Op dinsdag 15 september kwamen we met heel veel vrijgestelden en vrijwilligers samen in Groenhove in Torhout voor de startavond ‘Samen Kerk zijn’. Het nieuwe jaarthema werd er voorgesteld, wat al enige tijd ‘grondtoon’ wordt genoemd. Het CCV (vormingscentrum van het bisdom) bracht zoals ieder jaar een mooi gebedenkaartje uit rond het thema. Op de keerzijde staat een foto van paus Leo die een witte duif los laat tijdens een viering voor vrede in Kameroen. Van maandag 13 april tot en met donderdag 23 april bezocht paus Leo XIV Algerije, Kameroen, Angola en Equatoriaal-Guinea. In vier verschillende Afrikaanse landen sprak hij met vier presidenten, diplomatieke staf en lokale gemeenschappen. Hij vroeg aandacht voor sociale problemen en steeds weer benadrukte paus Leo het belang van rechtvaardigheid, vrede en dialoog. Dit sluit nauw aan bij ons jaarthema. Het jaarthema-lied is 'Maak mij tot instrument van vrede', de bekende hymne op tekst van St. Franciscus van Assisi.
Jacques Defraigne, coördinator bij CCV Brugge, schreef een artikel over de grondtoon. We halen hier enkele passages uit die duidelijk maken waar het precies over gaat.
Bron van deze grondtoon
Jacques Defraigne schrijft: ‘Voor dit werkjaar lieten we ons inspireren door Johannes 14, 27, het hart van de afscheidsrede. Daarin klinkt een woord dat de Kerk al eeuwenlang draagt: ‘Ik laat jullie mijn vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.’ Dat woord is geen slogan voor rustige tijden. Het wordt uitgesproken in een afscheidsrede, op een moment waarop de leerlingen de breuk voelen aankomen en nog niet begrijpen hoe die breuk bron van leven kan worden.
Wanneer leiders vandaag over vrede spreken, bedoelen zij vaak de afwezigheid van conflict: handel die doorgaat, grenzen die veilig zijn, een economie die groeit. Die vrede is kostbaar en we weten hoezeer ze op veel plaatsen ontbreekt. Toch gaat de Bijbelse vrede verder. Het Hebreeuwse sjalom betekent ‘heel’ of ‘compleet’. Sjalom is geen stilstand. Het is herstellen wat gebroken is, aanvullen wat ontbreekt, goedmaken wat misging. In Jezus wordt dat visioen tastbaar. Hij raakt aan wat onrein heet en maakt het rein. Hij opent het gesloten hart van Zacheüs. Hij geeft de vrouw met bloedvloeiingen haar heelheid terug. Aan de Samaritaanse vrouw geeft Hij waardigheid: er is iemand die haar ten diepste kent. Jezus belichaamt Gods sjalom: gerechtigheid die vorm krijgt, verzoening die gebeurt, vreugde die opnieuw ademt. Zijn kruisdood wordt – paradoxaal – bron van vrede. Wat voor de leerlingen aanvoelt als gemis en ontreddering, wordt door de Geest bouwsteen van gerechtigheid, verzoening en vreugde.’
Niet óns project of ónze vrede
Jacques Defraigne: ‘Die vrede is niet ons project. Jezus vraagt niet: ‘Wil je mijn vrede?’ Hij geeft ze. Precies daarom is dit woord vandaag zo nodig. Veel geloofsgemeenschappen herkennen zich in de vermoeidheid van de leerlingen: leegloop, onzekerheid, de vraag of het nog zin heeft. Dan klinkt opnieuw: ‘Wees niet bang, maak je niet ongerust.’ De Trooster wil ons hart bewonen. Hoe meer we Hem toelaten, hoe meer innerlijke rust ons deel wordt. En die vrede, die niet ons bezit is maar ons geschonken wordt, mogen wij doorgeven. In elke eucharistie bidt de voorganger vlak voor de communie met de woorden van Christus: ‘Vrede laat Ik u na, mijn vrede geef Ik u.’ Daarna klinkt: ‘De vrede van de Heer zij altijd met u.’ De vredeswens die volgt is meer dan een vriendelijke groet of simpele handdruk. Ze is een zichtbaar teken dat de vrede van Christus onder ons wordt doorgegeven.
‘Mijn vrede geef Ik u’ is de slogan van de nieuwe grondtoon geworden. Het is een slogan die te denken geeft. Hoe vervuld zijn wij van de vrede van het Evangelie? Durven wij die vrede niet alleen bewaren maar ook doorgeven, niet alleen met woorden, maar ook met daden? Durven wij instrumenten van sjalom te zijn daar waar relaties scheefgroeien, waar onrecht knaagt, waar mensen gebroken raken? De vrede van Christus is nooit óns draaiboek. Het is zijn bestemming voor ons. Misschien is dat wel de grootste opluchting: dat wij niet alles zelf hoeven te dragen in een wereld die soms zo chaotisch is. Wie vrede wil bewerken, ontdekt dat vertrouwen belangrijker is dan strategie, en dat echte vrede niet zomaar ‘iets’ is, maar Iemand die ons tegemoetkomt. Laten wij zijn vrede ontvangen. Laten wij in vertrouwen getuigen van Wat en Wie ons tot rust brengt en heel maakt.’
Ontvangen en doorgeven
Onze geloofsgemeenschappen worden dit werkjaar uitgenodigd om de innerlijke vrede van Christus eerst zelf te ontvangen en die vervolgens kenbaar te maken. Volgens het Evangelie kunnen wij die vrede maar uitstralen als ze ons zelf echt bezielt. Daarom wordt voorgesteld om in de komende advent binnen de eigen geloofsgemeenschap tijd te maken voor verdieping, gebed en samen vieren: niet om ‘vrede te organiseren’, maar om te leren ontvangen. Op 20 december organiseert Kerk-in Roeselare opnieuw het Vredeslicht-evenement in de Augustijnenkerk: om dat Vredeslicht volop te ontvangen (later meer hierover). In het voorjaar – tijdens de vasten of in de paastijd – kan de ontvangen vrede doorgegeven worden in een verzoeningsviering, en in kleine tekenen van nabijheid en zorg. Maar vooral ook in concrete aandacht en in daden voor mensen die vrede missen: zowel innerlijk in hun leven als door de omstandigheden waarin ze leven. Moge het een fijn en zinvol nieuw werkjaar worden!
Erna Nevejant