“'t Zomert in de kerk” is reeds een traditie sinds 2011. Iemand met een zekere bekendheid wordt gevraagd een geloofsgetuigenis te brengen. Daarna is er ontmoetingskans met een glaasje. Het initiatief is een organisatie van het decanaat Roeselare-Izegem en gaat dit jaar door op vrijdag 28 augustus om 19.30 u. in de Sint-Michielskerk. De toegang is gratis. Vorig jaar was Réginald Moreels te gast. Dit jaar mogen we Mark Van de Voorde ontvangen, gewezen perschef van het bisdom Brugge en ook jarenlang hoofdredacteur van Kerk & Leven. We vroegen Mark – hij is tenslotte journalist – om zelf een tekst voor dit artikel aan te leveren, waar hij graag op inging.
De babyboomgeneratie
Zoals elke mens ben ik enigszins een kind van mijn tijd, maar tevens een mens van nu. Ik ben dus helemaal geen nostalgische mens. Ik ben geboren in 1947. Ik behoor dus tot die babyboomgeneratie van wie de ouders op hun wijze hebben meegewerkt aan de heropbouw van de democratie, de groei van de welvaart en de inrichting van de sociaal gecorrigeerde markteconomie. Dat wil ook zeggen dat ik nog iets van het rijke Roomse leven heb gekend. In tegenstelling tot velen van mijn generatie heb ik daar geen frustraties aan overgehouden. Dat is omdat mijn ouders zeer gelovig waren maar geen ja-knikkende katholieken. Zij waren voldoende kritisch; mijn vader omdat hij een intellectueel was die onderzoekend in het leven stond, en mijn moeder omdat zij een (soms droefgeestige) humorist was die kon relativeren. Mijn zus en ik zijn tegelijk streng én vrij opgevoed. Nadenken, reflecteren, en bovenal jezelf bevragen vanuit de christelijke waarden (niet vanuit geboden en verboden).
Toen ik schoolliep in het Sint-Lodewijkscollege (Brugge) – oude humaniora – was het Tweede Vaticaans Concilie bezig. Ik volgde het nogal goed. Thuis keken wij veel Nederlandse televisie en mijn vader had een abonnement op het Nederlandse dagblad ‘De Volkskrant’ en op ‘Elseviers Weekblad’, bladen die het concilie op de voet volgden. Kerkelijk engagement was daarvan een vanzelfsprekend resultaat: zowel mijn zus als ik werden op het einde van onze humaniora al parochiaal actief. Naast zich engageren was zich informeren de schering en inslag van ons bestaan. Mijn vader die voorheen boekhouder was geweest, ging in 1960 aan de slag op de redactie van het Brugsch Handelsblad (nu deel van Krant van West-Vlaanderen). Mijn vaders bureau thuis was gevuld met boeken en in de woonkamer slingerden allerlei tijdschriften rond, van een Vlaams missietijdschrift over de Nederlandse ‘Margriet’ (voor mijn moeder) en het eveneens Nederlandse ‘Elseviers Weekblad’ (voor mijn vader) tot de Amerikaanse bladen ‘Time magazine’ en ‘Life’. Ik ben lezend groot geworden.
Journalist worden lag voor de hand
Wie veel leest, wil ook zelf schrijven. Dat deed ik op school voor het vakantieblad. Spreken voor publiek deed ik ook al graag, voor het Instituut voor Staatkundige Vorming dat een van mijn leraren had opgericht. Wat ik zou worden lag dus voor de hand: journalist. Daarom ging ik Politieke en Sociale Wetenschappen en Communicatiewetenschappen studeren. Niet in Leuven maar in Gent. En toch ben ik meteen na mijn studies de eerste perschef van het bisdom Brugge geworden. Ik vind het nog altijd een wonder dat men niet koos voor iemand die in Leuven had gestudeerd. Het was ook niet meteen de job die ik voor ogen had. Radio- en televisiejournalist wou ik worden. Grappig toeval: mijn schoonzoon is het, Thomas de Graeve is Amerikacorrespondent voor de VRT. Op een mooie lentedag in 1970 zei de medepastoor van onze parochie mij dat het bisdom een perschef zocht. Hij vond mij daarvoor de geschikte persoon. Ik zat nog in mijn laatste jaar unief, hoe kon ik de geschikte persoon zijn? Maar misschien was het mijn roeping, dacht ik. Uiteindelijk heb ik, met overgave maar toch ook met milde tegenzin, gesolliciteerd. Wonder boven wonder werd ik uitgenodigd voor een gesprek met bisschop De Smedt. Ter afronding zei hij: ‘U komt op 1 september hier werken. Ik verwacht u!’ Dat ik mijn diploma nog niet had baarde hem geen zorgen: ‘Dat krijgt u wel voor mekaar!’, reageerde hij. Ik ben fluitend naar huis gefietst.
Zeventien jaar later ben ik hoofdredacteur van Kerk & Leven geworden. Ook hiervoor werd ik gevraagd te solliciteren. Dat wou ik echt graag worden, want ik had een pak suggesties voor een moderne journalistieke aanpak van het parochieblad al op papier gezet. Ik liet tijdens het sollicitatiegesprek wel duidelijk verstaan dat ik enkel de job van hoofdredacteur zou aannemen als ik volkomen redactionele autonomie kreeg, zonder bevoogding. Die verzekering kreeg ik. Eveneens zeventien jaar heb ik het blad van onze kerkgemeenschap geleid, de redactie uitgebreid en tot mijn professionele vreugde het lezersbestand kunnen optrekken tot 1,2 miljoen lezers.
In 2004 kreeg ik de vraag van de nieuwe Vlaamse minister-president Yves Leterme om zijn speechschrijver en raadgever communicatie te worden. Ook nu weer was mijn reactie: als men mij vraagt, moet ik die roep volgen. Zeven jaar – tot mijn pensioen – heb ik meer dan duizend speeches geschreven voor Yves Leterme, Steven Vanackere en Herman Van Rompuy. Die ervaring heeft ervoor gezorgd dat ik sinds mijn pensionering op twee domeinen als publicist, columnist en spreker actief ben in Vlaamse én Nederlandse media: die van geloof en religieuze thematieken, en die van politieke en maatschappelijke vraagstukken. Dit komt overeen met hoe ik als christen in de wereld probeer te staan. Geloof is voor mij niet louter een persoonlijke devotie maar tegelijk een maatschappelijk engagement. Om het te zeggen met de woorden van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer: ‘Het is verderfelijk om Christus te bewaren voor de kerk. Christus is gestorven voor de wereld en slechts midden in de wereld is Christus.’ Daarover wil ik het graag hebben in mijn getuigenis te Roeselare.
Mark Van de Voorde