Als we de interviews beluisteren van de astronauten die pas naar de maan gereisd zijn, dan horen we hoe mooi onze ‘Blauwe Planeet’ vanuit de ruimte toch wel is en dat wij als mensen toch samen één volk zijn en samen in vrede zouden moeten overeenkomen. Ook 50 jaar geleden, toen de eerste mensen op de maan liepen, hoorden we dezelfde toon en dezelfde woorden. En toch … is dit nog altijd geen realiteit geworden, tot overgrote ontgoocheling en verdriet van velen. Daarom een sterke oproep om er dagelijks voor te blijven vechten ...
Maar wat de aarde zelf betreft, spreken we eerder van de ‘Groene Planeet’. De aarde is en wordt namelijk bevolkt met een overdaad aan ‘levende wezens’ waardoor het uitzicht schitterend groen is, opgefleurd door een massa bloemen– en vruchtenkleuren. De Blauwe Planeet is de Groene Planeet, maar vooral ook de ‘Levende Planeet’, want wat groen is ‘leeft’!
Mensen vinden dit leven vanzelfsprekend, zeker in de lente als we de blad- en bloemknoppen zienderogen zien groeien en openkomen. Wat een pracht! Toch is dat alles niet vanzelfsprekend.
Wij realiseren ons dat niet, maar de oerkrachten van het heelal en dus ook van ons zonnestelsel en aarde, geven om twee redenen het ‘leven’ geen bestaansrecht en proberen het af te breken. Dat zien we o.a. bij een blok hout dat in het bos blijft liggen. Het hout is een geordende blok die veel energie bevat. Spontaan echter zal die verweren en volledig vergaan, waarbij alle energie verdwenen is naar de aarde en de geordende structuur eveneens verspreid wordt in de bodem.
Enerzijds zijn die oerkrachten er dus steeds op uit zijn om alles te verstoren, te verwarren en te verspreiden of te verstrooien (toename van entropie zegt de wetenschap). Anderzijds streven ze ernaar om steeds, zodra het mogelijk is, energie af te geven aan de omgeving of systemen. Het leven gaat dus tegen beide oerkrachten in want het bouwt geordende complexe structuren op en het bewaart energie in al zijn levensvormen en samenstelling. Men zou kunnen zeggen dat het leven volgens de oerkrachten als het ware on-natuurlijk is en geen bestaansrecht heeft en bijgevolg gedoemd is te sterven en/of te verdwijnen.
Maar het leven vecht en vecht en vecht tegen die oerkrachten door sterk te evolueren en te proberen als individu of als soort zo lang mogelijk te leven … en tenslotte om het leven zelf te doen overleven. Dit maken we op onze aarde al miljoenen jaren mee …
Dat is de grote paradox van het leven. Het mag er niet zijn en toch is het er al zo lang …
De vraag die in ons opkomt, is dan: hoe komt dat? Belangrijk daarbij is op de eerste plaats het antwoord op de vraag: wanneer spreekt men van ‘leven’? Iedereen kan zeker bevestigen dat ‘iets’ – wat dat ook moge zijn, een molecule, een plantje, een cel … – leeft als het zich kan vermenigvuldigen, m.a.w. wanneer het een kopie kan maken van zichzelf. Maar dat is zeker niet éénvoudig en er is energie én orde voor nodig om dit te kunnen bereiken. Juist de twee zaken die zo indruisen tegen de oerwetten. Om dat te kunnen, is er een macht of kracht nodig, zeg maar een scheppingskracht, zeg maar God, die boven deze oerwetten staat en die de ‘levenskracht’ in gang kan zetten.
Onze schepper heeft miljoenen jaren geleden die scheppings-levenskracht aan de eerste levende wezens geschonken en die hebben het verder doen evolueren en sterk doen variëren tot miljoenen soorten en nog meer individuen die elk ‘leven’ en genieten van het schitterend resultaat van onze Blauwe Planeet die de Groene Planeet geworden is.
Ons rest bijgevolg dan ook niets anders dan in alle nederigheid onze schepper te danken voor onze prachtige wereld die we telkens opnieuw zien openbloeien in de lente en die we moeten beschermen en koesteren!
Bijkomend moeten we misschien dan ook de woorden van de huidige en vroegere astronauten ernstig nemen: de woorden van ‘we zijn toch één volk, laten we overeenkomen, iedereen graag zien en dankbaar samenleven in vrede.’ Moge onze wereldleiders, maar ook ieder van ons, daaraan denken en er werk van maken.
Elke openbloeiende bloemknop kan ons hierover doen mijmeren … in dankbaarheid … in koesterende vrede …
Louis Van Loon (Kasterlee)