Meer nog dan bij andere kerkelijke feesten wil dit feest de uitbeelding zijn van het ‘Volk-van-God-onderweg’ en dat gebeurt dan met kleurrijke processies. Iedere processie is in haar oervorm de uitbeelding van de kerkgemeenschap die haar uiteindelijk doel nog niet heeft bereikt, maar daarnaar nog op weg is, op weg naar die wereld van God. Die processies maken Sacramentsdag tot een feest van symboliek en verbeelding. In Lier vond men dit zo belangrijk dat daar ‘Lier Kermis’ aan gekoppeld werd. Sinds een aantal jaren heeft men dit gebruik achterwege gelaten.
Maar ook in de Schriftlezingen van dit hoogfeest krijgen we heel wat beelden en symbolen aangereikt, zoals het manna dat uit de hemel kwam. Het dwarrelde tijdens die jarenlange woestijntocht tussen Egypte en het ‘Beloofde Land’ iedere dag als voedsel uit de hemel voor dat Joodse volk onderweg. Van mijn lagereschooltijd herinner ik me nog die mooie ouderwetse afbeeldingen waarop dat manna te zien was. Het zag eruit als dikke vlokken sneeuw die uit de hemel omlaag vielen. Heel de woestijngrond lag ermee bezaaid. En op die afbeelding kon je dan zien hoe Joodse mannen die voedzame ‘sneeuw’ in grote manden verzamelden en hoe Joodse vrouwen er hun opgetrokken schorten mee vulden. ‘Brood uit de hemel’ werd het genoemd.
Later zal de profeet Jesaja zeggen: ‘Dauwt hemelen uit den hoge, en wolken, regent de Rechtvaardige’ (Jes. 45, 8). We kennen die tekst beter in het latijn: ‘Rorate caeli desuper, et nubes pluant iustum’, een lied dat we in de advent zingen wanneer we Jezus zelf verwachten: de Messias die vanuit de hemel naar de aarde komt om een nieuwe, rechtvaardige wereld te vestigen. Hij is het werkelijke manna, het voedsel voor onze ziel.
Ook dat manna is uiteraard maar een beeld, maar dan wel een dat staat voor Gods genade. Reeds bij de profeet Jesaja – toch zo’n vijf eeuwen voor Christus – stond dat manna symbool voor de rechtvaardige, de messias die vanuit Gods wereld in ons leven moest komen. En ook al weten we ondertussen wat dat manna in de woestijn echt geweest kan zijn, toch blijft het een beeld van Gods genade, van zijn nooit aflatende zorg voor zijn mensen, een beeld van een eeuwig trouwe God die tegen zijn volk zegt: ‘Wees maar gerust, Ik trek met jullie mee; Ik ben het voedsel op je reis door het leven.’