In 1735 schonk Anne de Merode, echtgenote van Guillaume Mathieu de Moffarts, heer van Hoeselt, aan de kerk een prachtig nieuw tabernakel.
Het is in hout en heeft een draaibare expositietroon, versierd met kostbare stof. Bovenop het tabernakel troont een vergulde pelikaan met gespreide vleugels, die zijn jongen voedt met haar eigen bloed.
Het tabernakel is wit geschilderd, deels verguld.
Na de bouw van de nieuwe kerk in 1766, werd het tabernakel terug op het hoofdaltaar gezet en bleef er dienst doen.
Toen de kerk van Hoeselt in 1876 het majestatische barok altaar kreeg van de Luikse St. Pauluskathedraal, was er niemand die er oospronkelijk aan dacht om ook een nieuw tabernakel te laten maken. Pas toen het nieuwe schilderij met steniging van Sint-Stefanus op het hoofdaltaar geplaatst was, stelde men vast hoe versleten het oude tabernakel wel was. Bovendien verstoorde de pelikaan met zijn vleugels danig het uitzicht op het nieuwe schilderij.
In 1880 werd het nieuwe geelkoperen tabernakel geplaatst uit het atelier Van Rijswijck in Antwerpen.
Het oude tabernakel vond eerst nog een plaats in de kerk, maar werd meer en meer in een hoek gestoken.
In 1935 deed het nog enkele maanden dienst in de nieuwe kerk op de Nederstraat en daarna belandde het op de zolder onder de kerktoren.
In 1937 werd het in bruikleen afgestaan aan Constant Vanderstraeten, conservator van het provinciaal Museum. Van toen af heeft het verbleven in de kelders van het Begijnhof in Hasselt.
De bijhorende pelikaan is nog in restauratie en wordt later toegevoegd aan het pronkstuk.
Het gerestaureerde tabernakel is te bezichtigen in de schatkamer in de Sint-Stefanuskerk in Hoeselt.
Bron: Hoeseltse Geschiedkundige Kring