Niet zien, toch geloven | Kerknet
Overslaan en naar de inhoud gaan

Recent bezocht

Bekijk je recent bezochte microsites, auteurs en thema's
kerknet
  • Hulp
  • Startpagina portaal
  • Mijn parochie
  • Aanmelden of registreren
Menu
  • Startpagina
  • Kerk
  • Vieringen
  • Shop
  • Zoeken
PE Sint-Andreas Middelkerke

PE Sint-Andreas Middelkerke

  • Startpagina
  • Contacten
  • Zoeken
  • Meer
    • Zoeken
    • Pastoraal Team SINT-ANDREAS Missie en visie Parochies in de pastorale eenheid Doopaanvraag Officiële Documenten Gezinsvieringen Erfgoed Digitale nieuwsbrief Weekendvieringen

Niet zien, toch geloven

icon-icon-artikel
Gepubliceerd op maandag 6 april 2026 - 20:22
Afdrukken

De evangelielezing van deze zondag bestaat uit drie delen. Eerste deel: op de avond van de eerste dag van de week verschijnt Jezus plots te midden van zijn leerlingen. Hij toont hun zijn handen en zijn zijde, wenst hun de vrede, zendt hen uit en schenkt hun de Geest. Tweede deel: acht dagen later – de volgende zondag – zijn de leerlingen weer samengekomen. Tomas, die er de eerste keer niet bij was, is er nu ook. Tomas is kritisch: hij wil de tekens van Jezus’ kruiswonden zien en betasten, hij wil een ‘bewijs’. Maar Jezus nodigt hem uit tot geloof: ‘Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben’. Tomas spreekt zijn geloofsbelijdenis uit: ‘Mijn Heer en mijn God!’. Derde deel: de zin waarmee Johannes zijn evangelie afsluit. Jezus heeft nog veel meer gedaan dan in dit boek is opgetekend. Maar al wat is opgetekend, is bedoeld opdat de lezers geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat zij door te geloven leven mogen in zijn Naam.

Op geloven komt het dus aan. Niet zien, toch geloven: daartoe worden zowel Tomas als de lezers van het Johannesevangelie – wij dus – opgeroepen. Daarover gaat het ook in de tweede lezing, waarin de auteur zich richt tot pasgedoopte christenen. Jullie geloof wordt voor een korte tijd door lijden gelouterd, schrijft hij. Jullie geloven nu in Jezus zonder hem te zien, maar op het einde der tijden, wanneer Jezus Christus zich zal openbaren, zullen jullie ten volle deel krijgen aan het heil. De situatie die de schrijvers van het Johannesevangelie en van de eerste brief van Petrus voor ogen hadden, is ook de onze. Wij hebben Jezus lief zonder hem ooit gezien te hebben. Wij geloven in hem, ofschoon wij hem ook nu niet zien.

Niet zien en toch geloven. Dat is niet eenvoudig. Het druist in tegen onze kritische ingesteldheid. Wij willen tekens, aanwijzingen, bewijzen. Wij hebben alle begrip voor de eerste reactie van de ‘ongelovige Tomas’: ‘Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, zal ik zeker niet geloven’. Toch is Tomas minder ongelovig dan het lijkt. Hij wil het geloof van zijn collega’s apostelen op de proef stellen. Tomas weigert een ‘gemakkelijk’ verrijzenisgeloof dat de opstanding van Jezus losmaakt van zijn lijden en dood. Geloof in de verrijzenis is voor hem alleen maar zinvol, als het de proef van het lijden kan doorstaan. Laat mij de sporen van zijn lijden zien, vraagt Tomas, want anders kan ik niet geloven. Dan is Jezus mijn Gezalfde niet die alle leed en lijden kan genezen.

De verrezen Jezus die Tomas ontmoet en in wie hij zijn geloof belijdt, draagt de littekens van zijn lijden. Een litteken is een wonde die genezen is. Een litteken vertelt een verhaal van pijn én van herstel. Mensen met een litteken zijn door het lijden heen gegaan en er veranderd (gelouterd? vernieuwd?) uit te voorschijn gekomen. De verrezen Jezus die Tomas ontmoet, is het levende teken dat zijn weg van dienstbaarheid en liefde tot het uiterste geen doodlopende weg was, maar een weg naar nieuw en eeuwig leven.

Geloof in de verrijzenis kan niet om die littekens heen. Zij zijn het waarmerk en de toetssteen. Het verrijzenisgeloof van christenen moet blijken uit de manier waarop zij met het lijden omgaan: hoe zij het leed verwerken tot nieuwe levensmoed. De gemeenschap van de eerste christenen, die Lucas in de Handelingen schetst, is daar een voorbeeld van. Zie de eerste lezing, een samenvattend bericht over het leven van de eerste christelijke gemeenschap. De christenen zijn eensgezind en solidair. Ze komen samen om te bidden. Ze blijven deelnemen aan de joodse tempelliturgie en breken daarna het brood in een of ander huis om Jezus te gedenken. Ze dragen zorg voor de zwaksten en zijn bereid alles met elkaar te delen. In die gemeenschap kunnen pijn en lijden genezen tot littekens. Jezus is er tastbaar aanwezig. Het leven van de eerste christenen werkt aanstekelijk en helpt anderen de stap te zetten om ‘niet te zien en toch te geloven’.

Paul Kevers
 

Gepubliceerd door

PE Sint-Andreas Middelkerke

Meer

Artikel

Deel dit artikel

Deel op Facebook
Deel op Twitter
Deel via e-mail

Lees meer

De spirituele dimensie in de zorg brandend houden © Freepik
readmore

Beroepsvereniging Zorgpastores

icon-icon-information
Cover van het boek Zeven kruiswoorden, verhalen uit de spirituele zorg © Otheo
Lees meer

Lanceringsavond boek Zeven kruiswoorden

icon-icon-evenement
Een gedeelde missie voor alle gedoopten
readmore

Gebedsintentie paus oktober 2024: voor een gedeelde missie

icon-icon-inspiratie

Recent bezocht

Bekijk je recent bezochte microsites, auteurs en thema's
© 2026 Kerk en Media vzw
Vacatures
Contact
Voorwaarden
YouTube
Twitter
Facebook