Hoe beleeft het Zuiden de Covid-19-pandemie? In belangrijke mate zoals het Westen: met lockdowns, social distancing, mondmaskers en veelvuldig handen wassen. Met een economische kater en met angst. Toch eisen armoede of fragiele regimes een tol die hier haar gelijke niet kent. “Daar overtreden mensen de regels niet om te fuiven, maar om te overleven.”
De impact van de maatregelen is in veel precaire landen dramatisch: massaal jobverlies, torenhoge prijzen en honger. De sluiting van winkels in het Westen kelderde de bestellingen in Bangladesh en India, met de sluiting van de sweatshops tot gevolg. Mensen trekken met hun hele hebben en houden naar het platteland, waar een uitgebreide familie nu moet leven van het kleine veldje van grootmoeder. De nood aan voedselhulp is driemaal toegenomen.
Berekeningen tonen aan dat de tbc-bestrijding door de coronacrisis 5 tot 8 jaar in de tijd wordt teruggeworpen. De opsporing van lepra en tbc is met 80 procent teruggelopen omdat patiënten niet bij de hulpdiensten geraken of bang zijn voor besmetting in de centra.
Het virus heeft het gordijn weggetrokken van bestaande ongelijkheden en het heeft die versterkt. In het Zuiden staan de rechten van wie al gezondheidsnoden had, nu nog meer onder druk. Maar ook de politieke rechten krijgen klappen. Autoritaire regimes grijpen de crisis aan om bestaande dynamieken te versterken. Ondanks die zware crisis is er één lichtpunt: de mortaliteit is in Afrika lager dan in het Westen.
Lees het volledige artikel in Tertio van deze week.