‘SAMEN onder de toren’, zo luidt de slagzin van de parochie Sint-Margarita Tielen. Hoe moeten we die zin interpreteren? Als een nostalgische verzuchting? Als een vaststelling? Als een doel? Een vaststelling van de huidige situatie is het zeker niet. Veel volk zit er vandaag meestal (er zijn uitzonderingen) niet samen onder onze kerktoren. Onder andere kerktorens trouwens ook niet. Laat ons de zin ‘SAMEN onder de toren’ beschouwen als een na te streven doel, of beter nog: als een project.
Ja, er was een tijd dat er veel volk onder de toren zat. Ik verwijs graag naar het boek uit 1999 van de bekende Nederlandse schrijver Geert Mak ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’. Hij beschrijft erin de evolutie tussen 1945 en 1999 in het Friese dorpje Jorwerd. Het is een verhaal over kleine winkeliers die stoppen, boerderijen die verdwijnen of worden opgeslokt door de agro-industrie, een kerktoren die instort, gemeenschapsleven dat verdwijnt, toeristen die naar de dorpjes in Friesland afzakken, enz.
De beschrijvingen in het boek van Geert Mak zijn ook bij ons herkenbaar. Zodoende zou men vandaag evengoed een boek kunnen schrijven met als titel ‘Hoe God verdween uit … (vul zelf het dorp maar in)’. In feite verdween God uit elke dorpsgemeenschap. De kenmerken die Geert Mak opsomt zijn niet alleen herkenbaar maar ze kunnen bovendien nog zeer ruim verder aangevuld worden.
Religie is in onze samenleving aan de zijkant beland. De grote momenten van het leven worden buiten het kerkgebouw gevierd. Voor een samenleving waarin individualisme centraal staat en waarin egoïsme wordt beloond is dat niet verwonderlijk. De krachtlijnen van onze samenleving staan haaks op de waarden van religie, namelijk: verbondenheid, liefde, solidariteit. Religie komt trouwens van het Latijnse woord ‘religere’, dat ‘verbinden’ betekent: verbondenheid met andere mensen, met andere volkeren en culturen, met de schepping, verbondenheid met God.
In de luwte zijn er evenwel vandaag nog steeds heel wat gelovigen actief en geëngageerd, in de liturgie en gebedsgroepen, in de verkondiging en catechese, in de kerkfabriek, in de zorg voor anderen, enz. Ze zoeken naar een wervend verhaal dat mensen kan aanspreken, dat antwoorden kan bieden of toch minstens vragen duidelijk tot uiting kan brengen. En wellicht beleven ze hun geloof bewuster dan in de tijd van de massakerk. Ze zoeken naar structuren en samenwerkingsvormen. Ze blijven overtuigd van de waarde van de christelijke boodschap voor alle tijden, dus ook voor onze tijd. Ze willen die boodschap delen met anderen en ze willen verder bouwen op de geloofstraditie die de vorige generaties hebben doorgegeven. Ze bieden aan, maar ze dringen niet aan. Ze willen getuigen, maar niet overtuigen. Ze stellen vast dat de volksreligiositeit vandaag een belangrijke onderstroom blijft. Er wordt op bedevaart gegaan en er worden vele kaarsen ontstoken.
Er wordt inderdaad nog steeds hard gewerkt in de plaatselijke geloofsgemeenschappen. Is hard werken hetzelfde als verstandig werken? Niet altijd. Met verstandig werken wil ik zeggen: werken met een plan, met een visie. Met een visie bedoel ik: met de lokale geloofsgemeenschap van gedachte wisselen over de noden die men ziet op het vlak van geloof en samenleving en dat alles in een tekst gieten. Voor die denkoefening vertrekken we niet volledig vanaf een wit blad. We hebben de geloofstraditie en er is het kerkgebouw dat die geloofstraditie concretiseert. En de kerktoren is nog steeds een baken en een herkenningspunt. Kan hij ook een baken zijn voor onze samenleving en kan hij ook mensen samenbrengen?
Na een visiebepaling kan de vraag gesteld worden: wat zouden wij in onze geloofsgemeenschap en in samenspraak met de kerkfabriek en in samenspraak met de pastorale eenheid concreet en lokaal kunnen doen op het vlak van geloof en samenleving? Ten derde is het belangrijk om de middelen en de voorwaarden te bepalen, zoals: een team samenstellen, taken verdelen en afbakenen, de ploeg een gezicht geven naar de buitenwereld, afspreken over communicatie, over samenwerking, enz. Wanneer die oefening gemaakt is, kan men met de andere parochies van de pastorale eenheid de verschillende visies en plannen eens met mekaar afstemmen en de vraag stellen: waar zijn er raakvlakken, op welk vlak werken we best samen en hoe kan de pastorale eenheid ons daarbij helpen?
Besluit: de slagzin ‘SAMEN onder de toren’ kan dus beschouwd worden als een project, als een opdracht. Uit de geschetste denkoefening die erachter steekt kan men besluiten dat ‘SAMEN onder de toren’ een slagzin voor elke parochie zou kunnen zijn. Met de denkoefening is trouwens het warm water niet uitgevonden. Het is gewoon een variant op ‘zien, oordelen, handelen’ van kardinaal Cardijn.
Jef Peeters