Als pastor ontmoet ik mensen op de meest kwetsbare momenten van hun leven. In een ziekenhuiskamer, op de palliatieve eenheid of aan de tafel thuis waar het leven plots een heel andere wending heeft genomen.
Vaak komen dan vragen zoals: Waarom overkomt mij dat? Wie ben ik nog? Heb ik de juiste keuzes gemaakt in mijn leven? Waaraan heb ik dat verdiend? Waar is God nu?
Geen simpele vragen waarop je simpele antwoorden kan geven. Ik zou het verdriet willen wegnemen, de angst verzachten, de pijn draaglijker maken. Maar dat kan ik niet. En juist de onmacht heeft mij geleerd dat echte nabijheid niet begint bij wat ik zeg of niet zeg, maar bij wie ik ben als mens.
Soms vragen mensen mij wat een pastor of spiritueel zorgverlener eigenlijk doet. Mijn antwoord is meestal eenvoudig. Ik probeer aanwezig te zijn.
Niet om het lijden van mensen op te lossen. Wel om een stukje van hun weg mee te gaan. Soms met woorden, soms met een gebed, maar even vaak in een stilte die niets hoeft op te vullen.
‘Waarom overkomt mij dit?’
Het is een vraag die ieder van ons vroeg of laat kan raken. Ze klinkt wanneer gezondheid broos wordt, wanneer afscheid zich aandient of wanneer het leven plots een andere richting uitgaat.
Mensen verlangen geen pasklare antwoorden, ze verlangen naar iemand die luistert en blijft. Iemand die niet wegkijkt van hun verdriet. Die hun pijn niet kleiner maakt dan ze is. Die niet meteen probeert te troosten met woorden, maar door er te zijn eenvoudig zegt: Je bent niet alleen. Dat klinkt misschien klein. Maar juist daarin schuilt een bijzondere kracht.
We leven in een wereld waarin veel opgelost moet worden. Toch zijn er wonden die niet genezen ook als we de juiste woorden vinden. Er zijn kwetsuren die we niet kunnen wegnemen. Ook ik ervaar die onmacht. Soms stap ik naar buiten met het gevoel dat ik zo weinig heb kunnen betekenen. En toch … Door de jaren heen heb ik geleerd dat troost zelden begint met een antwoord. Troost begint wanneer iemand zich gezien voelt.
Wanneer een hand zacht wordt vastgehouden. Wanneer stilte niet ongemakkelijk hoeft te zijn. Wanneer tranen niet meteen moeten ophouden. Wanneer iemand de vrijheid krijgt om verdrietig, boos of bang te zijn, zonder daarvoor veroordeeld te worden.
Een psychologe gaf mij ooit een beeld dat me is bijgebleven. Onze kwetsuren kunnen we niet altijd veranderen. Ze horen soms bij het leven. Maar we kunnen wel de ruimte eromheen groter maken. Liefde, aandacht, verbondenheid en hoop maken als het ware de draagkracht groter. Niet omdat de pijn verdwijnt, maar omdat ze niet langer alles hoeft te vullen.
Misschien is dat ook de betekenis van een bezoek. Niet de pijn wegnemen. Wel mee de ruimte worden waarin die pijn gedragen kan worden.
Daarom geloof ik ook zo sterk in de kracht van kleine rituelen. Een kaars die wordt aangestoken. Een lichtje dat brandt. Een naam die hardop wordt genoemd. Een aanraking. Een gebed dat woorden geeft aan wat nauwelijks gezegd kan worden. Of een moment van diepe stilte of diepe verbondenheid. Rituelen veranderen de werkelijkheid niet. Maar ze veranderen soms wel hoe wij die werkelijkheid kunnen dragen. Misschien is dat uiteindelijk de diepste betekenis van nabijheid. Niet dat wij het lijden van een ander kunnen wegnemen. Wel dat niemand het alleen hoeft te dragen. En voor wie gelooft is er ook het vertrouwen dat we door God gedragen worden.
In de evangelies valt me telkens weer op dat Jezus zelden een verklaring geeft voor het lijden. Hij gaat ernaartoe. Hij blijft staan bij wie gekwetst is. Hij luistert, raakt aan, weent mee. Zijn eerste antwoord is geen theorie, maar aanwezigheid.
Dat blijft ook vandaag een wegwijzer. Niet alles wat ons overkomt, kunnen we veranderen. Wel kunnen we leren hoe we ermee omgaan. We mogen onze pijn niet veroordelen of wegdrukken, maar haar met mildheid tegemoet treden. Wanneer we ophouden voortdurend tegen haar te vechten, ontstaat soms een onverwachte innerlijke ruimte. Niet omdat het lijden verdwijnt, maar omdat het niet langer onze hele identiteit bepaalt.
Misschien verdwijnt de vraag 'Waarom overkomt mij dit?’ nooit helemaal. Maar langzaam kan een andere vraag groeien: ‘Hoe kan ik, ook nu, verdergaan?’ En misschien ontdekken we gaandeweg dat we die weg niet alleen hoeven te gaan. Dat Gods liefde ons blijft vergezellen, soms zichtbaar in de nabijheid van een medemens, soms in de stilte, soms in een eenvoudig ritueel dat ons opnieuw met het leven verbindt.
Mensen vragen me soms of het niet lastig is om palliatieve mensen bij te staan? Natuurlijk zijn er moeilijke momenten, maar ik ervaar ook veel schoonheid. Ik mag aanwezig zijn op heel kwetsbare, intieme maar ook heel betekenisvolle momenten van diepe ontmoeting tussen mensen. Dat is een groot voorrecht.
Ilse Plancke
Ilse is te gast voor 'zorgpastoraal' Kerk-in-Roeselare op woensdag 7 oktober 2026 om 14 uur in de Heilig Hartkerk. Iedereen welkom.