De eerste lezing uit het boek Genesis vertelt de roeping van Abraham. De stem van God zegt Abraham zijn land, stam en familie te verlaten en op weg gaan te gaan naar het Beloofde Land.
Matteüs schreef dat Jezus op een dag een hoge berg beklom samen met Petrus, Jakobus en Johannes. Een plek om God te ontmoeten.
Daar 'zagen' ze Hem praten met Mozes, de vertegenwoordiger van de Wet, en met Elia, de vertegenwoordiger van de Profeten. Jezus staat dus in de lijn van de Tora en de Profeten, hij is de Messias.
Uit een stralend lichte wolk klinkt ook hier de overweldigende stem van God die hen zegt: ‘Hij alleen is mijn Zoon. Mijn liefde voor hem is groot. Luister naar hem!’
De leerlingen waren erg bang. Je zou voor niet minder bang zijn! Jezus raakte hen aan en zei: ‘Sta op. Jullie hoeven niet bang te zijn.’
Dan gingen Jezus en de drie leerlingen weer van de berg af. Je kan daar immers niet blijven. Een godsontmoeting is een ingrijpene ervaring die je toch niet kan vasthouden of grijpen, al denkt Petrus daar anders over.
Jezus zei: ‘Jullie mogen nu nog niet vertellen wat je gezien hebt, aan niemand. Want eerst moet de Mensenzoon opstaan uit de dood.’ Pas na zijn dood zullen ze ten volle begrijpen wie Hij was.
Mia Verbanck, teamlid liturgie & gebed in OLVM