Er waren geen jubilarissen om te vieren dit jaar. Het werd een gezellige avond met tijd om bij te praten, lekker eten en drinken en ten slotte een zangstonde. Ter gelegenheid van dit feest schreven we een gedicht.
Parochie Bergom
Vijfenzeventig jaar
en nog altijd niet ingezakt.
Gebouwd door het dorp zelf,
met spierkracht, goede raad
en iemand die altijd zei:
“Zet die steen eens wat rechter.”
De kerk kwam er dankzij de kermis,
want in Bergom weet men:
geloof zonder frieten
pakt niet.
De pastoor regelde het geld,
het volk regelde de sfeer.
Hier spreken we God
in onze eigen taal,
geen Latijn dat niemand begrijpt,
maar woorden recht uit de keuken.
Het gemengd koor zingt enthousiast,
en luid genoeg
om de hemel te bereiken.
Het is hier gezellig,
iedereen kent iedereen
en als je iemand niet kent,
dan ken je zeker zijn moeder.
Kerk en feestzaal
zitten aan elkaar vast,
want bidden en vieren
doen we best zonder jas te wisselen.
Mis, gevolgd door taart.
Rouw, gevolgd door koffie.
Zo hoort dat.
Tegenwoordig houden
twee sterke vrouwen
de boel draaiende.
Zonder hen geen sleutel,
geen mis,
en waarschijnlijk geen koffie.
Zij weten alles.
Altijd.
Op het kerkhof
zijn alle graven gelijk.
Geen VIP-zone,
geen voorkeurstickets.
Iedereen even diep,
zoals het leven bedoeld is.
En nu zegt men:
“Misschien sluiten we de parochie.”
Alsof je een parochie
op pensioen kunt sturen.
Maar Bergom lacht.
Zingt.
Viert.
Zet koffie.
Want deze parochie
is geen gebouw.
Het is een gemeenschap
met een sleutelbos,
en twee vrouwen
die zeggen:
“Sluiten?
We zullen nog wel zien.”