Heeft God hem ‘Heer, Gij hebt mij verleid’. In de eerste lezing maakt de profeet een ernsti-ge crisis door. wel echt geroepen? Heeft hij zich niet laten misleiden? Is het werkelijk zijn taak altijd maar te dreigen en onheil aan te kondigen, en in ruil daarvoor bespot en versmaad te worden? En toch: hij kan niet anders, ook al zou hij het soms willen opgeven. ‘Maar dan laait er een vuur op in mijn hart, het brandt in mijn gebeente’. Na de twijfel keert de zeker-heid terug. Het lijkt wel of God hem verlaten heeft, maar dat is niet zo. In de verzen die on-middellijk op de lezing volgen, spreekt Jeremia zijn rotsvaste vertrouwen uit: ‘De Eeuwige is bij mij als een machtig strijder’.
De evangelielezing verhaalt eveneens over een crisissituatie. We zijn in het Matteüsevange-lie op een beslissend punt aanbeland. ‘Jezus begon zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij naar Jeruzalem moest gaan’. Van nu af is het verhaal georiënteerd op het lijden van de Mes-sias. Deze omslag in het verhaal blijkt ook uit de reactie van Petrus en uit het harde ant-woord dat hij van Jezus krijgt. Vorige zondag was Petrus de rots waarop Jezus bouwde. Van-daag wordt die rots voor Jezus een struikelblok, een steen des aanstoots. De reactie van Je-zus is zeer hevig. Hij keert zich om, zodat Petrus letterlijk tegenover hem staat, en zegt te-gen hem: ‘Weg daar, achter mij, satan. Je bent een struikelblok voor mij, want jouw gedach-ten zijn niet Gods gedachten, maar die van mensen’ (Willibrordvertaling 1995).
Nog maar pas heeft Jezus Simon ‘de steenrots’ genoemd, nu noemt hij hem ‘satan’. Let wel: met ‘satan’ wordt niet noodzakelijk de duivel bedoeld. In het oude verhaal waarmee het boek Job begint, behoort de satan zelfs tot de hemelse hofhouding van God. Hij is er de te-genspeler van de Eeuwige en hij stelt voor de rechtvaardige Job tot het uiterste op de proef te stellen, in de hoop dat Job God zou vervloeken. Het Hebreeuwse woord satan betekent letterlijk ‘tegenstander’, ‘iemand die hindernissen in de weg legt’. In Numeri 22,22 lezen we dat de engel van God ‘zich als satan opstelt op de weg’ om de profeet Bileam tegen te hou-den. Later is ‘satan’ de verzamelnaam geworden van de krachten die tegen Gods bedoeling ingaan, en ten slotte werd dit woord een van de vele namen voor de duivel.
In het evangelieverhaal stelt Petrus zich tegenover Jezus als satan op. Hij wil Jezus tegen-houden op zijn weg naar Jeruzalem. Hij doet dat met de beste bedoelingen. Dat Jezus zou moeten lijden en een smadelijke dood sterven, is voor hem een ondraaglijke gedachte. Maar Jezus heeft de weg naar Jeruzalem bewust gekozen. Niet omdat hij het lijden en de dood zocht, maar omdat hij trouw wilde blijven aan zijn diepste levenskeuze. Een keuze die hij bij het begin van zijn openbaar optreden in tweestrijd met Satan – de duivel – gemaakt had: niet zichzelf, maar anderen redden; liefhebben tot het uiterste, zelfs al moet hij zijn leven daar-voor geven (zie Matteüs 4,1-11, het verhaal van Jezus’ bekoring).
Zeker zijn beste vrienden mogen hem nu niet tegenhouden. Vandaar de harde woorden van Jezus tot Petrus: ‘Weg, satan!’. Jezus bedoelt daarmee niet: ‘uit mijn ogen’. In de Griekse tekst staat eigenlijk niet: ‘Ga weg, satan, terug!’ maar wel: ‘Ga weg, satan, achter mij!’. Pe-trus, de steenrots, moet nog leren waar zijn plaats is. Hij wordt door Jezus terechtgewezen: Petrus, je plaats is niet tegenover mij, maar achter mij. Wees geen tegenstander, maar een medestander. Wees geen struikelblok, maar wees volgeling.
Elke geroepene maakt vroeg of laat zo’n strijd door. Zie Jeremia in de eerste lezing. Eerst verzet hij zich met hand en tand tegen zijn roeping. Maar dan laait het vuur weer op in zijn hart. Zijn vertrouwen in God, die hem niet in de steek laat, geeft hem nieuwe kracht. Dat zelfde Godsvertrouwen deed Jezus standhouden in de beproeving. En daartoe riep hij ook zijn volgelingen op. In de tweede lezing zegt Paulus tot zijn lezers in andere woorden het-zelfde als wat Jezus tot Petrus zei: ‘Stem uw gedrag niet af op deze wereld. Word andere mensen, met een nieuwe visie’.
Paul Kevers