Tempus fugit … de tijd vliegt! Deze levenswijsheid prijkt bovenaan de oude wandklok die ik koester als kostbaar erfstuk van mijn overgrootmoeder. Dat de tijd vliegt blijkt ook in 2026 nog steeds het geval te zijn. Vol ongeduld hebben velen afgeteld naar het nieuwe jaar en kijk, ondertussen ligt de januarimaand al bijna volledig achter ons. Tempus fugit. Goede voornemens verdwijnen langzaam naar de achtergrond en de vertrouwde routine, zoals we het altijd al hebben gedaan, dreigt ongemerkt weer de bovenhand te nemen. Iets in mij komt stilletjes in opstand tegen die haast geruisloze comeback van het oude vertrouwde, hoe comfortabel dat ook mag zijn. In gedachten keer ik graag terug naar wat we de voorbije kersttijd als parochiegemeenschap mochten beleven. Alles leek eventjes zo nieuw en fris te zijn. In vele van onze kerken, scholen, woonzorgcentra en andere zorgvoorzieningen kwamen we samen, jong en al wat ouder, om een hoopvolle boodschap te beluisteren: God is mens geworden, Hij is onder ons komen wonen. God verzekert ons ook in deze tijd dat Hij bij ons blijft en samen met ons verder op weg wil gaan! Zijn aanwezigheid laat zich daarom nooit herleiden tot een oude gewoonte die we zonder nadenken met ons moeten meesleuren.
Vrede op aarde voor de mensen die Hij liefheeft
In de kerstnacht hoorden we hoe de herders in de velden van Betlehem de eersten waren die de vreugdevolle boodschap van Jezus’ geboorte te horen kregen. Hemelse engelenkoren bezongen Gods goedheid en hadden een opmerkelijke wens voor de hele wereldbevolking: «Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor de mensen die Hij liefheeft» (Lc 2, 14). In het pasgeboren Kind in de kribbe wordt Gods liefde zichtbaar en dat doet iets met een mens. Herders aan de rand van de samenleving worden erkend in hun waardigheid, wijzen uit den vreemde worden hartelijk onthaald door het Kind en zijn moeder Maria. Gods liefde maakt komaf met oude grenzen tussen mensen en volkeren. Gods liefde brengt een nieuwe vrede met zich mee die mensen wil laten begrijpen dat ze broers en zussen zijn van elkaar en dat ze verantwoordelijk zijn voor elkaars geluk en welzijn. Een prachtig visioen van vrede, dat helaas al snel wordt bedreigd door koning Herodes die de pasgeboren Vredevorst liefst zo snel mogelijk uit de weg wil ruimen.
Ik heb aanschouwd een openbarend licht
Ruim 2000 jaar later is de bedreiging van de kerstvrede nog lang niet voorbij. De boodschap van Kerstmis lijkt ook dit jaar opnieuw geruisloos naar de achtergrond te verdwijnen en jammer genoeg plaats te maken voor het oude vertrouwde. Het wereldtoneel wordt nog steeds gedomineerd door machthebbers die in de eerste plaats bezig zijn met hun eigen ego. De oorlogsretoriek klinkt vanuit hoeken waar we het niet onmiddellijk hadden verwacht, bondgenootschappen komen onder druk te staan en de aandacht voor wie klein en kwetsbaar zijn verflauwt. Toch mogen we ons niet laten overmeesteren door angst en twijfel. Niet toevallig vieren we op 2 februari Lichtmis, een feest dat ons uitnodigt om onze blik nog even op het jonge gezin uit Nazareth te richten. Kerstmis is nog niet voorbij: wat God begonnen is, gaat verder! Samen met de oude Simeon herkennen we in Jezus Gods licht dat ons de weg wijst als alles duister lijkt. Jezus, de Vredevorst, is onze compagnon de route. Hij herhaalt voor ons de woorden die Hij de avond voor zijn lijden en dood heeft uitgesproken: «Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef Ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet» (Joh 14, 27). Jezus vraagt ons om ons geloof in de vrede nog niet los te laten, sterker nog: Hij hoopt dat wij op onze manier vrede delen met elkaar. Laten we daarom samen werk blijven maken van vrede, want tempus fugit … de tijd vliegt.
Pr. Mathias