Lieve mensen,
Steeds weer proberen we op zijn minst toch de Goede Week ingetogen te beginnen. Zelfs met een uur minder slaap waren jullie paraat. Vandaag is het in de Kerk geen zottekespel. Vandaag is het bittere ernst.
Als we deze dag niet au sérieux nemen, kunnen we Pasen niet echt vieren. En ik heb het niet alleen over de buxuspalm, waar mensen soms zo sterk naartoe getrokken worden. Waar komt dat vandaan? Palmzondag is immers meer dan een palmtakje. Het is de intrede in de heilige week.
“Heilig” betekent: goed.
En dat goede draagt elke mens in zich – of toch het verlangen ernaar.
Een streven naar zuiverheid. Maar net daar wordt het soms moeilijk.
Deze week vraagt om ingetogenheid, want ook het paasfeest nadert.
Het Triduum is daarbij van groot belang. Zonder die dagen wordt Pasen een modewoord, en zelfs overbodig.
We hebben allemaal dagen zoals Palmzondag nodig: momenten waarop we de Passie in ons opnemen. Passie én compassie. Samen op weg gaan.
Gedragen leed is soms half leed. Het helpt ons ook het leed van anderen te dragen.
Want ieder van ons kent pijn, voelt verdriet, ervaart onmacht. Soms weten we niet hoe we verder moeten, hoe we onszelf opnieuw kunnen ontdekken, hoe we groei kunnen toelaten.
We voelen die neerslachtigheid, dat innerlijk gevecht, die machteloosheid. Zelfs Jezus heeft die ervaren, daar aan het kruis. De consequentie van zijn leven eindigde op een moordwapen: het kruis.
En toch is daar kracht ontstaan. De kracht tot vernieuwing.
De kracht om opnieuw geboren te worden. De kracht tot herderschap.
En zij die later herders zouden worden, hebben Hem eerst verlaten. Die onmacht zat Petrus tot aan de keel.
Wie stond er onder het kruis? Maria en Johannes. De rest, lieve mensen, is gevlucht. Misschien hadden ze andere zorgen, maar uit angst zijn ze weggegaan.
En toch, stilaan, groeide het besef. Het besef van herontdekking. Het besef van hoop.
Laat dat besef vandaag ook hier groeien. Dat we mogen terugkeren, binnen de schoot van onze katholieke Kerk.
Dat mensen zich opnieuw betrokken voelen. Dat ze hier en daar komen getuigen, en hier en daar mogen ervaren: de aanwezigheid van God.
Ook hier in Jette mogen we dat herontdekken. Mogen we dat opnieuw beleven. Mogen we dat zelf ondergaan.
Het blijft moeilijk. Maar mensen blijven zoekende wezens. En wie zoekt, wie op weg gaat, komt gaandeweg tot inzicht.
Niet altijd in een bliksemschicht, maar soms na minuten, dagen of zelfs jaren.
En dan klinkt het: “De Kerk geeft kracht tot leven.” Die Kerk – hoe moeilijk als instituut soms ook
blijft de plaats waar de geur van Jezus ook vandaag, anno 2026, aanwezig is. In ons.
In ieder van u. En ook in mij.
Amen.
`
`