Eind 2025 ging Marleen Ingelbeen op pensioen als pastoraal medewerker van wzc Sint-Bernardus De Panne. Ze werd er op 2 februari, het feest van Maria Lichtmis, opgevolgd door Sylvie Decoster, die de opleiding zorgpastoraat volgt.
Sylvie, wat heeft jou ertoe bewogen om voor het zorgpastoraat te kiezen?
Sylvie: “De zorg- en welzijnssector heeft me altijd aangesproken. Vanuit mijn graduaat orthopedagogie deed ik al verschillende ervaringen op binnen deze sector. Ook mijn vorige job als woonassistent in assistentiewoningen deed ik graag: het contact met ouderen gaf me veel voldoening. Tegelijk merkte ik dat de focus van die functie vooral op heel wat praktische en organisatorische zaken lag, waardoor er weinig ruimte was om echt stil te staan bij zingeving en levensvragen. Net dat begon ik steeds meer te missen.
Toen ik hoorde dat het woonzorgcentrum op zoek was naar een nieuwe pastoraal medewerker, bleef dat bericht dan ook hangen. Aangemoedigd door een goede vriendin, die een mogelijke zorgpastor in mij zag, besloot ik verder te informeren. Na een verkennend gesprek viel alles al snel op zijn plek: er was meteen een klik met het woonzorgcentrum. Op 2 februari, het feest van Maria Lichtmis, kon ik er starten in een combinatiefunctie van pastoraal medewerker (50%) en medewerker woon- en leefteam (30%).”
Marleen, ook jij combineerde de functie van pastoraal medewerker met een functie binnen het woon- en leefteam. Hoe heb jij dat ervaren?
Marleen: “Ik ben in 2008 gestart als animator en deed ervaring op in verschillende woonzorgcentra. Toen ik toevallig de directeur van dit woonzorgcentrum ontmoette, werd ik uitgenodigd om te solliciteren. Zo ben ik hier gestart als interim. Toen dat vervangingscontract afliep, vroeg men mij om te blijven als pastoraal medewerker. Ik was toen 58 jaar.
Ik ben dankbaar dat ik via eerdere werkervaringen, opleidingen en levenservaring een stevige basis had. Ik wist hoe ik met mensen en kwetsbaarheid moest omgaan, ik kon contact maken met mensen met dementie, ik kende de werking van een woonzorgcentrum, …
Het eerste jaar combineerde ik pastorale zorg met een functie in de zorg. Dat heb ik altijd als een meerwaarde ervaren. Doordat ik verschillende functies van binnenuit heb leren kennen, kon ik beter begrijpen hoe andere medewerkers hun job ervaren.”
Wat heeft het combineren van verschillende functies jou geleerd?
Marleen: “Ik ben vooral milder geworden. Zorgmedewerkers hebben het niet altijd gemakkelijk. Ze begeleiden mensen die geconfronteerd worden met verlies, afhankelijkheid en allerlei lichamelijke of mentale beperkingen. Daar krijgen ze vaak veel dankbaarheid voor terug, maar soms reageren bewoners ook frustraties af op hen. Dat kan zwaar wegen.
Ik denk dat het belangrijk is om te leren onderscheiden wat van de ander is en wat van jezelf. Je moet zaken kunnen loslaten, weten waar je veilig kan ventileren, en tegelijk blijven kijken naar wat er achter moeilijk gedrag schuilgaat. Alleen zo neem je het niet te persoonlijk.”
Heeft de combinatie van functies ook jouw kijk op de plaats van pastorale zorg binnen de totaalzorg veranderd?
Marleen: “Ik heb aan den lijve ervaren hoe sterk bewoners zich kunnen hechten aan zorgmedewerkers. In het begin dacht ik soms dat ik vanuit mijn pastorale rol vanzelf een plaats zou innemen in moeilijke situaties. Maar je kan dat niet forceren. Ook medewerkers van andere disciplines of van ondersteunende diensten bouwen sterke vertrouwensbanden op.
Wanneer je bewoners goed leert kennen, kan je in moeilijke momenten vaak teruggrijpen naar hun interesses en krachtbronnen. Vanuit je eigen talenten zoek je dan hoe je iets kan betekenen. Bij bewoners die van muziek hielden, nam ik bijvoorbeeld wel eens mijn accordeon mee.
Soms word je bij een naderend afscheid betrokken en voel je dat jouw aanwezigheid echt iets toevoegt. Maar het gebeurt evengoed dat je merkt dat anderen de bewoner en diens naasten al volledig dragen en dat jij eigenlijk overbodig bent. Ook dat moet je kunnen aanvaarden.”
Kunnen omgaan met onmacht is een belangrijke competentie in de zorgsector. Waar halen jullie inspiratie en draagkracht om dit werk vol te houden?
Marleen:
Wat mij altijd sterk gevoed heeft, is de dankbaarheid die je krijgt van bewoners en families, maar ook de dankbaarheid die je zelf voelt omdat je dit werk mag doen.
"En het mooie is dat het werk zo afwisselend is: een gesprek, een gebed, een ritueel, eens helpen bij de maaltijdbegeleiding … Vaak zijn het kleine dingen die energie geven: mensen met elkaar verbinden, humor tussen bewoners zien ontstaan, zorgzaamheid die spontaan groeit, … .”
Sylvie: “Die dankbaarheid voel ik ook. Ik verwonder me er soms nog over dat ik hier echt ruimte mag nemen om met zingeving en geloof bezig te zijn. Deze job geeft mij een kader om mijn eigen spiritualiteit in te zetten ten dienste van anderen, met respect voor hun eigen verhaal en beleving.
Tegelijk zijn er soms situaties waarin je voelt dat je weinig kan veranderen. Mensen dragen soms al heel lang bepaalde pijn, verdriet of patronen met zich mee, en binnen de beperkte tijd die je samen hebt, komt daar niet zomaar ineens een grote ommekeer in. Dat vraagt een oefening in aanwezig zijn zonder afhankelijk te worden van resultaat. Je mag nabij zijn, luisteren, iets mee helpen dragen, maar je kan het lijden van iemand anders niet overnemen. Die persoon heeft ook een eigen weg, los van jou.
Tijdens mijn stages leerde ik dat je als pastor veel kan geven vanuit bezieling en engagement, maar dat je tegelijk grenzen moet durven bewaken. Je moet kunnen aanvaarden dat sommige dingen niet opgelost of veranderd kunnen worden. Anders hou je dit werk niet vol. Niet alles ligt in jouw handen, en bovendien draag je de zorg altijd samen met een team. En doordat je niet alleen werkt vanuit jezelf, maar ook ‘in naam van’, voel je je gedragen en beschut.”
Marleen: “De intervisie met andere pastoraal medewerkers betekende veel voor mij. Het was waardevol om ervaringen uit te wisselen en samen stil te staan bij moeilijkheden waar je op botst. Je merkt dan dat bepaalde uitdagingen niet alleen bij jou liggen, maar op veel plaatsen terugkomen. Dat besef kan steun geven.
Ik heb veel gehad aan mijn eerdere opleidingen, maar ook aan de bijbelstudie en de cursus ‘Voorgaan in gebed in zorgvoorzieningen’. Dat gaf mij een kader om met meer vertrouwen een rol als voorganger op te nemen.
Maar uiteindelijk heeft vooral het werk zelf mij gevormd.
Dat ik deze job heb mogen doen, heeft me niet alleen als pastoraal medewerker, maar ook als mens doen groeien.
En net doordat je als mens groeit, kan je ook beter aanwezig zijn in moeilijke situaties. Er kon thuis of onderweg van alles gebeurd zijn, maar als ik hier aankwam, probeerde ik bewust in een andere energie te gaan staan.
Sylvie: “Dat herken ik. Ook ik probeer hier bewust ruimte te maken om, zoals ik het zelf noem, ‘de Jezusenergie’ te laten stromen. Dat vind ik bijzonder aan deze job: dat je iets mag doorgeven wat tegelijk ook door jezelf heen werkt.
De module rond sacramenten binnen de opleiding zorgpastoraat betekende daarin al veel voor mij. Je merkt hoe rituelen kracht kunnen geven, zelfs zonder veel woorden.”
Marleen: “Die kracht van rituelen heb ik vaak ervaren. Wanneer je een sacrament mee mag begeleiden of wanneer je een ziekenzegening voorgaat, voel je hoeveel rust en houvast dat mensen kan geven. Een onverwachte ziekenzegening op oudejaarsavond, samen met een bewoner en diens familie, zal mij altijd bijblijven.
Het woonzorgcentrum is gesticht door de Zusters Bernardinnen. Hoe ervaar je het contact met hen?
Marleen: “Ik kijk terug op een heel warm contact met de zusters, op verschillende momenten doorheen mijn loopbaan. Al bij de start van mijn functie als pastoraal medewerker vroeg de directeur mij om de pastorale werking toe te lichten aan de raad van bestuur, waarin ook een zuster zetelde. Dat vond ik best spannend, maar ik voelde er meteen veel vertrouwen en openheid.
Daarna waren er nog verschillende ontmoetingsmomenten. Zo organiseerden we doorheen het jaar verschillende solidariteitsacties, waarbij zuster Hilde, die werkzaam geweest was in Burkina Faso, verschillende keren naar het woonzorgcentrum kwam om te vertellen over hun projecten. Dat waren telkens warme en inspirerende contacten, die ook bewoners en medewerkers betrokken bij de stichtende congregatie.
Daarnaast leeft ook de spiritualiteit van de congregatie verder in tradities zoals het feest van Sint-Bernardus op 20 augustus. Die dag starten we met een gebedsviering, gevolgd door een feestmaaltijd en een optreden in de namiddag. Zo blijft die bezieling voelbaar aanwezig in het huis.
Ook bij mijn afscheid voelde ik de verbondenheid. Bij mijn pensioen kreeg ik een beeldje cadeau van de zusters, dat vandaag een mooie plaats heeft gekregen op mijn schouw.”
Sylvie: “Ik ben nog maar enkele maanden bezig, maar ik heb nu al ervaren hoeveel vertrouwen en steun je van de zusters krijgt wanneer je deze functie opneemt. Toen ik in Gent was, ben ik naar hun gemeenschap gegaan om hen te ontmoeten en aan te sluiten bij hun gebedsmoment. Dat vond ik een heel warme en bijzondere ervaring.
De inspiratie van de stichtende congregatie blijft hier voelbaar aanwezig.
Voor mij vormt dat een mooie lijn doorheen het werk: je doet het niet alleen voor bewoners en hun naasten, maar ook in het spoor van de zusters, vanuit hun bezieling. Dat geeft het werk extra betekenis.
Wat me ook opvalt, is hoe vanzelfsprekend pastorale zorg hier een plaats krijgt, ook vanuit de directie. Dat merk je op verschillende manieren. Tijdens een stuurgroep kwam bijvoorbeeld de Meibedevaart ter sprake. Ik vroeg toen voorzichtig of deze traditie verder gezet kon worden. Vanuit de directie werd meteen duidelijk gemaakt dat dit geen punt van discussie was: die heeft hier haar plaats. Dat vond ik veelzeggend.”
(zie ook: 'Woonzorgcentrum in De Panne houdt Koffiestopweek voor zusters Bernardinnen', verschenen op Otheo, 24 maart 2026)
Wat brengt de toekomst?
Marleen: “Recent verhuisde ik naar een nieuwe woonst, waar ik me erg thuis voel. De voorbije periode hielp ik nog bij de voorbereidingen van enkele vieringen en pastorale activiteiten, maar nu Sylvie goed ingewerkt is, neem ik stilaan wat meer afstand — al mag ze mij altijd contacteren als ze vragen heeft.
Ik heb er alle vertrouwen in dat Sylvie het goed zal doen. We ontmoetten elkaar op het juiste moment, op de juiste plaats. Na de woelige jaren van verbouwingen en corona ben ik blij dat ik het werk nu in alle rust kan doorgeven.”
Sylvie: “Voor mij voelt het heel fijn om te mogen verder bouwen op het werk dat Marleen doorheen de jaren heeft neergezet. Ik kan putten uit een schat aan materiaal en draaiboeken, maar krijg tegelijk de vrijheid om eigen accenten te leggen. Dat vind ik belangrijk, want als pastor werk je toch sterk vanuit wie je zelf bent.
Dat persoonlijke probeer ik ook mee te nemen naar medewerkers toe. Wanneer ik iets deel over Pasen of de veertigdagentijd, geef ik niet alleen informatie, maar vertel ik ook wat die periodes en verhalen voor mij persoonlijk betekenen. Ik hoop dat medewerkers, wat hun eigen spiritualiteit ook is, iets hebben aan die reflecties, dat het hen kan inspireren. Ook de jaarlijkse spirituele avond met telkens een andere spreker, wil ik in daarom graag verder zetten.
Na deze intense inwerkingsperiode kijk ik ernaar uit om meer ruimte te kunnen maken voor gesprekken, zowel individueel als in groep. Daarnaast wil ik vooral verder groeien door het ritme van een volledig werkjaar mee te maken: de vieringen, bedevaarten, rituelen en ontmoetingen die bij dit werk horen. Zo was er recent de bedevaart naar de crypte, en binnenkort trekken we naar Groenhove in Torhout.
Ook inhoudelijk wil ik me verder verdiepen in theologie en zorgpastoraat. Volgend academiejaar kijk ik in het bijzonder uit naar de modules bijbelstudie en de cursus 'Voorgaan in gebed in zorgvoorzieningen'. Tegelijk vind ik het belangrijk om een goede balans te blijven zoeken, met voldoende aandacht voor zelfzorg.”
Dankjewel, Marleen en Sylvie, voor dit warme en open gesprek. Marleen, we wensen je een deugddoende pensioenperiode toe. Sylvie, veel inspiratie, gedragenheid en voldoening gewenst in je verdere weg binnen het zorgpastoraat.