In de meimaand samenkomen bij een Mariakapel, te velde. Een gebruik dat weinigen onder ons nog kennen. Het flitst ons terug naar vroeger, naar dat dorpse leven waar we de buren nog kenden en waar ’s avonds de stoelen bij de voordeur werden gezet en ondertussen de halve parochie verlegd, om het in de volksmond uit te drukken.
Maar ook voor Maria was er grote devotie.
De kapelletjes kregen een frisse opknapbeurt, al of niet met een verse lik blauwe en witte verf. En waar kon werd een bloemetje extra gezet. Jong en oud vond elkaar daar bij die lindebomen of aan de ingang van een boerderij.
Elkaars zorgen dragen, samen bidden tot Maria om de kommer en lasten die ons elke dag brengen te verlichten. Onze zorgen aan haar toevertrouwen.
Maria leerde ons ‘moeder zijn’.
Moeder zijn is het wondere begin van elk leven dragen. Het hart zijn in een harde wereld. Open oog voor nood aan tederheid en liefde. Bron van begrip en geborgenheid, attentie voor het kleine en het goede in de mens, uitgestoken hand voor de vader, kloppend hart voor het zoekende kind, reddingsloep voor velen, troost en steun voor zieken en eenzamen. Eenvoudig goed zijn, steeds klaar staan voor een ander, nooit moe, altijd liefde en geluk geven. Bloem zijn gedurende het leven, dat is ‘moeder zijn’.
Maria leerde ons trouw te zijn, vooral in trouw diegenen nabij blijven die in lijden door vrienden verlaten zijn. Dagelijks ondervinden wij hoe broos het leven wel kan zijn. En wie dan de genegenheid van mensen rond zich mag ervaren, die voelt Maria heel dichtbij.
Maria leerde ons vreugde te ervaren. In vertrouwen zei ze steeds ‘ja’ aan de Heer. Het bracht haar tot de dankbare en hoopvolle vrouw die wij nu mogen aanbidden. Naast haar vele zorgen, verdriet en lijden kende ze veel vreugde. Ze ondervond liefde en vriendschap waarmee ze vol geloof en in vertrouwen de toekomst tegemoet ging.
‘Mijn hart zingt voor de Heer: Magnificat! Mijn God is mij genadig, mijn vreugde overdadig. En ieder prijs mij zalig: Magnificat! Mijn hart zingt voor de Heer: Magnificat!
Maria leerde ons spontaan op mensen af te gaan om hulp te bieden. Zonder aarzelen dienst bewijzen, zodat niemand vergeefs hoeft te wachten. Krachtig ging ze door het leven, met open vizier waar ze haar nodig hadden zodat de ander de dag van morgen niet met angst tegemoet moest zien. Het kloppende hart van moederlijke liefde, met respect en verdraagzaamheid voor haar naasten… Wij kunnen nog iets van haar leren!
Lief Vrouwke, ik kom niet om te bidden,
maar om een poos bij U te zijn.
Ik heb U niets te geven, niets te vragen, deze dag.
Ik bezit alleen de grote vreugde
dat ik U bekijken mag.
Lief Vrouwke, ik kom niet om te spreken,
maar om een poos bij U te zijn.
Ik heb U niets te zeggen, niets te vragen, deze dag.
Maar bewaar voor mij de grote vreugde,
dat ik U bekijken mag.
Lief Vrouwke, ik kom niet om te zingen,
maar om een poos bij U te zijn.
Ik heb U niets te bieden, niets te vragen, deze dag.
Laat voor mij alleen de grote vreugde,
als ik Moeder zeggen mag.
---
Liefde gaf u duizend namen, groot en edel, schoon en zoet.
Maar geen een die ’t hart der Vlamen even hoog verblijden doet
als de naam, o Moedermaagd, die Gij in ons landje draagt,
schoner klinkt hij dan al d’anderen:
Onze Lieve vrouw van Vlaanderen.
Waar men gaat langs Vlaamse wegen, oude hoeve, huis of tronk,
komt men u, Maria, tegen, staat uw beeltenis te pronk.
Lacht ons toe uit lindegroen, bloemenkrans of blij festoen.
Moge ’t nimmer hier verand’ren
O, Gij Lieve Vrouw van Vlaand’ren
Blijf in ’t Vlaamse harte tronen als de hoogste Koningin,
als de beste moeder wonen in elk Vlaamse huisgezin.
Sta ons bij in alle nood, nu en in het uur der dood,
ons Uw kind’ren, en ook d’ and’ren:
Liefste Lieve Vrouw van Vlaand’ren.