De Goede Week noemen wij ook de passie- of de lijdensweek. Wanneer wij ons eens nader toespitsen op de personages die tijdens die lijdensweek en vooral tijdens de kruisweg van Jezus ten tonele verschijnen, dan zien wij daar een dwarsdoorsnede van de mensheid, een beeld van onze samenleving met zoveel verschillende mensen.
Het begint met het optreden van Judas, een man die in het duister rondsluipt en geld belangrijker vindt dan wat dan ook, en daarvoor zijn Meester verraadt. Dan treedt Petrus op de voorgrond, de meest roekeloze en tegelijk ook de kleinmoedigste van alle apostelen. Hij was eerst zo stoutmoedig om in de Hof van Olijven een soldaat aan te vallen, maar daarna zo laf dat hij op de vragen van een dienstmeisje ontkende dat hij tot de kring van Jezus behoorde. Uit angst verloochent hij de Heer.
Er zijn de leden van het Sanhedrin, de priesters van de Hoge Raad, die Jezus ondervragen en verhoren. Ze zijn zodanig vastgeroest in hun eigen vooroordelen dat de waarheid verborgen blijft. Ook Pilatus maakt zijn opwachting, de man die de waarheid ondergeschikt maakt aan zijn ambitie. En dan hebben we nog de ‘vrienden van de nacht’, Nicodemus en Jozef van Arimatea, die liefst ongezien toenadering zoeken tot Jezus, omdat ze vol genegenheid en interesse zijn voor Hem. Maar omdat ze vrezen dat ze daardoor in problemen zouden verwikkeld geraken, blijven ze op de achtergrond. Ze zouden graag aan de kant van de waarheid staan, maar ze achten zich niet in staat om de gevolgen daarvan te dragen. Want in hun wereld, waarin de waarheid niet populair is, is dat bijzonder riskant. Dat was toen zo en dat is nu nog zo! Al deze mensen ontmoeten we langs de weg die van Gethsemane naar Golgotha leidt, naar de Calvarieberg.
Maar ondanks die troosteloze figuren en die duisternis, treffen we toch ook meerdere lichtstralen aan. Die gaan uit van de godsvruchtige en wenende vrouwen die onderweg Jezus willen troosten. Hun pure en onbaatzuchtige genegenheid overwint elke angst. De liefde verleent kracht aan de menselijke zwakheid en maakt de trouw in tijden van angst onwankelbaar. Zo waren daar ook nog Veronica die het gelaat van Jezus even verfriste en proper maakte, een moment van opbeuring, en Simon van Cyrene die letterlijk en figuurlijk zijn schouders mee onder het kruis zette, die de last van het kruis en van het lijden even verlichtte. Deze licht brengende mensen beoefenden de werken van barmhartigheid.
Hoe ontroerend is het tenslotte om Maria te zien, de moeder van Jezus. Zij verbindt zich met haar Zoon en met zijn lijden om onze bevrijding en de vernieuwing van de wereld tot stand te brengen. Onder het kruis neemt Maria ons allen op als haar kinderen, die tegen alle gevaren moeten worden beschermd. Zij is het voorbeeld van de fysische en geestelijke moeders die zich volledig overgeven aan het welzijn van hun kinderen, maar ook aan stil gebed en aan de werken van barmhartigheid.
Als deze kruisweg een toneelstuk zou zijn, welke rol zouden wij onszelf toebedelen?
Raymond Decoster