Pendelen tussen Middelkerke en Brugge met één doel voor ogen:
samen bouwen aan de Kerk van morgen!
Een priester kiest niet zelf zijn bestemming. Hij gaat waar de bisschop hem roept en pro-beert daar, samen met velen, gestalte te geven aan zijn zending. Ook voor pastoor Bart La-grange bracht die roeping hem al op verschillende plaatsen in West-Vlaanderen. Vandaag pendelt hij tussen Middelkerke en Brugge, waar hij sinds een jaar zijn opdracht als pastoor in de PE Sint-Andreas Middelkerke combineert met die van vicaris-generaal van het bisdom Brugge. Hoe hij die twee veeleisende opdrachten met elkaar verzoent en welke weg hem daarheen bracht, vertelt hij in dit eerste deel van ons gesprek. We reizen met hem mee, van Wakken in het zuiden, over Middelkerke en Oostende aan de kust, naar Brugge, het hart van ons bisdom.
Toen je zo’n 10 jaar geleden hier in Middelkerke benoemd werd, had je er al een half leven opzitten. Vat je dat deel eens in een notendop samen?
Ik ben geboren op 1 februari 1975 in Waregem en bracht mijn jeugd door in Wakken, een dorp in het zuidoosten van West-Vlaanderen, vlakbij de samenvloeiing van de Mandel en de Leie. Ik groeide er op in een warm gezin met mijn vader, moeder en jongere zus. Vanaf het tweede leerjaar al ging ik elke zondag trouw naar de Chiro, waar mijn passie voor het jeugd-bewegingsleven ontstond. Na mijn middelbare studies in het Heilig-Hartcollege in Waregem begon ik aan de priesteropleiding in het Grootseminarie in Brugge. Op 11 juli 1999 werd ik tot priester gewijd in mijn parochiekerk Heilige Petrus en Catharina. Kort daarna werd ik benoemd tot leraar en studiemeester-opvoeder aan het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Oost-ende. In 2000 werd ik gouwaalmoezenier van Scouts en Gidsen Gouw Noordzee en zeven jaar later gouwproost van KSA Noordzeegouw, een taak die ik met veel goesting mocht combineren met een halftijdse schoolopdracht in Oostende.
Ondertussen ben je al een kwarteeuw actief aan de kust?
Tijdens mijn collegeperiode in Oostende zette ik mijn eerste stappen als parochiepriester in Lombardsijde, ter vervanging van Lionel Pollet die met pensioen ging. Maar toen ik in 2015 tot pastoor van de federatie Middelkerke benoemd werd en een jaar later tot pastoor-moderator van de federatie Middelkerke-Spermalie, moest ik noodgedwongen de tijd wat herverdelen, maar kon ik gelukkig wel verder aan het werk in KSA. En net op het moment dat ik dacht in wat rustiger vaarwater te belanden, werd ik in het najaar van 2023 deken van het decanaat Oostende-Blankenberge, in opvolging van Antoon Wullepit. Mijn belangrijkste taak bestond erin om het diocesane beleid mee vorm te geven in de pastorale eenheden van Middelkerke, Oostende, Bredene, De Haan, Blankenberge en Knokke-Heist. Even belangrijk vond ik het om de vele kerkelijke medewerkers in het decanaat te ondersteunen en bemoedi-gen: priesters, diakens, parochieassistenten en vele vrijwilligers.
Aan je opdracht als deken kwam veel sneller dan verwacht een einde?
Inderdaad. Na een goed jaar werd ik onverwacht tot bij de bisschop geroepen voor een be-langrijk gesprek. En dan weet je dat er iets bijzonders boven je hoofd hangt. Tot mijn verras-sing benoemde bisschop Lode Aerts mij tot vicaris van de parochies en het medewerkersbe-leid en tot vicaris-generaal van het bisdom Brugge. Best een uitdagende en zware opdracht, die me dwong afscheid te nemen van KSA Noordzeegouw. Gelukkig ging de bisschop in op mijn wens om in de pastorie van Middelkerke te blijven wonen en er pastoor te blijven van de pastorale eenheid Sint-Andreas Middelkerke.
De titel ‘vicaris-generaal’ doet me vermoeden dat dit een topfunctie in het bisdom is. Ik waag een gokje: overste van de vicarissen. Wie of wat zijn vicarissen eigenlijk?
Vicarissen zijn – eenvoudig gezegd – de helpers van de bisschop. Samen met bisschop Lode besturen wij als bisschoppelijk gedelegeerden het bisdom. Wij vormen de beleidsploeg die bestaat uit mannen en vrouwen, priesters en leken, elk met hun eigen verantwoordelijkheid.
De samenstelling ziet er als volgt uit: An Quaghebeur (onderwijs), Nathalie Verstraete (jon-geren-, gezins- en roepingenpastoraal), Mieke Kerckhof (Godgewijde leven), Piet Raes (vorming en catechese), priester Piet Vandevoorde (caritas en diaconie), priester Stefaan Franco (liturgie, sacramenten en het permanent diaconaat), Bart Vercauteren (kerkfabrieken, erfgoed, personeel en contacten met de overheid), Annelien Boone (patrimonium en financi-en), Wim Vervaeck (communicatie en kanselier van het bisdom), Marijke Lecoutre (secreta-ris van de beleidsploeg). Ikzelf ben bisschoppelijk gedelegeerde voor de parochies en het medewerkersbeleid. Ik ben tevens vicaris-generaal, zeg maar de rechterhand van de bisschop in de zorg voor de gezamenlijke pastoraal voor ons bisdom.
Tijdens de H. Bloedprocessie stapte je mee in een bijzonder gewaad. Ik vermoed dat je on-dertussen ook kanunnik geworden bent?
Inderdaad, op het feest van de Heilige Donatianus, de patroonheilige van ons bisdom, op dinsdag 14 oktober 2025, werd ik in het kapittel opgenomen. Van de deken van het kapittel, Antoon Wullepit, ontving ik het bronzen en verguld borstkruis. Alle kanunniken dragen het-zelfde borstkruis met daarop de afbeelding van Onze-Lieve-Vrouw, de HH. Petrus en Paulus, de H. Donatianus en de Zalige Karel de Goede (de tweede patroonheilige van het bisdom). Op de achterkant van het kruis staat de afbeelding van bisschop Johannes Baptista Malou met zijn wapenschild. Deze bisschop heeft ter gelegenheid van de afkondiging van het dog-ma van de Onbevlekt Ontvangenis van Maria in 1854 de borstkruisen voor het kapittel laten vervaardigen. Het borstkruis is bevestigd aan een koord in blauw en wit, verwijzend naar Maria. Het andere kenmerkende ceremoniële kledingstuk van het kapittel is de schouder-mantel of mozetta, die boven de soutane met koorhemd (superplie) gedragen wordt. De be-langrijkste opdracht van de kanunniken bestaat erin om te bidden voor het bisdom en de bis-schop bij te staan bij de uitoefening van zijn ambt. Op de eerste woensdag van de maand is er om 18.30 uur de kapittelviering in de Sint-Salvatorskathedraal, waarin de overleden ka-nunniken worden herdacht.
Wil je jouw taak in de beleidsploeg en in het beleid van het bisdom wat specifiëren?
Mijn opdracht bestaat uit drie grote delen: ten eerste ondersteun ik samen met de CCV-begeleiders (een christelijke vormingsorganisatie) de pastoraal vrijgestelden en de teamle-den in hun pastoraal werk. Ten tweede bereid ik in overleg met mijn adjunct, Trees Lavens, en de benoemingsploeg de benoemingen van de pastoraal vrijgestelden voor en draag ik mee zorg voor hun welbevinden. Ten slotte bereid ik samen met mijn collega’s van de beleids-ploeg de evolutie naar een kerk van knooppunten voor. Als vicaris-generaal draag ik mee zorg voor het grotere geheel. Ik prijs me gelukkig met de goede samenwerking tussen de collega’s en de gemoedelijke werksfeer in het bisschopshuis in de H. Geeststraat te Brugge.
Ervaar je het als een voordeel dat je al heel wat praktijkervaring opdeed als pastoor, deken en proost in jeugdbewegingen?
Dat denk ik wel! Als gouwproost van KSA Noordzeegouw zette ik mij in voor de K-werking, maar heb ik ook heel wat ondernomen op het vlak van coaching van de pedagogische en ad-ministratieve beroepskrachten. Om mij daar verder in te bekwamen, volgde ik een cursus Human Resources Management (HRM) via afstandsonderwijs. De theoretische inzichten kon ik meteen in de praktijk brengen. Zo hoop ik ook nu mijn steentje te kunnen bijdragen in het medewerkersbeleid van ons bisdom. Het is belangrijk om als leidinggevende een visie te ontwikkelen en die om te zetten in daden. Daar is soms wel wat moed voor nodig, want niet iedereen volgt steeds van harte de stappen die gezet moeten worden. En al zeker niet als die gepaard gaan met grote veranderingen. Ondanks alle mogelijke weerstanden is het belang-rijk om koers te blijven houden en te doen wat gedaan moet worden.
Jo Broucke
Een deel van dit interview verscheen eerder in het februarinummer van het bisdomblad Kerk in zicht. Deel 2 verschijnt volgende week.