Vandaag begint in de liturgie een reeks gewone ‘zondagen door het jaar’, tussen de kersttijd en de veertigdagentijd. Maar deze eerste zondag van die reeks heeft toch een speciaal cachet. We beginnen de doorlopende lezing uit het Matteüsevangelie nog niet, maar lezen uit Jo-hannes. Inhoudelijk is deze zondag een vervolg op het feest van Jezus’ doop, dat we vorige zondag vierden. In de eerste lezing horen we opnieuw een lied over de ‘dienaar van Jahwe’ en in het evangelie gaat het nog een keer over de doop van Jezus door Johannes.
De eerste lezing is een gedeelte uit het tweede lied van Jesaja over de ‘dienaar van Jahwe’. ‘Mijn dienaar zijt gij, Israël’, zo begint het. De voorstanders van een collectieve interpretatie van de ‘dienaar’ beroepen zich op deze tekst. De ‘dienaar van Jahwe’ zou het volk Israël zijn. Maar uit het vervolg blijkt duidelijk dat de dienaar een individuele persoon is, die een opdracht krijgt met betrekking tot Israël. Daarom denken de meeste bijbelverklaarders dat de naam Israël pas later in de eerste zin werd ingelast. In onze tekst is de profeet zelf aan het woord. Hij is zelf de dienaar, door de Eeuwige vanaf de moederschoot geroepen om Jakob terug te brengen en Israël van de ondergang te redden. Op de eerste plaats is daarmee de te-rugkeer van de ballingen naar hun land bedoeld. Maar die terugkeer hangt samen met een innerlijke ommekeer: de Israëlieten moeten hun wantrouwen tegenover de Eeuwige laten varen. Dan zullen zij gered worden. Daardoor zal Gods Naam bekend worden aan alle vol-keren: het zal ‘een licht voor de heidenen’ zijn, tot aan de grenzen der aarde.
In de evangelielezing maken we kennis met de visie van de evangelist Johannes op Johannes de Doper. In het vierde evangelie is de Doper in de eerste plaats getuige, veel meer dan voor-loper en wegbereider van de Christus (zie Johannes 1,7.15.19.34). Hij gaat Jezus niet vooraf, maar staat naast hem. Hij kondigt niet de komst van de Messias aan, maar openbaart aan Israël degene die, nog onbekend, reeds in hun midden is: ‘Onder u staat hij die gij niet kent’ (1,26). Ook Johannes kende hem nog niet, maar de doop van Jezus was voor hem een open-baringsmoment: hij zag de Geest als een duif op Jezus neerdalen en blijven rusten. Johannes legt getuigenis af van wat hij gezien heeft, en dat doet hij door Jezus twee betekenisvolle namen te geven: ‘Zie het lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt’ en: ‘Deze is de Zoon van God’.
Vorige zondag ging het over de dienaar die, door zich ten dienste te stellen van de zwaksten, Gods gerechtigheid laat stralen. Het ging over Jezus die, door een gebaar van vernedering te stellen, duidelijk maakte dat Hij alle gerechtigheid wou vervullen. Vandaag gaat het over de dienaar die Israël van de ondergang redt en zo Gods heerlijkheid aan de wereld openbaart. Het gaat over Jezus die door Johannes de Doper ‘het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegdraagt’ wordt genoemd, en die tegelijkertijd door hem erkend wordt als de Zoon van God.
Telkens zien we dus een moment van vernedering en een moment van verheffing. De diepste vernedering is de openbaring van Gods hoogste heerlijkheid. Met name de evangelist Johan-nes is daardoor getroffen. Het moment van Jezus’ kruisdood is voor hem het uur waarin de Vader verheerlijkt wordt en Jezus de Geest schenkt aan de wereld. De evangelielezing van deze dag sluit daarbij aan. Johannes de Doper noemt Jezus zowel Lam Gods als Zoon van God. De titel ‘Lam Gods’ verwijst naar het paaslam dat geslacht wordt en naar de dienaar die ‘als een lam dat ter slachting geleid wordt, zijn mond niet heeft geopend’ (Jesaja 53,7: diepste vernedering). En de titel ‘Zoon van God’ betekent de hoogste verheerlijking. Jezus is Zoon en dienaar tegelijk. Of beter: juist omdat hij dienaar van de mensen is geworden tot het uiterste, mogen wij hem Gods Zoon noemen.
Aan Jezus, zijn vernederde dienstknecht, heeft God de macht gegeven om onvergankelijk leven te schenken aan alle mensen – ‘aan allen die, geheiligd in Christus Jezus, tot een heilig leven zijn bestemd’, schrijft Paulus in de tweede lezing. Deze gebroken mens, dit geslachte lam is de Zoon van God. Zo, en niet anders, wordt Gods liefde geopenbaard.
Paul Kevers