'Advent is dromen dat Jezus zal komen. Dromen van vrede voor mensen van heden. Advent is dromen dat Jezus zal komen.' Dit refrein van een bekend adventsliedje is een mooie samenvatting van waar het in de advent om draait: we wachten op de komst van Jezus Christus in deze wereld, we dromen van vrede want Jezus is diegene die vrede zal brengen.
Dromen en visioenen
Dat advent dromen is, wordt zeker bij de profeet Jesaja duidelijk. Alle teksten van Jesaja die we tijdens de advent horen, zijn visioenen over een toekomst die beter zal zijn dan de huidige tijd. Jezus komt en Hij zal zorgen voor een rechtvaardige, eerlijke wereld waar iedereen in broederlijkheid met elkaar samenleeft. Het is bijna een utopie: 'Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers, hun speren tot sikkels. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander en niemand zal nog oorlog voeren.' Maar die utopie mag er zeker niet voor zorgen dat we in slaap vallen en werkloos wachten. In de advent horen we dat wachten iets actief moet zijn: we moeten waakzaam zijn, 'want gij weet niet op welke dag uw Heer komt'. Wachten kan spannend zijn: er is iemand op wie je wacht. Als je wacht op iemand, verveel je je niet. Je hebt immers een doel. Ook wij hebben een doel in de advent: we wachten op een feest, het feest dat God mens is geworden in Jezus. En wij zijn niet de enigen die wachten. God wacht ook op ons. Hij wacht en droomt totdat wij ons volledig openstellen voor hem en zijn liefde.
Dromen van licht
In deze periode van het jaar merken we dat de dagen op hun kortst worden en de nachten op hun langst. De kracht van de zon neemt af en dat merk je ook aan de mensen: mensen reageren minder uitbundig, ze kruipen in dikke en donkere kleren. Ze lopen dichter bij elkaar, arm in arm om warmer te hebben. Door de duisternis zien mensen minder goed wat zich rondom hen afspeelt. Ze voelen zich vaak onveiliger en onzekerder in hun handelingen. Daardoor haasten ze zich naar plekken waar er meer licht is en willen snel naar huis. Ook onze Germaanse voorouders ervoeren dit en vonden deze tijd van het jaar bijzonder. Rond 22 december kwam het moment dat de zon bleek stil te staan. Voor de Germanen was het moment dat de zon een aantal dagen stilstond aan de hemel, de winterzonnewende, het heiligste feest van het jaar. Uit eerbied voor de stilstand van de zon lieten de Germanen alle arbeid rusten. Geen wagen- of spinnewiel mocht draaien. Symbolisch werd dit uitgedrukt door een met groen versierd wiel aan het plafond van de woning te hangen. Om de tanende zon te ondersteunen werden grote vuren aangestoken. Deze vuren waren ook bedoeld als grondige reiniging van zichzelf, van huis en haard, als afweermiddel tegen boze geesten van de duisternis en als onderstreping van de droom van het nieuwe jaar en de nieuwe zon.
Het christelijke dromen: de advent ...
In de geboorte van Jezus herkennen de christenen de menswording van God in de wereld. Hij is voor christenen een 'lichtend' voorbeeld om naar te leven. Jezus' daden worden door mensen als een 'licht' in de 'duisternis' van hun bestaan ervaren. In hem herkennen ze Gods 'licht' voor de mensen. Christenen zeggen van Jezus: 'Hij is het licht van de wereld'. Het is opvallend dat de geboorte van Jezus net in die donkerste periode van het jaar komt: drie dagen na 22 december wanneer het licht het weer op het duister wint. De lezingen uit de bijbel in de periode voor Kerstmis verwijzen naar de duisternis en het licht in het leven. De voorbereidingstijd op Kerstmis is de advent. Het woord advent komt van het Latijnse 'adventus' wat 'de komende' betekent, 'God komt naar ons toe'. Hier dromen we van: dat God in onze wereld komt, zo'n 2000 jaar geleden, nu en in de toekomst.
... en de adventskrans
Waar de Germanen hun karrenwielen versierden met groen en grote vuren lieten branden, kennen de christenen de adventskrans. Het gebruik van de adventskrans zoals we dit vandaag kennen, is afkomstig van een gebruik in kloosters waar men in de duistere kamers extra licht creëerde voor de advent. Voor de gelegenheid werd een wiel met groene takken en kaarsen versierd en als kroonluchter opgehangen. De bekendste adventskrans vandaag is de groene krans met de vier rode kaarsen en het rode lint. Het dromen van nieuw leven wordt uitgedrukt in het ophangen en neerplanten van takken die toch nog groen blijven in de winter. Elke zondag van de advent wordt er telkens één kaars meer aangestoken. Het symboliseert de toename van het licht, het overwinnen van de duisternis, het groeien van de hoop en de verwachting naar de komst van de Messias. Vlak voor Kerstmis branden dan vier kaarsen. Op kerstdag zelf kunnen we de kerstkaars ontsteken. Dat is een witte kaars die men midden in de krans plaatst. Wit is het symbool voor de zuiverheid van Christus, de puurheid van een kind.
Ook onze droom
Ook wij worden opgeroepen om te dromen. Dromen dat Jezus zal komen, dromen van vrede. Dat we dromen van de komst van Jezus kunnen we waarschijnlijk het best tonen door zelf een adventskrans in huis te zetten en iedere adventszondag een kaars meer aan te steken. Zo komt er in deze donkere tijd wat meer licht in ons huis en in ons hart. Zo kunnen we samen dromen en wachten ... Alvast een mooie adventstijd toegewenst!
Jan Verheyen, pastoor-deken