Vragenuurtje
Naarmate we dichter bij Kerstmis komen, zijn het figuren uit de nauwste omgeving van de Messias die aan bod komen.
Eerst was er de aloude profeet Jesaja, nu is Johannes de Doper van dienst om toelichting te geven.
Hij krijgt direct een kanjer van een vraag: ‘Wat moeten we doen’.
Moesten alle mensen doen wat hij voorstelt, dan krijgen we een enorme verhuis.
Er staat een ruil zonder weerga te gebeuren.
Het is wel heel praktisch, niet vragen: wie zijt Gij, is nu de tijd van de langverwachte gezondene van God eindelijk aangebroken?
Neen, het is heel praktisch: ‘Wat moeten wij doen?’
Als we de vraag overplaatsen naar onze tijd, dan zullen we talloze zakken vol dubbele kleding zien leegmaken.
Veel mensen die altijd hetzelfde dragen zullen eindelijk eens iets nieuws krijgen, het teken dat er werkelijk een nieuwe periode aanbreekt.
Johannes zal alvast niet veel werk hebben; hij heeft niet eens een kleerkast, laat staan dat zij zou beschikken over dubbele kleding. Zijn voedselvoorraad zal ook vlug uitgeput zijn. Johannes is iemand die getuigt metterdaad, woorden zijn overbodig.
Er is nog een andere inspiratie te vinden.
De tollenaars, eerder gekend als verzamelaars dan als delers, krijgen de uitnodiging rechtvaardig te zijn, niet meer te vragen dan is vastgesteld.
Er staan grote veranderingen te gebeuren bij de belastingontvangers.
Ook de soldaten krijgen opdrachten, ze zullen zeker niet werkloos zijn, niet meer het recht van de sterkste, maar tevreden zijn met hun soldij.
Het wordt duidelijk: de tijd van de Messias wordt een tijd van totale ommekeer.
De mensen stellen zich toch vragen naar de rol die Johannes zelf daarin zal spelen.
Die is vlug uitgepraat, het gaat niet om zijn persoon maar om degene die door God wordt gezonden, hij zal dopen met de heilige Geest en met vuur.
De wereld zal grondig veranderen, de dorsvloer wordt gezuiverd, het kaf zal verbranden in onblusbaar vuur.
De samenvatting van het gesprek is merkwaardig: de vele vermaningen zijn geen donderpreken, maar de verkondiging van de Blijde Boodschap.
Johannes de Doper is een heel merkwaardig man, vermaningen worden uit zijn mond tot een Blijde Boodschap.
Wat kunnen we daarmee aanvangen?
Alvast dit: van belang is niet wat gezegd wordt, maar wat gedaan wordt, Johannes is een man van daden, niet van overtollige woorden.
Dank zij zijn woorden kan de wereld grondig veranderen, als ze maar in daden worden omgezet.
De advent is dan ook de periode bij uitstek om de juiste vraag te stellen: wat moeten wij doen?
Op het antwoord moeten we niet lang wachten, Johannes heeft het direct klaar.
En spoedig zal blijken dat het niet tot woorden beperkt blijft, Johannes zet zijn woorden in daden om, hij zal dan ook een getuige metterdaad worden, we noemen dat een martelaar; een getuige met daden.
Het zijn zulke mensen die er in deze tijd nodig zijn.
We kunnen dan ook niet beter doen dan ons aan te sluiten bij de vele mensen die met hun vragen naar Johannes gaan, hij zal ons direct heel klaar aanwijzen wat we moeten doen, en dat is nog heel wat.
Maar als zijn oproep in daden omgezet wordt, mogen we spoedig een heel andere wereld verwachten, dat is wat we nodig hebben, dat is wat God verwacht.
Na twee weken advent, tijd van verwachting en hoop, is het dan niet de tijd om te zeggen: wat zullen we krijgen?
Het is het moment om te zeggen, wat moeten we doen en dat is heel wat.
Als we goed luisteren naar de oproep van Johannes krijgen we een heel gevuld programma voor de komende tijd.
Er is geen gevaar dat we niet weten wat te doen in onze voorbereiding op kerstmis.
Integendeel.
Stellen we klaar de vraag: wat moeten wij doen?
En gaan we vooral aan de slag om de antwoorden in daden om te zetten.
Er staat een boeiend tijd te wachten, een tijd vol inspiratie en vooral een tijd die ons leiden kan naar een betere wereld.
Die hebben we hoognodig.
Ze draait immers grondig verkeerd.
Woorden omzetten in daden, het wordt zo een mooie wereld.
Zeg het nog eens Johannes, u hebt zo een mooie en dringende boodschap.
Luc De Baene