Een beetje in het verlengde van onze vorige bijdrage over Cartitas Internationalis, is het vandaag de beurt aan Missio.
In 2026 viert de katholieke Kerk honderd jaar Wereldmissiezondag.
Voor Missio België is dat jubileum geen eindpunt, maar een uitnodiging om opnieuw te kij-ken naar de betekenis van missie: geloven delen, luisteren naar lokale kerken en solidariteit concreet maken.
In de campagne 2026-2027 staat Senegal centraal, een land waar een kleine katholieke ge-meenschap midden in een overwegend islamitische samenleving een opvallende rol speelt in onderwijs, zorg, dialoog en gemeenschapsopbouw.
Van burgerinitiatief tot wereldwijd netwerk
De wortels van Missio liggen in de negentiende eeuw. In 1822 richtte de Franse lekenvrouw Pauline-Marie Jaricot het Werk tot Voortplanting van het Geloof op.
Haar idee was eenvoudig en vernieuwend: veel mensen konden met een klein, regelmatig bedrag en met gebed samen een wereldwijde beweging van solidariteit dragen.
Later ontstonden nog drie initiatieven: het Werk van de Heilige Kindsheid, het Werk van Sint-Petrus Apostel voor de vorming van lokale priesters en de Pauselijke Missionaire Unie.
Paus Pius XI bracht deze vier werken in 1922 samen als de Pauselijke Missiewerken. Sinds 1986 gebruiken verschillende nationale afdelingen de naam Missio. Vandaag is het netwerk aanwezig in meer dan 140 landen.
Missio is dus ouder dan het jubileum dat in 2026 wordt gevierd. Het gaat precies om de hon-derdste verjaardag van Wereldmissiezondag, die paus Pius XI in 1926 instelde. Op de voor-laatste zondag van oktober worden katholieken overal ter wereld uitgenodigd om te bidden voor de wereldkerk en bij te dragen aan haar missionaire opdracht. De jaarlijkse collecte vloeit niet enkel van rijke naar arme landen: alle lokale kerken nemen deel, ook gemeen-schappen die zelf weinig middelen hebben. Dat wederkerige karakter is wezenlijk. Missie betekent niet dat één partij alles weet of geeft, maar dat kerken elkaar dragen en van elkaar leren.
Een werking met spirituele én sociale dimensie
Missio wil een missionaire geest bevorderen, geloofsvorming ondersteunen en verbonden-heid scheppen tussen lokale kerken.
Gebed, liturgie en ontmoeting gaan samen met steun aan pastorale en sociale projecten. Via het wereldwijde netwerk ontvangen jaarlijks duizenden initiatieven hulp: de opleiding van catechisten en seminaristen, de bouw of renovatie van kapellen, scholen en zorgvoorzienin-gen, vervoermiddelen voor afgelegen parochies en programma’s rond vrede en menselijke ontwikkeling. Lokale gemeenschappen bepalen daarbij zelf hun prioriteiten en beheren hun projecten.
Missio wil dus niet boven plaatselijke partners staan, maar naast hen.
In België loopt de werking het hele jaar door.
Oktober is de missiemaand, met Wereldmissiezondag als hoogtepunt. Parochies, scholen en verenigingen krijgen campagnemateriaal, bezinningen en suggesties voor vieringen en ac-ties. Begin januari brengt Sterzingen kinderen op de been: verkleed als de wijzen trekken zij langs huizen, zingen, brengen een zegen en zamelen geld in voor leeftijdsgenoten elders. Ook Afrikadag, gebedsinitiatieven, vorming, ontmoetingen en fondsenwerving houden de band met de wereldkerk levend. Zo maakt Missio internationale solidariteit zichtbaar in de lokale geloofsgemeenschap.
Een eeuw Wereldmissiezondag in beeld
Voor het eeuwfeest blikt Missio terug op honderd jaar campagnevoering.
Een reeks van honderd affiches toont hoe de beeldtaal rond missie veranderde. De vroege ontwerpen legden sterk de nadruk op gebed, giften en een algemene voorstelling van verre missiegebieden. Sommige beelden weerspiegelen het paternalistische en koloniale denken van hun tijd. Vanaf de jaren zestig verschoof het perspectief: jonge kerken kregen een eigen gezicht, lokale roepingen en verantwoordelijkheden kwamen centraal te staan en partnerschap verving steeds meer het eenrichtingsverkeer.
De tentoonstelling “100 jaar Wereldmissiezondag”, in oktober in de kathedraal van Meche-len en vanaf 22 november in Oostende, nodigt bezoekers uit om die evolutie kritisch te bekijken. Het jubileum krijgt daarnaast gestalte in vieringen, campagnemateriaal, de missie-maand en ontmoetingen rond het jaarthema “Eén in Christus, samen op missie”.
Senegal: een kleine Kerk met een brede uitstraling
Senegal is het land in de kijker van de Belgische campagne 2026-2027.
De evangelisatie begon er al in de vijftiende eeuw en werd in de negentiende eeuw structure-ler. Vandaag vormt de islam de overtuiging van de grote meerderheid van de bevolking, ter-wijl de katholieke Kerk een kleine minderheid blijft. Toch is zij, met één aartsbisdom en zes bisdommen, over het hele land aanwezig. Haar betekenis reikt verder dan haar aantal gelovi-gen. Scholen, gezondheidszorg, sociale centra en ontwikkelingsprojecten staan open voor iedereen, ongeacht religie of afkomst. De Kerk werkt bovendien samen met islamitische en traditionele leiders en treedt geregeld op als sociale partner en bemiddelaar.
Die interreligieuze harmonie is een opvallend kenmerk van Senegal, het land van de “teran-ga”, de gastvrijheid. Christenen en moslims leven er vaak in dezelfde families en delen het maatschappelijke leven. Dat neemt de uitdagingen niet weg. Armoede maakt veel bisdom-men afhankelijk van steun van buitenaf, afgelegen gemeenschappen missen infrastructuur en de opleiding van pastorale medewerkers vraagt blijvende investeringen. Tegelijk zoekt de Kerk naar manieren om het Evangelie te verankeren in lokale culturen en om jongeren per-spectief te bieden. Missio ondersteunt precies op die kruising van geloof, vorming en menselijke ontwikkeling.
Drie projecten die het verschil zichtbaar maken
Een eerste campagneproject steunt catechisten in alle Senegalese bisdommen.
Zij geven geloofsonderricht aan kinderen, jongeren en volwassenen, begeleiden gemeen-schappen en werken nauw samen met priesters. In uitgestrekte of moeilijk bereikbare paro-chies zijn zij vaak het meest nabije gezicht van de Kerk. Hun inzet is grotendeels vrijwillig; waar een vergoeding mogelijk is, blijft die zeer beperkt.
Een tweede project betreft de heropbouw van een tehuis voor kwetsbare meisjes in Nema, in de regio Ziguinchor.
De Zusters van het Heilig Hart van Maria boden er onderdak aan dertig meisjes van veertien tot zeventien jaar. Het internaat gaf hun een veilige woonomgeving, toegang tot middelbaar onderwijs en bescherming tegen vroegtijdige of gedwongen huwelijken. Na een verwoesten-de brand moet het gebouw opnieuw worden opgetrokken. De steun heeft hier een heel con-crete betekenis: meisjes kunnen hun opleiding voortzetten en krijgen meer ruimte om zelf hun toekomst vorm te geven.
Het derde project ondersteunt het interdiocesane grootseminarie Saint Jean-Marie Vianney in Brin. Sinds 1987 volgen jonge mannen uit Senegal en buurlanden er twee jaar filosofie als voorbereiding op verdere theologische studies en hun latere pastorale dienst. Menselijke, intellectuele en spirituele vorming gaan er samen. Het hoofdgebouw is echter door ouder-dom en zware regenval aangetast; een lekkend dak veroorzaakt schade aan muren en leef- en studieruimten. Renovatie helpt een nieuwe generatie lokale verantwoordelijken opleiden en versterkt daarmee de zelfstandigheid van de Kerk in de regio.
Samen op missie
Het eeuwfeest van Wereldmissiezondag maakt duidelijk hoe sterk het begrip missie in honderd jaar is veranderd.
Waar vroeger vaak werd gesproken over geven aan kerken ver weg, ligt vandaag de nadruk op wederkerigheid, lokale verantwoordelijkheid en ontmoeting.
Senegal laat zien wat dat in de praktijk betekent. Een minderheidskerk kan tegelijk een be-langrijke maatschappelijke kracht zijn, juist door onderwijs, zorg, dialoog en nabijheid voor iedereen toegankelijk te maken.
Belgische steun aan catechisten, meisjes in Nema en seminaristen in Brin is daarom meer dan financiële hulp: ze bevestigt dat gemeenschappen over grenzen heen bij elkaar horen.
Dat is de kern van Missio’s boodschap na honderd jaar Wereldmissiezondag: niemand beleeft de missie alleen.
Steunen kan in de omhaling of op rekening BE19 0000 0421 1012
met gestructureerde mededeling 201/0000/00047
www.missio.be
Dit artikel werd geschreven met de hulp van Microsoft 365 Copilot.
Luc Vanden Bogaerde