De figuur van Jezus is eeuwenlang een bron van inspiratie geweest voor kunstenaars en dus ook voor de beoefenaars van de negende kunst: het stripverhaal. De manier waarop Jezus geportretteerd wordt in de strip, loopt parallel met de ontwikkelingen in de literatuur en de film. Aanvankelijk volgen stripverhalen trouw het Bijbelverhaal maar voornamelijk in de Amerikaanse comics krijgt Jezus de allures van een superheld.
De persoonlijke beoordeling van Jezusstrips is altijd afhankelijk van het eigen antwoord op de vraag die Jezus ons stelt: “Wie zegt gij dat Ik ben”, (Mattheüs 1§, 15), betoogt Tertio 1.050 van 25 maart.
Sommige recente Amerikaanse Jezusstrips zoals Second Coming veroorzaakten heel wat ophef en leidden tot online-petities om de productie ervan stop te zetten. Maar ook sommige Jezusstrips uit de Franco-Belgische school wijken danig af van klassieke strips die getrouw de Bijbel volgen.
In tijden van religieuze ongeletterdheid kan dat bij een jonger publiek voor verwarring zorgen terwijl strips nu net een hulpmiddel kunnen zijn in de verkondiging. Dat is absoluut het geval voor Jezus Messias van de Nederlander Willem De Vink. Hij gaat er prat op dat zijn strip inmiddels in 140 talen is vertaald en van Afrika tot India wordt gebruikt om kinderen en hun soms analfabete ouders tot het geloof te brengen.