In mei trokken we met z'n drieën – mijn echtgenoot Francis, mijn hond Johnny en ik – de wandelschoenen aan voor een bijzondere tocht. Vanuit La Verna wandelden we naar Assisi, in de voetsporen van Franciscus. Een traject van ongeveer 235 kilometer, door de prachtige natuur van Umbrië, langs steile bergpaden, stille bossen, kleine dorpjes en eeuwenoude kloosters.
Wie denkt dat zo'n pelgrimstocht vooral een sportieve uitdaging is, vergist zich. Natuurlijk voelden we onze benen na een lange wandeldag en waren er momenten waarop een klim eindeloos leek. Maar al snel ontdekten we dat de zwaarste én mooiste weg zich vanbinnen afspeelt. We spraken af: ‘niet klagen, maar verdragen en mensen dragen die het momenteel moeilijk hebben.’
Wandelen heeft een bijzonder ritme. Na een tijdje verstilt het hoofd. Zorgen, plannen en drukte verdwijnen naar de achtergrond. Je leert opnieuw kijken: naar een bloem langs het pad, een vogel die overvliegt, een oud kapelletje, een vriendelijke glimlach van een onbekende. Je ontdekt hoe weinig een mens eigenlijk nodig heeft om gelukkig te zijn: een goed gesprek, een eenvoudige maaltijd, een plaats om te rusten en de wetenschap dat je onderweg bent.
Elke dag bracht nieuwe ontmoetingen. Pelgrims uit verschillende landen begroetten elkaar alsof ze oude bekenden waren. Taal vormde zelden een hindernis. Een glimlach, een ‘Buen Camino’ of een gedeeld verhaal was voldoende om verbondenheid te voelen. Het was hartverwarmend te ervaren hoe gastvrij mensen kunnen zijn.
Voor mij kreeg de tocht ook een spirituele betekenis. Franciscus koos ooit bewust voor eenvoud, vrede en verbondenheid met alles wat leeft. Al wandelend begrijp je beter waarom. De natuur wordt als het ware een kathedraal zonder muren. Je voelt dankbaarheid voor de schoonheid die je omringt en voor de mensen die een stukje van de weg met je meegaan.
Hoogtepunt van de pelgrimstocht was ongetwijfeld de aankomst in Assisi. Wanneer je na dagen stappen de stad ziet opduiken tegen de helling, maakt vermoeidheid plaats voor ontroering. Het bereiken van de basiliek van Sint-Franciscus voelt niet als het einde van een wandeling, maar als het begin van iets nieuws. Je beseft dat de echte pelgrimstocht verdergaat wanneer je weer naar huis keert.
Want misschien is dat wel de mooiste les die we meenamen: pelgrim zijn is geen vakantie, maar een manier van leven. Onderweg blijven met een open hart. Tijd maken voor stilte. Verwonderd blijven kijken. Zorg dragen voor elkaar en voor de schepping. Niet altijd de snelste weg kiezen, maar de weg waarop je werkelijk mens kunt worden.
Op onze tocht leerden we de uitspraak ‘Non io, ma Dio’ Het gaat niet om IK maar om GOD.
Dankbaar kijken we terug op deze dagen. Voor de kilometers die achter ons liggen, maar vooral voor alles wat we onderweg mochten ontvangen. Sommige wegen eindigen op een kaart. Andere blijven nog lang verder lopen in je hart.
Nancy Cappelle