Op Stille Zaterdag hielden wij het ook stil. Van 14 tot 15 uur kon men een tijd verwijlen bij het kruis. Ondertussen was er biechtgelegenheid waar toch nog een enkeling gebruik van gemaakt heeft.
Na dat stil moment konden we in de Heilig Kruiskerk alles in gereedheid brengen voor de Paaswake. Ik had gelukkig weer enkele vrijwilligers om mee de voorbereiding te doen: Armel, een catechumeen van vorig jaar, Marcel, een kandidaat-catechumeen voor 2027, Daniel, een van onze lectoren, Martin, mijn Ghanese huisgenoot. Sonja had al voorbereidend werk gedaan met de bloemen. Het kruis, tot dan met paarse doek, kreeg een mooie witte doek.
Om 20 uur vertrok de processie uit de sacristie: enkele misdienaars, lectoren en gebedsleiders, priester Jef en ikzelf als voorganger. We misten Leen en Gert. De kerk was goed gevuld.
Achteraan in de kerk werd het nieuwe vuur ontstoken en gewijd, de paaskaars aan dat vuur aangestoken en in processie naar voor gedragen: ‘Licht van Christus - Heer, wij danken U’ zongen we driemaal. En dan begon de lezingendienst: het verhaal van de schepping, het verhaal van de uittocht uit Egypte en de tekst over het nieuwe hart en de nieuwe geest uit de profetie van Ezechiël. En dan mocht het over heel de stad te horen zijn dat we de verrijzenis van Jezus vieren: de drie luidklokken van het Heilig Kruis beierden en probeerden het voor heel de stad duidelijk te maken dat de Heer verrezen is. Ondertussen speelde Christian feestelijk op het orgel. En dan zongen we met z’n allen het Eer aan God. Na een getuigenis van Paulus uit de Romeinenbrief, lazen we het verhaal van het lege graf: de Heer is verrezen!