In de Schriftlezingen van dit feest wordt Jezus ons gepresenteerd als dienaar en zoon van God, die met Gods Geest wordt gezalfd om gerechtigheid te volbrengen.
Het thema van de dienaar wordt aangebracht in de eerste lezing. We horen daar het eerste van de vier ‘liederen over de dienaar van Jahweh’ uit de profeet Jesaja. Wie is die dienaar? Daarover werden boeken volgeschreven. Er bestaan collectieve en individuele interpretaties. Sommigen menen dat de dienaar het volk Israël vertegenwoordigt, of het ideale Israël, of het volk in ballingschap. Anderen denken aan een historische persoon of een messiaanse toe-komstfiguur. De meest aannemelijke uitleg is de autobiografische: de dienaar is de profeet zelf. In de lezing stelt God zijn dienaar voor. Zijn optreden is anders dan dat van de meeste andere profeten: ‘hij roept niet, hij schreeuwt niet en op straat verheft hij zijn stem niet’. Hij brengt een boodschap van hoop voor het gebroken, wegkwijnende volk in ballingschap: ‘het geknakte riet zal hij niet breken, de kwijnende vlaspit niet doven’. God blijft trouw aan zijn verbond en zal zijn volk uit de ballingschap bevrijden. De profeet wordt daarvan het teken: blinden zal hij de ogen openen en gevangenen bevrijden.
De evangelist Matteüs heeft de woorden van Jesaja over de ‘dienaar van Jahweh’ op Jezus toegepast. Hij doet dat in de evangelielezing van vandaag: de woorden die de stem uit de hemel over Jezus uitspreekt, zijn bijna letterlijk dezelfde als die over de dienaar in het begin van de eerste lezing. Hij doet dat verder in zijn evangelie nog een paar keer (zie Matteüs 8,16-17; 12,15-21; 17,5). Jezus beantwoordt volkomen aan het profiel en aan de roeping van de ‘dienaar van Jahweh’. Hij zal zorg dragen voor de zwaksten, blinden de ogen openen, mensen bevrijden die gevangen zitten in onmacht of onrecht. Zoals de dienaar heeft Jezus ‘onze ziekten op zich genomen en onze kwalen gedragen’ (Matteüs 8,17, vergelijk Jesaja 53,4).
Jezus wil ‘onze kwalen dragen’, hij wil de last van het kwaad op zich nemen. Daarom laat hij zich door Johannes dopen, ondanks het protest van deze laatste. Jezus doet dat om ‘al wat is vastgesteld te volbrengen’. Letterlijk staat er: ‘om de gerechtigheid volledig te vervul-len’. Gerechtigheid is een kenmerk van de ‘dienaar van Jahweh’: het woord komt vier keer voor in de eerste lezing. Gerechtigheid is volgens Matteüs ook een kenmerk van het konink-rijk van God. ‘Zoek eerst het koninkrijk en zijn gerechtigheid’ (Matteüs 6,33). In zijn Berg-rede maakt Jezus duidelijk, wat hij met die ‘gerechtigheid van het koninkrijk’ precies be-doelt. ‘Als uw gerechtigheid die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft, zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen’ (Matteüs 5,20). Het gaat dus om een ‘gro-tere gerechtigheid’, om ‘meer dan het gewone’. Het betekent onder meer: geen haat dragen tegen je medemens, altijd bereid zijn tot verzoening, geen eden zweren maar waarachtig zijn in elk woord, geweldloos het kwade trachten te overwinnen door het goede, zelfs je vijand liefhebben (zie Matteüs 5,21-48).
Jezus wordt vandaag niet alleen gedoopt door Johannes, hij wordt ook met Gods Geest ge-zalfd. ‘Hij zag Gods Geest op zich neerdalen in de gedaante van een duif’, vertelt Matteüs. Ook in de beide andere Schriftlezingen is er sprake van de Geest. In de eerste lezing stort God zijn Geest uit over zijn dienaar. De tweede lezing is een gedeelte van de toespraak die Petrus hield ter gelegenheid van de bekering van de Romeinse honderdman Cornelius. In die toespraak verkondigt hij de verrijzenis van Jezus, en hij laat daar een korte samenvatting van het leven van Jezus aan voorafgaan. Jezus begon zijn openbare optreden na het doopsel door Johannes, waarbij ‘God hem gezalfd heeft met de heilige Geest en met kracht’.
Door Johannes gedoopt, door God ‘mijn geliefde Zoon’ genoemd en met Geest gezalfd, is Jezus nu toegerust om aan zijn messiaanse taak te beginnen. ‘Hij ging weldoende rond en genas allen die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem’ (einde van de tweede lezing).
Paul Kevers