De gerichtheid op de ander, daarin gaat God zo ver dat Hij niets beschouwt als van zichzelf alleen. Niets ziet Hij als zijn exclusief bezit. Hij wil alles met ons delen en ons deelachtig maken aan wie Hij is. Dit is een beweging die heel krachtig is. Als wij God toelaten dan worden wij meegetrokken in wie Hij is. Het goddelijk leven, daaraan wil Hij ons deelachtig maken. Hoeveel genade laten wij niet voorbijgaan omdat we dat niet geloven. Het thema is: Gods bezitsloosheid.
Hierbij alvast wat inspiratie voor onderweg: Zeggen dat God bezitloos is, klinkt vreemd, tot je stilstaat bij de dynamiek die erachter schuilgaat. ‘Onteigening’ neemt God heel letterlijk. Er is niets, helemaal niets dat van Hem alleen is. De gerichtheid van God is zo extreem weg van zichzelf dat Hij niets voor zichzelf houdt. Wat niet gedeeld wordt, maakt geen onderdeel uit van wie God is. In feite gaat het bij God nog veel verder en dieper dan dat. Het niets voor zichzelf houden, situeert zich bij Hem tot op het niveau van zijn wezen. God geeft zichzelf weg, Hij wil dat wij deelachtig worden aan wie Hij is. Wie dit helemaal toelaat, geraakt hierdoor onvermijdelijk in de war. Hij ziet in Gods onvoorwaardelijke liefde niet verdiend te hebben. Gelukkig hoeft dit ook niet.