Gaat het je ook niet door merg en been als je via de media getuige bent van het lot van al die vluchtelingen wereldwijd, samengedreven in kampen in barre gebieden, zonder middelen van bestaan, beroofd van elk toekomstperspectief? En dan soms nog eens belaagd door oorlogsgeweld dat hen ook daar blijft achtervolgen?
Dan deel je ook wat Jezus voelt als hij in het evangelie van zondag 14 juni (Matteüs 9,36-38.10,1-8) de menigte mensen ziet die er afgetobd bij neerliggen als schapen zonder herder. Geen oorlogsvluchtelingen weliswaar, maar evenzeer mensen op de drift en de dool, aan hun lot overgelaten. Het evangelie zegt ervan dat Jezus door diep medelijden werd bewogen. Letterlijk staat er: hij werd tot in het diepst van zijn ingewanden geraakt. Zijn maag draait er letterlijk van om. Het doet hem in gang komen, en zijn leerlingen er op uit sturen om al dat leed te helpen bestrijden. Op die manier delen zij in Jezus’ zending die er vooral een is van barmhartigheid. Wie barmhartig is, gaat niet zomaar voorbij aan het lot van wie lijdt.
Barmhartigheid, meevoelen, is vaak ook de drijfveer geweest die talloze initiatieven in gang heeft gezet om ziektes en noden te bestrijden. Ze lag aan de oorsprong van het ontstaan van religieuze ordes en congregaties, die scholen, opvangtehuizen en ziekenhuizen hebben opgericht. Ook individueel hebben mensen steeds initiatieven genomen omdat ze hun hart lieten spreken. Bekendst is het werk van zuster Jeanne Devos in India. Maar ook veel ander welzijnswerk is ontstaan omdat mensen vanuit een of andere bewogenheid de daad bij het woord voegden. Ik denk aan wat mijn dorpsgenoot Ivo Vanvolsem uit Buizingen in Kananga doet voor gevangenen en straatkinderen. Of dokter Reginald Moreels voor zwaar zieken in Oost-Congo. Samen is het deel van een wereldwijde beweging van barmhartigheid die mensen inspireert en tot handelen aanzet.
Als christenen mogen we zeggen dat in die beweging God zelf aan het werk is. Hierin klinkt die Stem van nimmer aflatende en koppig volhoudende liefde die wij God noemen. Die Stem blijft arbeiders roepen om te oogsten. Jezus en zijn volgelingen wilden zich aanvankelijk alleen maar inzetten voor het welzijn van kwetsbare mensen van het eigen joodse volk. In de loop van hun leven werd deze visie opengebroken, toen Jezus ook ten diepste ontroerd werd door hulpeloze mensen van buiten zijn eigen volk. Genezing gebeurt in ontmoetingen, waar mensen zich laten raken door een blik, een gevoel. We moeten geen schrik hebben om ons zo ondersteboven te laten zetten als Jezus dat was bij de aanblik van al die mensen. Het kan een begin zijn van een hernieuwd engagement jegens hen die onze hulp nodig hebben, op welk vlak ook: medisch, sociaal, geestelijk-religieus. Het maakt ons mede tot arbeiders in dienst van de Heer van de oogst.
Jos Houthuys