“Om een goede boer te zijn, moet men vreugd aan zijn veld kunnen beleven. Daar is veel vreugd aan, als het hart niet verstopt is van kommer. Men moet zich los en vrij aan zijn veld kunnen geven.” Zo beschreef Felix Timmermans het boerenleven in zijn roman Boerenpsalm. Psalmen bezingen zowel de hardheid van het leven als de vreugde ervan. Een stikstofprobleem kende boer Wortel nog niet, maar wel de strijd met de natuur en de te lage prijzen. De roman dateert van voor de industriële revoluties die het economische leven gingen beheersen en waaruit de mechanisering en schaalvergroting in de landbouw voortkwam. Opbrengst stond daarin centraal en niet de band met het land en de natuur. Het leidde tot een ware ecologische ravage. Overal werd beton gegoten, over uitstootnormen werd niet eens nagedacht, bossen werden vrolijk gekapt en rivieren en beken veranderden in riolen. Zoals het asbest- en PFOS-dossier bewijzen, beleven we nog steeds de naweeën daarvan.