Aan de twee grootste kerkelijke feesten, Kerstmis en Pasen, gaat een lange voorbereidingstijd vooraf, de advent en de vasten. Een tijd die bedoeld is om weer helemaal bij jezelf en bij God thuis te komen. Zoals Jezus na zijn doop in de Jordaan naar de woestijn trok om zijn zending uit te zuiveren, zo krijgen wij onze woestijntijd als een soort kuuroord om tot bezinning en op krachten te komen. De vasten is een uitgelezen tijd om even halt te houden, om het dwingende ritme van het leven te doorbreken, een sterke tijd om weer op zoek te gaan naar de zin en de betekenis van ons dagelijks bezig-zijn, een kans om te leven naar de binnenkant en om te herleven naar Pasen toe.
Op Aswoensdag 18 februari wordt het startschot gegeven voor die veertigdagentijd, en het evangelie van die dag geeft ons enkele interessante tips. Het is een drievoudige opdracht:
bidden, versterven en aalmoezen geven. Het zijn drie woorden die het vandaag niet meer zo goed doen, net als soberheid en boete. Toch zijn het stuk voor stuk waarden die ons iets belangrijks kunnen meegeven voor onze woestijntocht.
In de eerste lezing van Aswoensdag roept de profeet Joël (Joël 2,12-18) op tot bekering. Geen uiterlijk vertoon, maar een ‘schoonmaak’ van onze binnenkant. Jezus zou spreken over het beoefenen van gerechtigheid, en daar zitten drie aspecten aan vast: het geven van aalmoezen als een religieuze plicht tegenover de naaste, het gebed als een religieuze plicht tegenover God en vasten als een religieuze plicht tegenover je eigen persoon. En dat alles mag niet gebeuren om bij de mensen op te vallen. Niet het uiterlijk vertoon dus, maar de echte innerlijke houding en drijfveer is voor Jezus van doorslaggevend belang. Doe wat je doet niet voor het oog van de mensen of om indruk te maken. Dàt is de oproep van het evangelie op Aswoensdag: vasten, bidden en gerechtigheid beoefen je in stilte, in het verborgene, met alleen God als getuige.
Als vasten en versterving erop neerkomen dat we even afstand doen van onze overdaad, laat het dan ook vrijwillig zijn. Je moet voelen dat je jezelf iets ontzegt. Versterving is een beetje sterven aan jezelf, is durven loslaten wat je van je diepste kern weghoudt. Versterven is vooral afstand doen van onze opgeblazen ego’s, en nederig en dienstbaar worden zonder omhaal van woorden. En dan is er ook nog die uitgestoken hand van mensen uit de Derde Wereld die ons vragen met hen broederlijk te delen.
Raymond Decoster