Jezus heeft een aantal leerlingen geroepenen daarmee heel hun bestaan op zijn kop gezet. Ze hebben alles in de steek gelaten en zijn Hem gevolgd. Op hun tochten door het land zagen ze Hem bezig en hoorden ze zijn boodschap. Het waren totaal nieuwe inzichten en daardoor veranderde hun leven. Ze zouden voor ongekende uitdagingen komen te staan.
Jezus wil zijn leerlingen voorbereiden op het feit dat Hij er binnenkort niet meer zal zijn. Hoe moet het daarna verder zonder Hem, zonder de Meester. In het evangelie van vandaag - een deel uit de afscheidsrede van Jezus - horen we hoe Jezus, met het oog op zijn naderend afscheid, zijn zorg uitspreekt voor wie Hij achterlaat.
Wanneer Hijzelf niet meer fysiek aanwezig is, moet er een bindende kracht zijn die de eenheid in de verscheidenheid bewaart. Die kracht zegt Jezus zijn leerlingen vandaag toe. Als Hij heengaat, laat Hij hen niet verweesd achter, maar Hij zal een Helper sturen, de Geest van de waarheid.
Jezus stelt wel één voorwaarde voor de komst van die Helper: dat ze zijn geboden zouden onderhouden. Maar het woord ‘geboden’ klinkt ons zo streng in de oren. Wij houden er niet van geboden te onderhouden. Maar het voornaamste gebod dat Hij hen heeft meegegeven is de liefde: liefde tot Hem en zijn Vader en het bewaren van de onderlinge liefde. Daar waar liefde is in Jezus’ naam, daar is Hijzelf aanwezig. Jezus leeft niet allen verder bij zijn Vader, maar ook in de gemeenschap en in de leden van die gemeenschap, in ons, als wij dat gebod van de liefde onderhouden. Op die manier gemeenschap zijn nodigt uit om naar buiten te treden en Jezus’ boodschap op een aanstekelijke manier handen en voeten te geven.
Dat alles met de bedoeling dat het gebod van de liefde kansen krijgt in onze wereld. Ambten en taken in de Kerk, en de Kerk op zich, zijn er niet voor zichzelf, maar altijd gericht op het welzijn van anderen en op de liefde tot God. Dat zulks nog meer bewaarheid mag worden in deze tijd van Corona, waar van alles op ons afkomt, en van alles nog op tafel komt te liggen. Waar we worden gescheiden, en waar sommige mensen niet meer terugkomen. Maar ondanks dat scheiden, zijn we niet alleen; we helpen elkaar, ook al zijn we niet bijeen; we helpen elkaar, ook al zijn we uiteen. Mag de komst van de Geest ons weer herinneren aan wat Jezus voor ogen had: een gemeenschap waar mensen elkaar gelukkig maken, in verbondenheid met Hem en de vader. Amen. Guy Adriaensen, diaken
Lezingen van paaszondag #6 (klik om naar de nieuwe bijbelvertaling te gaan en scroll naar de aangegeven verzen van het verhaal)