In het verhaal over Jezus’ Hemelvaart weerklinkt een stem die zegt:
‘Waarom staan jullie naar de hemel te staren?’
Hoe grauw is vandaag die hemel waarnaar mensen staren
in Israël, Palestina, Gaza, Libanon, Iran, …
Zwarte rook van gas en olie,
ontploffingen en laaiend vuur.
Er valt niet veel te dromen en te staren naar de wolken.
Of hoe een paar mensen die wereld in chaos brengen,
laat staan nog aan een God denken.
Het is gezag tegen gezag, macht tegen macht.
Wat de gewone sterveling daardoor moet ondergaan
aan angst en lijden, oorlog, ellende en dood telt niet.
Hoe de hele wereld daardoor ontwricht wordt
en in brand staat, is ‘collateral damage’,
een ongepland inschattingsfoutje van de ‘grote’ leiders.
In elk gesprek gaat het over die dwaze oorlogen.
Is er dan geen betere boodschap?
Geen positievere kijk op de wereld en de mensen?
Mensen schreven toen, heel primitief nog, op
wat hen zó aangesproken had bij die Jezus:
zijn woorden, zijn verhaal, zijn bijzonder mens-zijn.
Zijn levenswijze die zo begeesterend was,
dat zij hem volgden, niet meer uit het oog verloren,
tot hij werd aangeklaagd, vervolgd, gemarteld,
gekruisigd, uit de weg geruimd. Verdwenen.
Daarna, het licht gedoofd …
Gitdonker was het geworden in het leven van hen,
die op Hém hun hoop hadden gesteld.
Door Hem hadden zij leren geloven,
leren zien wat belangrijk is in het leven,
leren vermoeden waar die God van alle leven
zich verborgen houdt.
Ze werden door Hem symbolen aangereikt:
Licht als Leven,
Zijn weg als Waarheid.
Brood en wijn als gave van het bewuste besef
dat God in ons Aanwezig is
(als we Hem toelaten).
Symbool van Liefde onder mensen beleefd,
met die Jezus, maar ook
met die eerste kleine gemeenschap.
Zij leerden dat het om die zwakke en kreupele gaat,
zij die het met veel minder moeten doen.
En ze zagen dat Hij probeerde daar iets aan te doen.
En nu, als door God verlaten, kijken ze omhoog
naar een blauwe hemel vol oneindigheid.
Vol vragen en angst, zwijgend en als verblind zijn ze.
Was dat alles een illusie?
Is dit ‘einde verhaal?’
Of is die Goede Vriend nog bij ons
op één of andere wijze?
Is hij verdwenen en toch weer niet?
Is Hij nu ‘ánders’ met ons verbonden?
En hoe dan?
Hij die zo verbonden was met Zijn God,
is Hij dat nu ten volle?
In hun diepste binnenste hopen en geloven zij:
dit kan niet het einde zijn.
Zoals Hij sprak over die God, die Vader,
met hart en ziel en geest,
vol enthousiasme, vol ‘zeker weten’.
Daarbij is onze twijfel klein en nietig.
Zijn woorden waren te sterk, te intens,
om niet te blijven duren.
Zou het kunnen dat door onze getuigenis,
onze manier van leven en goed zijn
Zijn Woord, Zijn Leven
voortbestaat vandaag en morgen?
We weten
dat Hij al onze namen meeneemt,
vasthoudt in Zijn hart.
Hier onder de hemelboog
mogen we leven in alle vrijheid.
Aan ons om de keuze te maken
tussen goed en kwaad.
En elke burger heeft een aangeboren talent
om die twee te onderscheiden.
Als hij tenminste zijn eigenbelang opzij zet.
Greet Casier