Op een mooie lentedag kwamen de 23 eerste communicanten naar de kerk voor hun instapviering. Hun namen tonden dicht bij de paaskaars. De kinderen plaatsten een brandend kaarsje dichtbij het altaar. In de eerste lezing zagen we hoe een koning een opvolger aanduidde. Hij had vier zonen. Hij koos de jongste, niet de dappere soldaat, niet de hele slimme, niet de pleziermaker. De jongste stak de handen uit de mouwen en had een goed hart. De kinderen vertelden ook over vele soorten brood: brood voor een feest, brood om sterk te worden … Het laatste broodje was een hostie, teken van de vriendschap met Jezus.