Een warm hart voor Don Bosco, de salesianen en de jeugd
Naar aanleiding van de feestdag van de H. Johannes Bosco op 31 januari vroegen we aan Cirilo de Deus, meewerkend priester in onze pastorale eenheid, wat Don Bosco en de congregatie van de salesianen voor hem betekenen.
Mijn liefde voor de salesianen
Vaak vragen mensen mij tot welke congregatie ik behoor en waarom ik juist voor deze congregatie heb gekozen en niet voor een andere, want er bestaan veel congregaties.
Het klopt dat er wereldwijd vele congregaties zijn. Op Oost-Timor, het eiland in Zuidoost-Azië waar ik vandaan kom, worden bovendien meer dan tien talen gesproken. Toch ben ik verliefd geworden op de salesianen. Het is geen toeval dat ik mij bij hen heb aangesloten. Meer dan de helft van mijn leven breng ik al door bij de salesianen. Ik leerde hen kennen vanaf de lagere school en ben in deze omgeving opgegroeid. Tot op vandaag ben ik nooit voor langere tijd weggeweest van bij de salesianen. Het is mijn thuis en ik voel mij hier ook thuis.
Tijdens mijn lagere en middelbare schooltijd voelde ik mij sterk aangetrokken tot de salesianen. Hun levensstijl en hun missie, hun zending bij de jeugd, spraken mij bijzonder aan. Daarom ben ik onmiddellijk na mijn secundair onderwijs ingetreden bij de congregatie van de salesianen.
Wie is Don Bosco?
De salesianen zijn leden van een congregatie die in de Italiaanse stad Turijn werd gesticht door de heilige Johannes Bosco, beter bekend als Don Bosco. Hij werd geboren op 16 augustus 1815 in Becchi, Castelnuovo, een dorp in Noord-Italië. Hij is afkomstig uit een eenvoudig gezin van Francesco Bosco en Margherita Occhiena. Zijn vader was landbouwer en zijn moeder zorgde als huismoeder met grote toewijding voor haar kinderen. Johannes had twee broers.
Johannes voelde de liefde van zijn vader maar kort, want toen hij twee jaar oud was, overleed Francesco Bosco op 33-jarige leeftijd aan een ernstige longontsteking. Margherita bleef alleen achter en zorgde niet alleen voor haar drie kinderen — Antonio (negen jaar), Giuseppe (vier jaar) en Giovanni (twee jaar) — maar ook voor haar schoonmoeder. Met hard werk en een groot vertrouwen in Gods voorzienigheid kreeg het gezin steun van mensen die hen hielpen om deze moeilijke periode door te komen.
Hoewel Giovanni sterk verlangde om priester te worden, was het voor hem als boerenzoon niet vanzelfsprekend om verder te studeren. Dankzij de steun van verschillende weldoeners kreeg hij toch de kans om zich intellectueel te ontwikkelen. De financiële moeilijkheden om naar het seminarie te gaan werden uiteindelijk opgelost met de hulp van don Calosso, een gepensioneerd priester, en don Cinzano, de pastoor van Castelnuovo. In oktober 1835 trad Giovanni uiteindelijk toe tot het seminarie. Na zijn priesteropleiding werd hij op 5 juni 1841 in Turijn tot priester gewijd.
Don Bosco bleef, ook na zijn priesterwijding, een eenvoudig priester, wat in die tijd niet vanzelfsprekend was. Diep geraakt door de moeilijke levensomstandigheden van jongeren in Turijn, besloot hij zich volledig in te zetten voor hen, vooral voor de meest kwetsbaren. Toen zijn begeleider hem vroeg naar zijn toekomstplannen, antwoordde hij:“Ik voel mij het sterkst aangetrokken tot het werken voor de jongeren. (…) Ik zie mezelf te midden van een menigte jongeren die om mijn hulp vragen.”
Oprichting van de salesiaanse congregatie
Overtuigd van zijn roeping om zich voor de opvoeding van jongeren in te zetten richtte Giovanni samen met een aantal jongeren de salesiaanse congregatie op. De naam ‘salesianen’ is afgeleid van hun patroonheilige, de heilige Franciscus van Sales. Don Bosco voelde zich bijzonder aangetrokken tot diens minzaamheid en vriendelijkheid. In Franciscus van Sales vond hij een tegengewicht voor zijn eigen soms onstuimige karakter. In de omgang met jongeren wilde Don Bosco vooral geduld, vriendelijkheid en zachtheid centraal stellen.
Deze minzaamheid van Franciscus van Sales vormde de basis van Don Bosco’s spiritualiteit. Zijn spiritualiteit is relationeel en opvoedend, gebaseerd op redelijkheid, religie en liefdevolle goedheid. Dit opvoedingsmodel staat bekend als het preventief systeem, waarbij de opvoeder nabij is, aanwezig blijft en jongeren helpt hun talenten te ontwikkelen. Het motto “Da mihi animas, cetera tolle” (“Geef mij de zielen, neem de rest”) staat centraal en richt zich op het geluk van jongeren, zowel in dit leven als in het hiernamaals.
De salesianen werden opgericht met als doel de opvoeding van en zorg voor arme en verwaarloosde jongeren tijdens de Industriële Revolutie. Deze missie leeft tot op vandaag voort.
De salesianen in Oostende
Als volgelingen van Jezus, in de geest van Don Bosco, werken wij in onze gemeenschap ‘De Takel’ in Oostende voor en met jongeren. In De Takel hebben wij zowel een dagcentrum als een jeugdhuis. Het dagcentrum is er voor kinderen die na school hier hun huiswerk komen maken en begeleid kunnen studeren. Het jeugdhuis is een vrije ontmoetingsplaats voor jongeren tussen 12 en 25 jaar, open voor iedereen, zonder uitzondering. Wij heten alle jongeren van harte welkom.
Samen met de medewerkers van het dagcentrum en het jeugdhuis proberen wij de spiritualiteit van Don Bosco vandaag concreet vorm te geven. Wij zijn vooral actief in het jeugdhuis, waar wij proberen te doen wat onze stichter ons heeft voorgeleefd: aanwezig zijn bij jongeren, hun situatie begrijpen en hen benaderen als een broer. Dat is het leven van een salesiaan: nabij zijn en jongeren laten voelen dat ze geliefd zijn.
Wij geven het beste van onszelf aan de meest kwetsbare jongeren, als bijdrage aan een mooie toekomst voor hen en voor de samenleving.
Feest van Don Bosco
Don Bosco stierf op 31 januari 1888 en werd op 1 april 1934 heilig verklaard door paus Pius XI. 31 januari is het feest van Don Bosco. Daarom vragen wij - salesianen, zusters van Don Bosco, medewerkers en leden van de salesiaanse familie - om te gedenken of een kaars te laten branden, opdat het charisma van onze stichter levend en zichtbaar mag stralen volgens het teken van de tijd.
Cirilo de Deus