Ik vind dat vasten in bepaalde opzichten een soort trainingsperiode is. Een tijd die we nodig hebben om weer 'in vorm' te geraken. Het gaat dan natuurlijk niet om onze fysische conditie, maar om onze geloofshouding.
Dat geloof van ons gaat op en af, zoals onze gezondheid, of zoals de conditie van een sportman. Het vraagt inspanning om ook ons geloofsleven op peil te houden. En dat is nu precies wat de vastentijd bedoelt: een trainingsperiode, een tijd om bewust bezig te zijn met ons geloof. Het is een aanloop naar Pasen. Dan herdenken wij gebeurtenissen die voor een christen van cruciale betekenis zijn: het lijden en de dood van Christus, en zijn verrijzenis. Dat zal zoals elk jaar in de liturgie met veel nadruk en ook plechtig gevierd worden. Maar wanneer wij de weg van de vastentijd niet meegaan, wanneer we zonder de juiste voorbereiding aan die paasvieringen deelnemen, dan blijven we toch enigszins buitenstaanders. Over die voorbereiding gaan ook de lezingen van de liturgie van Aswoensdag.
Bij de profeet Joël lezen we: 'Keer tot Mij terug, van ganser harte. Scheurt uw hart en niet uw kleren. Keert terug tot de Heer uw God'. Ik veronderstel dat de meeste lezers van ons Parochieblad gelovige mensen zijn. Maar zijn we dat ook 'van ganser harte'? De profeet Joël roept op tot bekering, maar hij verwoordt tegelijk zijn geloof in Gods barmhartigheid. Wie naar God terugkeert, met zijn zondigheid, mag rekenen op zijn liefde. God staat altijd op de uitkijk naar ons.
In de bijbel wordt vasten meestal genoemd in samenhang met bidden en aalmoezen geven. Ook Jezus zegt dat duidelijk in het evangelie. Zich bekeren, zich tot God keren, houdt dus die drie elementen in: bidden, vasten en aalmoezen geven.