Wanneer vertrouwen pijn doet
Ik moet eerlijk zijn: normaal vind ik het bijzonder fijn om ‘het woordeke’ (zoals deze rubriek achter de schermen wordt genoemd) te mogen schrijven. Het is een unieke kans om een gedachte, een ervaring of een mijmering met jullie te delen. Maar, wanneer ik deze keer probeer te schrijven dan staar ik vooral naar een lege pagina die maar niet beschreven lijkt te raken. Ik denk terug aan wat pater Marc Vanhoutte mij ooit als wijze raad gaf: ‘Vertel maar gewoon wat komt bovendrijven, want doorgaans is juist dat de moeite waard om te delen met anderen’. De voorbije dagen kan ik niet anders dan onafgebroken denken aan het plotse afscheid van onze geliefde organist en koster Kurt Van de Veire. Kurt was onnoemelijk veel meer dan een medewerker of een vertrouwd gezicht in onze parochies, hij was in de eerste plaats een dierbare vriend. Wanneer ik denk aan het verdriet en het gemis waarmee zijn familieleden worden geconfronteerd, dan moet ik toegeven dat ik amper woorden kan vinden om iets zinvols te zeggen. Het is de strijd die we ongetwijfeld allemaal ervaren wanneer we worden geconfronteerd met de radicaliteit van de dood. We staan machteloos en voelen ons als mens klein en kwetsbaar. In deze dagen is er slechts één zinnetje dat zich als een refrein in mijn hoofd blijft herhalen: “Che Tu sei terribile!”. Ik hoorde deze uitspraak voor het eerst toen ik in Rome studeerde, en ze betekent zoveel als “Gij zijt verschrikkelijk!”. Het was de gevierde auteur Alessandro Manzoni die de woorden neerschreef onmiddellijk na het overlijden van zijn eerste vrouw Enrichetta. Manzoni was er vast van overtuigd geweest dat God zijn vrouw zou laten genezen op Kerstmis 1833, maar helaas werd het de dag waarop Enrichetta overleed. Manzoni was gebroken van verdriet en gedurende een jaar kon hij niets anders schrijven dan die korte zin: “Gij zijt verschrikkelijk”. Het was het begin van een pijnlijke zoektocht naar houvast en nieuw vertrouwen in die onbegrijpelijke God.
Heer, houd U niet ver van mij (Ps 22, 20)
De strijd die Manzoni voert, is niemand van ons volledig vreemd. Wanneer pijn en lijden op ons pad komen, dan gaan we op zoek naar een verklaring. We willen weten wie dit alles heeft gewild en veroorzaakt, we willen weten wie er schuld aan heeft. In al zijn onmacht wijst Manzoni met een beschuldigende vinger naar God. Hij is verschrikkelijk, want Hij heeft dit alles zomaar laten gebeuren. In die beschuldiging is een echo te horen van de psalmist die zegt: “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij in de steek gelaten?” (Ps 22, 1). Het zijn de woorden die Jezus tijdens zijn doodsstrijd op het kruis heeft gebeden. De twijfel en de angst zijn voelbaar, en tegelijk klinkt er ergens toch ook een sprankeltje hoop in deze vraag. Het feit dat Manzoni, de psalmist en Jezus zich in hun ellende tot God richten, maakt duidelijk dat ze ergens diep vanbinnen verwachten dat Hij misschien toch nog iets voor hen kan doen. In al zijn teleurstelling blijft Manzoni het gesprek met God aangaan. Hij heeft het daarbij vooral moeilijk met het zwijgen van God. Hoe lang hij ook wacht, God geeft geen verklaring over het waarom van het lijden. Beetje bij beetje groeit bij Manzoni het besef dat het antwoord op die vraag hem uiteindelijk ook niets verder zal helpen. Doorheen zijn verdriet ontdekt hij dat God dicht bij hem is gebleven. God sloeg niet op de vlucht voor de pijn, maar bleef als een trouwe Vader naast hem staan. Net als de psalmist ontdekt Manzoni dat dit het antwoord is dat hij van God nodig had. Gods liefde is in staat om pijn en lijden te doorstaan. Is dat niet de kern van ons paasgeloof? Lijden en dood hebben bij God nooit het laatste woord. Christus is uit de dood opgestaan en gaat ons voor op een weg van leven.
Voor altijd mogen jullie leven! (Ps 22, 27)
Eens te meer wordt duidelijk dat ons geloof veel meer is dan enkele geboden en verboden in acht nemen. Als christenen worden we dag na dag uitgedaagd om de unieke boodschap van Pasen te beleven. De verrijzenis van de Heer heeft wel degelijk iets veranderd. Wat er ook gebeurt, God heeft ons de onverwoestbare hoop geschonken dat we altijd veilig zullen zijn bij Hem. Die hoop raakt soms verduisterd in het leven, maar dat betekent niet dat ze verdwijnt. Blijven vertrouwen in Gods oneindige liefde kan bij tijden ontzettend lastig zijn. Ja, vertrouwen kan pijn doen! Gedurende een jaar bleef Manzoni hangen bij de gedachte dat God echt verschrikkelijk is. Maar, wanneer hij op Kerstmis 1834 naar de kerststal kijkt, weet hij zich geraakt door dit bijzondere teken van Gods liefde. God is mens geworden en wil dicht bij ons zijn. Plots vindt Manzoni nieuwe woorden die uitdrukking geven aan een hervonden vertrouwen in Gods liefde die nooit verdwijnt. De liefde geeft hem uiteindelijk de kracht om weer verder te gaan. Naar kleine tekens van die liefde wil ik blijven zoeken, elke dag opnieuw.
Pr. Mathias