Op aswoensdag haalde ons moeder een lege snoepdoos boven.
We zouden 40 dagen niet snoepen.
Al het snoep dat we kregen, ging in die doos
en werd zorgvuldig bewaard tot Pasen,
als de klokken van Rome terug waren.
Af en toe keken wij even in die doos
hoeveel er al in zat,
en we telden af naar Pasen… vol verwachting.
En met Paaszaterdag, als de klokken er waren,
mocht de doos echt open.
Tijd van snoepen was aangebroken
ook al was die snoep in de doos vaak één grote plakboel.
Snoepen was paasfeest
tot we niet meer konden…
Dat is mijn eerste vastenherinnering…
en ook dat er in de kerk met aswoensdag
een vastenwet werd voorgelezen voor de volwassenen:
zij die 21 jaar oud waren mochten slechts één maal daags
hun volle goesting eten.
De andere maaltijden moesten zij het met wat minder doen.
Ik dacht: 5 boterhammen in plaats van 6,
dat is dan nog te doen.
Maar ik heb daar thuis nooit veel van gezien,
de vastenwet was een hoogst individuele zaak
en daar werd niet over gesproken.
Op zondag waren het wekelijks vespers en lof,
en tijdens de vasten kwam iemand de vastenpreek houden:
het ging altijd over het lijden van Jezus,
hoe wreed dat wel moet geweest zijn.
En er was ook de wekelijkse kruisweg… weet je nog?
Vasten was en is een rare tijd…
ik heb er nooit goed weg mee geweten…
Misschien was het wel niet slecht om je karakter te vormen,
wat ik later probeerde met een vastenpuntje te kiezen
hoewel dat zelden echt lukte…
Broederlijk Delen
Toen kwam Broederlijk Delen in 1960
en dit gaf een nieuwe betekenis aan de vasten:
wat je uitspaart
aan eten of drinken of snoep of…
kan je delen met mensen die honger hebben.
Congo stond toen in de picture.
En daar was armoede. En honger bij veel mensen.
Vasten werd een middel om broederlijk te delen,
om solidariteit te beleven met de minsten in de ‘Derde Wereld’.
Al vlug,
- als je armen leert kennen, kan dat niet lang uitblijven –
ontdekte Broederlijk Delen dat honger en armoede
geen toeval of noodlot zijn,
maar het gevolg van structuren van onrecht,
van verdrukking
en van een manier van leven
waarbij de een leeft ten koste van de ander,
het noorden ten koste van het zuiden.
Meteen werd dus ook onze manier van leven in vraag gesteld.
De nood was groot,
voor de projecten was er geld nodig. Zoveel mogelijk.
Broederlijk Delen werd een actie om geld in te zamelen.
En wij deden mee: sobere maaltijden, solidariteitsontbijt,
solidariteitsmaaltijd…Koffiestop en allerhande events voor het goede doel.
Het is goed dat het gebeurt,
laat ons dus dat maar blijven doen…
alleen: naar mijn gevoel was het nog iets anders dan ‘vasten’…
In de loop der jaren werd de wereld één.
Reizen werd makkelijker, ook naar verre landen.
Broederlijk Delen sprong mee op de kar
en maakte ontmoeting mogelijk tussen mensen hier en ginder.
De noden kregen menselijke gezichten.
Het werd concreter
wij hoorden hoe mensen met hun problemen omgingen,
welke keuzes zij maakten
waar ze hun motivatie haalden,
wij maakten kennis niet alleen met hun tekort,
maar nog meer met hun rijkdom.
Was dat niet de ervaring van onze bezoeken aan Chili:
het enthousiasme van de armen,
hun gastvrijheid die ons beschaamd maakte,
hun geloof en hun solidariteit.
Broederlijk Delen heeft ons veel bijgebracht:
het heeft ons vasten verbonden met solidariteit,
het heeft ons verbanden doen leggen
tussen de rijkdom van de ene en de armoede van de andere,
tussen onze en hun manier van leven…
Carlos Desoete