Het was nauwelijks zo groot als een speldenknop, maar heter en zwaarder dan men zich ooit kon voorstellen. En het had alle bouwstenen in zich om een fenomenaal universum te worden.
God liet dat speldenknopje samengebalde materie met een nooit geziene knal uit elkaar spatten. Uit die compacte hitte ontstonden na afkoeling enorme en uitdijende gassen, waarna samenklittende atomen de sterrenstelsels en planeten vormden. Het was een traject van miljarden jaren. Voor ons een eeuwigheid, maar niet voor God voor wie het tijdsbegrip van geen tel is. Alles bleef gehuld in een inktzwarte duisternis totdat God het licht schiep: ‘Laat er licht zijn’ Genesis 1:3.
Ons eigen zonnestelsel kreeg vorm en onze moeder aarde, die tussen al dat geweld rondzweefde, had het grote lot gewonnen: waterrijke kometen, planetoïden en asteroïden sloegen in op het aardoppervlak en brachten ons het water dat oorspronkelijk één grote oceaan vormde. Een atmosfeer, die ons later zou beschermen tegen ultraviolette straling van onze zonnester, liet voldoende warmte door om het eerste leven in die enorme watermassa te laten ontwikkelen. Talrijke levensvormen ontstonden en sommigen zouden mettertijd aan land gaan om daar verder te evolueren. Tegelijkertijd zorgde fotosynthese voor de totstandkoming en groei van levensnoodzakelijke planten en bomen, die een wereldomvattende fabriek voor zuurstofvorming werden.
Ook de mens kreeg zijn plaats tussen al dat nieuwe leven en toen kwam God nóg eens tussenbeide: Hij gaf die mens een bewust-zijn. Dat bewustzijn groeide en op een bepaald moment realiseerde de mens zich een godsbestaan. Het godsbesef evolueerde van een veelgodendom naar een geloof in de ene ware God: ongeschapen, volmaakte goedheid, die zijn Schepping begeleidt met de pure kracht van zijn Geest.
God liet ons dus deelgenoot worden in zijn Geest, want de mens was geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Wij werden een stukje God. Wat een godsgeschenk!
Zijn spirituele licht gaf ons inzicht in de reden van ons mens-zijn en werd ook een symbool van geestelijke kracht.
Intussen bleef God de dwalende en zoekende mens profeten zenden, waaronder ook Jezus, om ons blijvend te herinneren aan onze opdracht: samenleven in liefde, goedheid, zorgzaamheid voor elkaar en onze prachtige aarde, vergevingsgezindheid, nederigheid en dankbaarheid.
Moge de veertigdagentijd ons herinneren aan die opdracht en laten we in volle vertrouwen gaan staan in het licht van Gods’ Geest in het geloof dat we met Jezus aan onze zijde op pad zijn naar een eeuwig samenzijn met Hem, die ons liet delen in zijn Licht.
Moge het naderende paasgebeuren, het feest van de opstanding van Jezus, ons hierin sterken.
Omer Lardenoit