God zond zijn Zoon, ze noemden Hem Jezus;
Hij kwam om lief te hebben, te genezen en te vergeven;
Hij leefde en stierf om mijn vergeving te verwerven;
Een leeg graf bewijst dat mijn Verlosser leeft;
Omdat Hij leeft, kan ik de toekomst tegemoet treden;
Omdat Hij leeft, is alle angst verdwenen;
Omdat ik weet dat Hij de toekomst in handen heeft;
En het leven is de moeite waard, alleen al omdat Hij leeft
Hoe heerlijk is het om een pasgeboren baby vast te houden;
En de trots en vreugde te voelen die Hij geeft;
Maar nog groter is de kalme zekerheid;
Dit kind kan onzekere dagen tegemoet treden omdat Hij leeft;
En dan, op een dag, zal ik die rivier oversteken
Ik zal de laatste strijd van het leven met pijn voeren;
En dan, als de dood plaatsmaakt voor de overwinning;
Zal ik de lichten van de glorie zien, en ik zal weten dat Hij leeft;
Omdat Hij leeft, kan ik de toekomst tegemoet treden;
Omdat Hij leeft, is alle angst verdwenen;
Omdat ik weet dat Hij de toekomst in handen heeft;
En het leven is het waard om geleefd te worden, alleen omdat Hij leeft;
Omdat Hij leeft;
Omdat Hij leeft.
Gebed
Eeuwige God,
Gij hebt uw Zoon verheerlijkt.
In Hem zijn wij herboren.
Hij heeft ons zijn vrede toegewenst.
Vervul ons van geloof in zijn aanwezigheid.
Maak ons één van hart
en laat ons wonen in zijn vrede.
Hij die met U leeft en heerst
in de eenheid van de heilige Geest
door de eeuwen der eeuwen.
Amen.
Een stukje uit het evangelie…
19Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; uit angst voor de Joden hadden ze de deuren op slot gedaan. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie!’ 20Na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijn zij. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. 21Nog eens zei Jezus: ‘Vrede zij met jullie! Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.’ 22Na deze woorden blies Hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. 23Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’
24Een van de twaalf, Tomas (dat is Didymus, ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. 25Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ 26Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren op slot zaten, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Vrede zij met jullie!’ zei Hij, 27en daarna richtte Hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ 28Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ 29Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je Me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’
30Jezus heeft in het bijzijn van zijn leerlingen nog veel meer tekenen verricht, die niet in dit boek staan, 31maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leven ontvangt door zijn naam.
Joh.20,19-31
Meditatie
De leerlingen zijn bang. Alles is anders gelopen dan ze gehoopt, verwacht, gedroomd hadden. Jezus, die zij zo lief hadden, is op de meest vreselijke manier omgebracht. En zijzelf? Zij hebben hem verloochend, ze hebben het op een lopen gezet. En dus zijn ze bang, bang voor de Joden, beschaamd over zichzelf. Maar dan, ondanks gesloten ramen en deuren, merken zij dat Jezus in hun midden staat. ‘Vrede’ wenst hij hen toe, sjaloom. Op het eerste zicht een doordeweekse groet, ‘goedenavond’, niets bijzonders in de culturele context daar en toen. Maar de voorbije gebeurtenissen maken deze vredewens tot iets bijzonders. Geen rancune bij Jezus, geen verwijtend ‘hoe is het mogelijk?’, maar ‘vrede’, een vrede die meer is dan afwezigheid van twist of oorlog, maar een diepe vrede van het hart, een vrede die vergeving en verzoening insluit. Hij heeft hen nog steeds lief….
Hij toont hun zijn handen en zijn zij. Ze vergissen zich niet, Hij is het wel degelijk. Dit is geen gebaar om te tonen hoe hard hij werd mishandeld, dit is een gebaar van herkenning en erkenning: Ik ben het, Ik heb geleden zoals zovelen moeten lijden en doorheen dit lijden heeft God mij tot leven gewekt, zodat Ik er altijd voor jullie kan zijn.
Hij blies over hen. In Genesis lezen we hoe God de mens de levensadem in de neus blaast. Hier begint een nieuwe schepping, een nieuwe tijd. De leerlingen ontvangen de Heilige Geest, met een zending: verzoenend in de wereld staan, met andere woorden: de vrede brengen die Jezus zelf hen heeft toegewenst.
Eentje was er niet toen Jezus bij de leerlingen kwam, Tomas, ook wel Didymus genaamd, tweelingbroer. Onze tweelingbroer? Misschien herkennen we onszelf wel in de houding van Tomas: we willen graag bewijzen zien. Zo zijn we gevormd, zo zijn we opgeleid: meten is weten, tastbare bewijzen aanvoeren! Opnieuw komt Jezus naar de leerlingen. Nu is Tomas er wel bij. Weer wenst Jezus hen vrede, ook Tomas. Hij richt zich zelfs speciaal tot Tomas. Hij krijgt de bewijzen waar hij om vroeg. De evangelist vertelt niet of Tomas ook daadwerkelijk zijn vinger op de wonde gelegd heeft. Maar wat hij wel vertelt is dat Tomas terstond een geloofsbelijdenis uitspreekt: ‘Mijn Heer en mijn God’. Jezus omarmt deze geloofsbelijdenis van Tomas. En meteen prijst Hij ook ieder gelukkig die zonder te zien toch geloven. Hoe moeilijk is het voor ons om zonder teken of bewijs, ons toe te vertrouwen aan de Levende die ons ‘vrede’ toezegt?
Muziek
Ola Gjeilo, Daybreak
- een stukje meditatieve muziek -