Op maandag 23 februari kwamen we samen in het Sint-Baafshuis met 32 parochieploegleden vanuit onze vijf parochies in het dekenaat. De aanleiding hiervoor is het nabije emeritaat van Johan Goedefroot, pastoor-moderator van de parochie H.Franciscus van Assisi (Gent-Oost) en de vraag destijds van (nu) bisschop-emeritus Lode aan pastoor-moderator Guillaume Migbisiegbe van de parochie H.Livinus (Gent-Noord) om breder ingeschakeld te worden binnen de Gentse stadspastoraal.
Leven eerder dan overleven
Aan deken Jürgen wordt nu reeds gevraagd om deze overgang voor te bereiden samen met de dekenale ploeg en de drie parochieploegen zelf. Daarin zijn ook de twee overige, met name van De Goede Herder (Gent-West) en HH. Petrus en Paulus (Gent-Zuid) betrokken. In de praktijk zal dit betekenen dat de deken, naast pastoor-moderator van de H. Johannes de Doperparochie (Gent-Centrum) parochiaal administrator /beheerder wordt van de parochies in Gent-Oost en Gent-Noord. Alleen al die gegevenheid vraagt om een andere opstelling en benadering. Een grotere samenwerking dringt zich op tussen deze parochies binnen dekenaal verband, zoals we ze reeds vorig jaar inschreven in onze pastorale beleidsplannen. Ze krijgen nu een bijzondere actualiteit en vragen om concretisering.
Die concretisering kreeg tijdens die avond een eerste, nog schuchtere, invulling vanuit de wetenschap dat verder doen zoals nu niet meer mogelijk is en dat anderzijds een fusie tussen deze drie parochies ook niet aan de orde. Binnen deze gegevenheid, of noem het een spanningsveld, stonden we. Een bodembedekkende pastoraal helpt ons niet langer meer in onze missionaire zending om Christus nabij te brengen, Hem ook aan nieuwkomers, jongeren, gezinnen te leren kennen binnen uitnodigende gemeenschappen en ook onszelf iedere keer weer door het evangelie en de Geest te laten raken. Zijn we echter niet veeleer bezig met overleven dan leven?
Priester en dekenaal begeleider Mathias Dick friste voor ons de diocesane beleidsnota op over de parochies, de vrucht van een langere consultatieproces. Hij beklemtoonde daarin nogmaals het belang van samenwerken in deze tijd van schaarste, niet gewoon om die te bemeesteren om elkaar te verrijken. Proactief ingrijpen in de structuren is op korte termijn niet aan de orde, wel nu reeds de nodige stappen zetten en aanpassingen doen. Welke keuzes zullen we daartoe maken als we de verschillende plaatsen doorlopen waar tijdens het weekend vieringen worden gehouden? De groei naar een centrale plaats -de parochiekern- waar dit nog niet gebeurde is nu meer dan ooit aan de orde. Daar verzamelt de gemeenschap zich voor de centrale zondagsviering, daarop zijn de catechese en de diaconie geënt, daaraan zullen de parochiepriesters, diakens en parochieassistenten hun beste krachten wijden. Daarnaast blijven er enkele zondagskerken waar eveneens de vieringen doorgaan, maar die binnen kortere of middellange termijn gevraagd zullen worden zich te richten op de parochiekerk. Ten slotte zijn er kerkplekken waar nu of in de toekomst geen weekendvieringen meer doorgaan, maar die wel openblijven voor uitvaarten, huwelijken, doopsels, gebed, bezoek eb onthaal.
Gedeelde eerder dan verdeelde pastoraal
Binnen het samenwerkingsverband van de parochies Centrum, Oost en Noord zullen we in gedeeld leiderschap met de parochieploegen samen te komen hebben om die samenwerking inhoud en vorm te geven, zal een regelmatig werkoverleg met de parochiepriesters, diakens en parochieassistenten broodnodig zijn evenals de uitbouw van een efficiënt interparochiaal en dekenaal secretariaat, naast een kerkbetrokken en deskundig beheer voor ons roerend en onroerend patrimonium en van onze kerkgebouwen. We hebben te onderzoeken op welke pastorale domeinen samenwerking mogelijk en waar de plaatselijke werking nodig en vitaal genoeg blijft, niet verdeeld maar gedeeld.
Synodaal eerder dan syndicaal
De aanwezigen gingen nadien in vier gemengde deelgroepen samenzitten voor uitdieping. Hoe kijken we naar deze nieuwe situatie ? Welke kansen zien we? Wat zijn onze sterktes en zwaktes? Waarover hebben we zorgen of zien we nu al hindernissen?
We bemerkten de verschillen op tussen de gelovigen, hun achtergronden en visies. Sommigen verplaatsen zich bovendien makkelijk, anderen vinden dat ze zo dicht mogelijk bij huis moeten kunnen blijven pratikeren. Samenwerken is moeilijk, maar er zitten ook kansen in die zelfs eens mogen ‘gepushd’ worden. In plaats van te blijven babbelen, hebben we concrete voortgang te boeken. Ja, er zijn beslissingen vanuit het bisdom maar ook van onderuit staan we voor nieuwe to do’s omdat we ingehaald worden door de feiten. Is er toch geen ruimte voor woord- en communiediensten tijdens het weekend? Maar spreekt dit juist niet de dynamiek tegen van een parochiekern i.p.v. te blijven opdelen – en om dan te verdwijnen - opdat er ook op langere termijn Kerk in de stad mogelijk blijft? Er zijn inderdaad meerdere domeinen waarin we kunnen samenwerken: huwelijks- en gezinspastoraal, rouwzorg, vormingsavonden…
We wensen te groeien naar één synodale ploeg die ‘deelt’ en ‘meekijkt’ over de grenzen heen, doorheen een periode van kennismaking met elkaar , durven elkaar en anderen aanspreken. Laten we focussen op de liturgie én op het vormen van gemeenschap en elkaar echt ontmoeten. Daartoe hebben we goede gelegenheden te zoeken (nieuwjaar, feest, viering en vorming). Onze sterkte is onze zwakte. We weten dat we moeten leren loslaten, en dan biedt juist de kans voor het nieuwe, hoe bescheiden ook ! Onze zwakte is dat we bang zijn om mensen te kwetsen of teleur te stellen of te verliezen (‘mijn’ mis valt weg), om te durven overvaren naar het nieuwe. Zijn we niet te laat begonnen toen we nog jonger en energierijker waren? Leren juist de jongeren ons niet afstanden te overbruggen want zij denken minder geografisch, wel zoeken ze gemeenschappen waar ze echt welkom zijn en kunnen ingroeien in hun soms nog prille en zoekend gelovig zijn.
Hoe zal de deken dat allemaal voor elkaar kunnen krijgen, nu hij al zo benomen is?
Na de uitwisseling over deze echo’s, kregen de drie parochieploegen de opdracht mee tot verder nadenken. Met en voor hen zetten we vanuit de dekenale ploeg verdere stappen ter effening van het terrein, beseffend dat de inspanning groot zal zijn. Op 23 februari gebeurde dit alvast niet syndicaal maar synodaal, in het vertrouwen dat als Gods Geest in dit proces mag wonen, werken én ons leidt, tot gemeenschap geroepen én gezonden.
Deken Jürgen