Als Jezus in het evangelie van Johannes (2, 1-12) een eerste teken geeft in verband met zijn zending, op de bruiloft in Kana, dan wordt verwezen naar de bijzondere rol van Maria. Ze ziet dat er geen wijn meer is en dat het feest gaat drooglopen – en ze richt zich tot Jezus. Niet met een vraag of een commando, maar met haar bekommernis. Jezus reageert door te zeggen ‘dat zijn uur nog niet gekomen is’. Maar Maria is er blijkbaar zeker van dat Hij iets gaat ondernemen. Ze zegt aan de dienaren: ‘Doe maar wat Hij jullie zegt, wat het ook is.’ En Jezus verandert water in wijn ... overvloedige wijn.
En later, als het uur van Jezus gekomen is, stervend aan het kruis, geeft Hij aan haar de opdracht ‘moeder’ te zijn voor de leerlingen. Aan de leerling bij de voet van het kruis zegt Hij dat hij haar als moeder moet nemen, als opvoedster, als diegene die de weg naar Jezus toont.
Een simpel middel
We vieren deze maand, op 28 april, de verjaardag van Louis-Marie Grignion de Montfort. In een brief vat hij samen hoe hij de plaats van Maria begrepen en ervaren heeft. De brief kreeg later de titel Het Mariageheim. Wat is dat voor geheim waarover hij het heeft?
‘Waar het eigenlijk allemaal op aankomt,’ zo schrijft Montfort, ‘is het antwoord op de vraag: hoe vind je een simpel middel om van God de nodige genade te krijgen om heilig te worden? En dat wil ik je juist aanreiken. Ik beweer namelijk dat je, om Gods genade te vinden, Maria moet vinden’ (Mariageheim, 6). Dit kunnen we als volgt hertalen: wanneer we contact met God zoeken, wanneer we in de lijn van Jezus Christus willen leven, wanneer we op zoek zijn naar nieuwe krachten of iets willen vragen in gebed, dan is het zeker aangewezen om de weg te vinden langs Maria. Haar leven was en is bemiddeling om met Jezus om te gaan.
Een gietvorm
In zijn brief reikt Montfort een heel sterk beeld aan: dat van de gietvorm. ‘Om een natuurgetrouw beeld te maken, kan een beeldhouwer op twee manieren te werk gaan: 1) hij kan vertrouwen op zijn vaardigheid, zijn kracht, zijn kennis en op de kwaliteit van zijn werktuigen om uit een weerbarstige en vormloze materie een beeld te maken; 2) hij kan ook een gietvorm gebruiken. De eerste werkwijze is tijdrovend, moeilijk en erg riskant: één misslag van beitel of hamer is vaak al genoeg om het hele werk te verknoeien. De tweede vraagt weinig tijd, is gemakkelijk en soepel, gaat zonder veel moeite en kosten, tenminste als de gietvorm in orde is en helemaal lijkt op het beoogde beeld; de gebruikte materie moet natuurlijk wel soepel genoeg zijn en mag geen weerstand bieden.' (Mariageheim, 16)