in ieder geval een warm gevoel. Bij de officiële tekst niets van dat, je krijgt de indruk dat alleen wie niets heeft of kan, de hemelse zaligheid verdient. Is vervolgd worden, treuren een deugd? Is honger hebben, arm zijn of noodlijdend een deugd?
Het ligt bij deze tekst, zoals dikwijls het geval is bij de vertaling uit het Aramees - een taal waar geen klinkers bestonden - en wat hier vertaald is door 'zalig zijt gij', of 'gelukkig zijt ge'. Het heeft eigenlijk veel meer iets te maken met op weg gaan, een te volgen weg. En dan klinkt de boodschap plots veel helderder: je bent op de goede weg als je 'arm van geest bent', waarin niet je IQ bedoeld wordt! Wel: als je in alle eenvoud kan inzien en aanvaarden dat je maar een mens bent: een kleine mens, die veel goeds verwezenlijkt, maar ook fouten maakt, die behoefte heeft om liefde te ontvangen en ook liefde te geven. Deze zondag wordt soms ook 'nederigheidszondag' genoemd.
Je bent op de goede weg als je verdriet kunt hebben, om een harde wereld waarin zoveel fout loopt, geen eelt op je ziel, en als je probeert daar iets aan te doen. Als je nog kwetsbaar kunt zijn, verdriet kunt hebben omdat je onrecht ziet, leugen, bedrog. Dit verdriet houdt kracht in zich, het brengt verzet tegen dit onrecht. Maar je bent op de verkeerde weg als het je allemaal onverschillig laat.
Je bent op de goede weg als je zachtmoedig bent, dus moedig én zacht, fijngevoelig, mild en dat is best een moeilijke combinatie, als je kunt vergeten en vergeven. Misschien eentje waar we allemaal last mee hebben! We denken allemaal wel eens te gauw dat het gelijk alleen aan onze kant is, maar dan zitten we vlug aan de kant van macht en misbruik, de grote ik-zucht! Machtsmensen zullen nooit gelukkig zijn en veel anderen ongelukkig maken.
Je bent op de goede weg als je barmhartig bent, als je medelijden hebt met hen die in nood zijn, als je altijd klaar staat om hulp te bieden.
Het zijn duidelijk alle acht geen eigenschappen die heel populair zijn. Jezus zegt, daar op die berg, of als je wil, anno 2026: hierachter op het dorpsplein: "Gelukkig zijn jullie, nu al, omdat je op de goede weg bent." Maar nog meer: jullie doen het voor 'mensen', en precies daarom doen jullie het 'aan Mij', en 'omwille van Mij'. En wie aan Mijn kant staat: hij/zij bouwt mee aan het 'Rijk der Hemelen', aan hen behoort het 'Rijk der Hemelen'.
Amen, het moge zo zijn.
Kerst- en nieuwjaarswensen dreigen zoals steeds te verdwijnen in de drukte van de dagen en in het feestgedruis. Zij halen vaak niet het hart dat immers door zoveel wordt aangesproken. Daarom deze voorzichtige wensen, dichter bij de stille kant van het bestaan:
Dat je in het nieuwe jaar geen vreemde mag worden voor wie je nabij is, dat je niet doof zal zijn voor wie bij je komt aankloppen, dat je geen blinde zal worden voor wie je komt opzoeken om inzicht. Dat je de stilte mag zoeken en verwonderd kan vertoeven bij wat je niet kent, dat je geloven mag in wat nog niet zichtbaar is.
Dat daarin de boodschap van Kerstmis en de gelukkige verwachting van het nieuwe jaar zichtbaar mag worden en onverhoopte kwaliteit van leven bieden.